← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201110.2N.1 Rolnummer: P.20.0694.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2021-12-10 Raadplegingen: 973 - laatst gezien 2026-06-19 05:46 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 5 De rechter oordeelt onaantastbaar over de noodzaak om overeenkomstig artikel 9, § 2, Interneringswet een actualisatie te laten uitvoeren van een eerder uitgevoerd deskundigenonderzoek; het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen

(1).
(1)Cass. 11 oktober 2017, AR P.17.0784.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171011.8, AC 2017, nr. 550; Cass. 21 juni 2017, AR P.17.0343.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170621.4, AC 2017, nr.
  1. Zie H. HANOUILLE, Internering en toerekeningsvatbaarheid, Intersentia, 2018, 283-
  2. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Deskundigenonderzoek - Psychiatrisch onderzoek - Vraag tot actualisatie van het deskundigenonderzoek - Beoordeling door de feitenrechter - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Vrije woorden: Strafzaken - Internering - Deskundigenonderzoek - Psychiatrisch onderzoek - Vraag tot actualisatie van het deskundigenonderzoek - Beoordeling door de feitenrechter - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: Strafzaken - Geesteszieke - Internering - Psychiatrisch onderzoek - Vraag tot actualisatie van het deskundigenonderzoek - Beoordeling - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter Vrije woorden: Geesteszieke - Internering - Deskundigenonderzoek - Psychiatrisch onderzoek - Vraag tot actualisatie van het deskundigenonderzoek - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Deskundigenonderzoek - Psychiatrisch onderzoek - Vraag tot actualisatie van het deskundigenonderzoek - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 6 - 9 De rechter oordeelt onaantastbaar of een persoon die een misdaad of wanbedrijf heeft gepleegd, op het ogenblik van de beslissing aan een in artikel 9, eerste lid, 2° Interneringswet bedoelde geestesstoornis lijdt; het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen
(1).
(1)Cass. 11 oktober 2017, AR P.17.0784.F ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171011.8, AC 2017, nr.
  1. Zie H. HANOUILLE, Internering en toerekeningsvatbaarheid, Intersentia, 2018, 283-
  2. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Bewijs van een misdaad of wanbedrijf - Geestesstoornis - Beoordeling door de feitenrechter - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE Vrije woorden: Strafzaken - Internering - Bewijs van een misdaad of wanbedrijf - Geestesstoornis - Beoordeling door de feitenrechter - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter Vrije woorden: Geestesziekte - Internering - Bewijs van een misdaad of wanbedrijf - Geestesstoornis - Beoordeling door de feitenrechter - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Geestesziekte - Internering - Bewijs van een misdaad of wanbedrijf - Geestesstoornis - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9, § 2 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0694.N C. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bram Van Den Bunder, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 28 mei
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 9, § 2, Interneringswet, alsmede miskenning van het materieel motiveringsbeginsel: het arrest beslist ten onrechte en zonder afdoende motivering dat een actualisatie van het forensisch psychiatrisch onderzoek niet nodig is; er werd nochtans aangetoond dat de eiser zich niet meer in een psychotische toestand bevond; de deskundige relativeert bovendien zijn eigen verslag en na de gedwongen opname van 24 december 2019 werd door het psychiatrisch centrum Menen (PCM) geen verlenging voor de gedwongen opname meer gevraagd; hieruit volgt de positieve evolutie in de toestand van de eiser en blijkt dat het PCM zelf van oordeel was dat er geen geestesziekte meer was; de eiser kon het voorverslag van de deskundige niet afdoende bestuderen zodat het gebrek aan antwoord door de eiser de beslissing niet kan verantwoorden.
  5. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
  6. Krachtens artikel 5, § 1, Interneringswet beveelt de rechter, wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat een persoon zich bevindt in een in artikel 9 van deze wet bedoelde toestand, een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek. Krachtens artikel 9, § 2, Interneringswet beslist de rechter over de internering na uitvoering van het in artikel 5 bedoelde forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek of de actualisatie van een eerder uitgevoerd deskundigenonderzoek.
  7. De rechter oordeelt onaantastbaar over de noodzaak om overeenkomstig artikel 9, § 2, Interneringwet een actualisatie te laten uitvoeren van een eerder uitgevoerd deskundigenonderzoek. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.
  8. Het arrest oordeelt als volgt: - in tegenstelling tot wat de eiser voorhoudt blijkt dat het forensisch psychiatrisch voorverslag dateert van 22 november 2019, terwijl de eiser tot 7 december 2019 tijd had om opmerkingen te formuleren; - bij gebrek aan opmerkingen heeft de deskundige zijn definitief forensisch psychiatrisch verslag opgesteld op 7 december 2019; - sedert die datum tot op de dag van de rechtszitting van 22 april 2020 waarop de zaak werd behandeld, zijn nog geen vijf maanden verlopen, zodat het eindverslag nog voldoende actueel is en geen actualisering behoeft; - dat de gedwongen opname van de eiser na 25 januari 2020 niet meer werd verlengd en hij op 18 februari 2020 het PCM heeft verlaten en sindsdien opnieuw alleen woont te Kortrijk, doet aan het voormelde en aan de waarde van het eindverslag geen enkele afbreuk. Op grond van die redenen kan het arrest wettig oordelen dat er geen noodzaak is om het forensisch deskundigenverslag te laten actualiseren en is die beslissing regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
  9. Het middel voert schending aan van artikel 9, § 1, Interneringswet, alsmede miskenning van het materieel motiveringsbeginsel: het arrest oordeelt ten onrechte en zonder afdoende motivering dat de eiser op het moment van de beslissing aan een geestesstoornis lijdt; het arrest neemt bij de beoordeling van de geestestoestand van de eiser het gebrek aan het raadplegen van een psychiater sinds het verlaten van het PCM, alsook het feit dat de opvolging door de huisarts beperkt was tot de controle van de bloedwaarden en inspuitingen, in aanmerking, terwijl een verdere opvolging niet meer mogelijk was gelet op de corona-pandemie; een dergelijk oordeel is wars van elke realiteitszin en getuigt van een kennelijk onredelijke motivering; het arrest bevat een tegenstrijdigheid aangezien uit de niet-verlenging van de gedwongen opname ipso facto volgt dat de eiser niet meer geestesziek is.
  10. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
  11. Een tegenstrijdigheid als motiveringsgebrek van een rechterlijke beslissing veronderstelt redenen of beschikkingen van eenzelfde beslissing die elkaar teniet doen of opheffen. Een tegenstrijdigheid tussen dossiergegevens en een beslissing van de rechter leveren niet een dergelijk motiveringsgebrek op. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  12. Krachtens artikel 9, § 1, eerste lid, 2°, Interneringswet kan de rechter de internering bevelen van een persoon die op het ogenblik van de beslissing aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast.
  13. De rechter oordeelt onaantastbaar of een persoon die een misdaad of wanbedrijf heeft gepleegd, op het ogenblik van de beslissing aan een in artikel 9, § 1, eerste lid, 2°, Interneringswet bedoelde geestesstoornis lijdt. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen.
  14. Op grond van het geheel van redenen die het arrest bevat (p. 9-11, punt 16.b.-g) kan het arrest wettig oordelen dat de eiser op het ogenblik van de beslissing aan een geestesstoornis lijdt als bedoeld door artikel 9, § 1, eerste lid, 2°, Interneringswet en is die beslissing regelmatig met redenen omkleed. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 88,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 10 november 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201110.2N.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170621.4 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171011.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.