id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 oktober 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201030.1N.6 Rolnummer: C.20.0176.N Zaak: PARKING NOVA contra INTERPARKING Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-12-17 Raadplegingen: 1221 - laatst gezien 2026-06-19 07:14 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een derde is aansprakelijk wegens derde-medeplichtigheid aan contractbreuk wanneer hij heeft deelgenomen aan de schuldige niet-nakoming door een partij van haar contractuele verbintenissen, terwijl hij het bestaan van deze verbintenissen, die aan de derde tegenwerpelijk waren, kende of behoorde te kennen
(1)Cass. 4 juni 2020, AR C.19.0070.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.12, AC 2020, nr. 364 met concl. van eerste advocaat-generaal R. MORTIER; Cass. 29 juni 2012, AR C.11.0522.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120629.2, AC 2012, nr. 427 met concl. van advocaat-generaal Th. WERQUIN op datum in Pas.; Cass. 12 oktober 2012, AR C.11.0692.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121012.3, AC 2012, nr. 527; Cass. 22 april 1983, AR 3612, AC 1982-83, nr.
- Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - T.a.v. derden Vrije woorden: Derde-medeplichtigheid aan contractbreuk - Aansprakelijkheid - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1121 en 1165 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht [T.B.H.] - 2021, nr. 4, p. 398-
- - DEMEYERE, Siel; Noot'Derde-medeplichtigheid aan andermans contractbreuk: gebrek aan kennis als excuus?' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0176.N PARKING NOVA nv, met zetel te 2950 Kapellen, Korte Spelierlaan 9, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0413.319.077, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen
- INTERPARKING nv, met zetel te 1000 Brussel, Brederodestraat 9, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.459.919,
- BEHEERCENTRALE nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Hopland 38-40, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0406.391.002, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9,
- L. D. Q.,
- R. D. L.,
- E. D. Q.,
- M. A.,
- E. A.,
- R. V. D. V.,
- H. V.,
- R. T.,
- J. F.,
- L. V.,
- H. V. R.,
- C. V. R.,
- G. V. R.,
- G. V. R., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 10 februari
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Het onderdeel verwijt de appelrechters de derde-medeplichtigheid van de eigenaars te hebben uitgesloten niettegenstaande dat zij het bestaan aannemen van de overeenkomst waarin een vervreemdingsverbod ten laste van de eigenaars was opgenomen en zonder deze overeenkomst nietig te hebben verklaard.
- Een derde is aansprakelijk wegens derde-medeplichtigheid aan contractbreuk wanneer hij heeft deelgenomen aan de schuldige niet-nakoming door een partij van haar contractuele verbintenissen, terwijl hij het bestaan van deze verbintenissen kende of behoorde te kennen. De derde-medeplichtigheid onderstelt het bestaan van een aan de derde tegenwerpelijke contractuele verbintenis.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eigenaars van de parkeerplaatsen van “Parking Station Zoo” hun exploitatierechten daarvan hebben overgedragen aan de eiseres; - de eiseres een uitbatingsovereenkomst heeft gesloten met de tweede verweerster waarin zij de uitbating van de parking heeft toevertrouwd aan de tweede verweerster; - artikel 1.7 van voormelde overeenkomst bepaalt dat “[de tweede verweerster], eigenaar van de beheerder en verwante vennootschappen, zowel afhankelijke als overkoepelende, […] [zich] onthouden […] tijdens de duur van de exploitatie parkeerplaatsen aan te kopen – hetzij rechtstreeks hetzij onrechtstreeks – tenzij dit gebeurt met instemming van de raad van bestuur van [de eiseres]”.
- Het bestreden arrest oordeelt zonder dienaangaande te worden bekritiseerd dat: - krachtens artikel 1165 Burgerlijk Wetboek overeenkomsten alleen gevolgen kunnen teweegbrengen tussen de contracterende partijen; zij aan derden geen nadeel kunnen toekennen en hen slechts tot voordeel kunnen strekken in het geval voorzien bij artikel 1121 Burgerlijk Wetboek; - het hier duidelijk is dat voormelde uitbatingsovereenkomst nadeel toebrengt aan de derde tot en met zestiende verweerders; - zij hun eigendomsrecht aangetast zien door voormeld artikel 1.7 van de overeenkomst; - zij het risico lopen geen marktconforme prijs te krijgen voor hun garage, vermits zij hun parkeergarages niet kunnen aanbieden aan alle marktspelers en mogelijk de hoogstbiedende aan hun neus zien voorbijgaan; - de prerogatieven van het eigendomsrecht, waaronder het recht op beschikking, niet buiten de wil van de eigenaars kunnen worden beperkt door een overeenkomst tussen derde partijen, temeer wanneer één van die partijen zelf verbonden is door een exploitatieovereenkomst met die eigenaars waarin hen geen verbod wordt opgelegd om hun parkeerplaats aan welbepaalde partijen te verkopen.
- Met deze niet-bekritiseerde redenen geeft het bestreden arrest te kennen dat de verbintenis vervat in voormeld artikel 1.7 van de overeenkomst aan de derde tot en met zestiende verweerders niet tegenwerpelijk is.
- Op grond hiervan vermocht het bestreden arrest naar recht te beslissen dat er van derde-medeplichtigheid aan contractbreuk in hoofde van de derde tot en met zestiende verweerders geen sprake is, zonder dat het daartoe voormelde uitbatingsovereenkomst diende te vernietigen. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Zoals blijkt uit het antwoord op het eerste onderdeel, oordeelt het bestreden arrest niet dat voormeld artikel 1.7 van de overeenkomst nietig is, maar wel dat die clausule niet tegenwerpelijk is aan de derde tot en met zestiende verweerders. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 2220,46 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 30 oktober 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201030.1N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120629.2 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121012.3 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200604.1N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div