id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201110.2N.16 Rolnummer: P.20.1115.N Zaak: N. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-04-05 Raadplegingen: 538 - laatst gezien 2026-06-16 04:06 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de tekst van artikel 674bis Gerechtelijk Wetboek volgt dat in strafzaken geen rechtsbijstand kan worden gevraagd voor het verkrijgen van afschriften van stukken die verband houden met een cassatieberoep tegen een beslissing van een onderzoeks-of vonnisgerecht. Thesaurus CAS: RECHTSBIJSTAND Vrije woorden: Cassatieberoep - Strafzaken - Verkrijgen van afschriften van stukken die verband houden met een cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 674bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: CASSATIE - ALLERLEI Vrije woorden: Strafzaken - Rechtsbijstand - Verkrijgen van afschriften van stukken die verband huden met een cassatieberoep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 674bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 De bepalingen van artikel 670, tweede lid, 671, tweede lid, en 682bis Gerechtelijk Wetboek over het verzoek tot rechtsbijstand in procedures voor het Hof van Cassatie, waarbij het verzoek moet worden ingediend bij het bureau voor rechtsbijstand van het Hof of in spoedeisende gevallen bij de eerste voorzitter, zijn ook van toepassing in strafzaken; het verzoek tot rechtsbijstand is niet-ontvankelijk als het betrekking heeft op een procedure waarin het Hof reeds arrest heeft gewezen. Thesaurus CAS: RECHTSBIJSTAND Vrije woorden: Cassatieberoep - Strafzaken - Verzoekschrift kosteloze rechtsbijstand - Procedure waarin het Hof reeds arrest heeft gewezen - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 670, tweede lid, 671, tweede lid, en 682bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: CASSATIE - ALLERLEI Vrije woorden: Strafzaken - Verzoekschrift kosteloze rechtsbijstand - Procedure waarin het Hof reeds arrest heeft gewezen - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 670, tweede lid, 671, tweede lid, en 682bis - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1115.N E. A. N., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, het cassatieberoep in zoverre betrekking hebbende op het arrest nr. K/2394/2020 tegen E. S., burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten nr. K/2394/2020 en nr. K/2395/2020 van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 oktober 2020 (hierna arrest I en arrest II). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan tegen het arrest I. De eiser voert geen middel aan tegen het arrest II. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Verzoek tot rechtsbijstand
- De eiser, die aangeeft te voldoen aan de toekenningsvoorwaarden tot de juridische tweedelijnsbijstand, verzoekt in zijn memorie om te worden toegelaten tot de kosteloze rechtsbijstand en meer bepaald "voor de procedure(handelingen), afschriften e.d. bij het Hof van Cassatie", alsook tot het verkrijgen van een kosteloos afschrift van het cassatiearrest P.20.1062.N van 27 oktober 2020 en afschriften van de thans met zijn cassatieberoep bestreden arresten en het te wijzen cassatiearrest.
- Uit de tekst van artikel 674bis Gerechtelijk Wetboek volgt dat in strafzaken op grond van deze bepaling geen rechtsbijstand kan worden gevraagd voor het verkrijgen van afschriften van stukken die verband houden met een cassatieberoep tegen een beslissing van een onderzoeks- of vonnisgerecht. In zoverre is eisers verzoek niet ontvankelijk.
- Uit de artikelen 670, tweede lid, en 671, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat voor procedures voor het Hof van Cassatie het verzoek om rechtsbijstand moet worden ingediend bij het bureau voor rechtsbijstand van het Hof. Artikel 682bis Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat in spoedeisende gevallen de eerste voorzitter uitspraak doet over het verzoekschrift. Deze bepalingen zijn ook van toepassing in strafzaken. In zoverre het verzoek van de eiser betrekking heeft op een procedure waarin het Hof reeds arrest heeft gewezen, is het niet ontvankelijk. Voor het overige diende de eiser zijn verzoek te richten tot het bureau voor rechtsbijstand van het Hof of bij spoedeisendheid tot de eerste voorzitter van het Hof, zodat het in eisers memorie tot het Hof gerichte verzoek niet ontvankelijk is. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Het arrest I doet uitspraak over eisers hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer tot verwijzing van de eiser naar de correctionele rechtbank. Dat is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en die beslissing valt evenmin onder de in het tweede lid van dat artikel bepaalde uitzonderingen. In zoverre gericht tegen het arrest I, is het cassatieberoep niet ontvankelijk.
- Krachtens artikel 31, § 1, en § 2, Voorlopige Hechteniswet kan een cassatieberoep enkel worden ingesteld tegen beslissingen tot handhaving van de voorlopige hechtenis. Het arrest II verklaart het hoger beroep van de eiser tegen de bij toepassing van artikel 26, § 3, Voorlopige Hechteniswet bedoelde afzonderlijke beschikking tot handhaving van de voorlopige hechtenis niet ontvankelijk. Dit is geen beslissing in de zin van artikel 31, § 1, Voorlopige Hechteniswet. In zoverre gericht tegen het arrest II, is het cassatieberoep evenmin ontvankelijk. Middel
- Het middel dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 90,20 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 10 november 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201110.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div