id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201110.2N.6 Rolnummer: P.20.0759.N Zaak: R. contra DE BELGISCHE STAAT-FOD FINANCIËN Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Unierecht - Belastingrecht Invoerdatum: 2021-04-05 Raadplegingen: 1104 - laatst gezien 2026-06-19 03:14 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de wetsgeschiedenis van het KB Uitvoer, alsook uit de rechtstreekse werking van Verordening (EU) nr. 36/12 en de wijzigingsverordeningen volgt dat het Bericht in het Belgisch Staatsblad van 2 april 2012 over toepassing van Verordening (EU) nr. 36/12 enkel een informatieve waarde heeft; dat bericht is niet vereist voor de inwerkingtreding van de vergunningsplicht bepaald in vermelde verordeningen; evenmin is dat bericht een uitvoeringsbesluit waarvan de overtreding strafbaar is gesteld door artikel 9, § 1 KB Uitvoer. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALLERLEI Vrije woorden: Verordening (EU) nr. 36/12 van de Raad van 18 januari 2012 - Vergunning voor uitvoer van bepaalde chemische producten naar Syrië - Toepassing in de Belgische rechtsorde - Grens Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) nr. 36/2012 van de Raad van 18 januari 2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 442/2011 - 18-01-2012 Verordening (EU) nr. 509/2012 van de Raad van 15 juni 2012 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië - 15-06-2012 Verordening (EU) nr. 697/2013 van de Raad van 22 juli 2013 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië - 22-07-2013 Algemene Wet 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen - 18-07-1977 - Artt. 213, 249 tot 253, en 263 tot 284 - 31 ELI link Pub nr 1977071850 Wet 11 september 1962 betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen en de daaraan verbonden technologie - 11-09-1962 - Artt. 2, 3 en 10 - 01 ELI link Pub nr 1962091103 KB 30 december 1993 betreffende de toepassing van de handelingen uitgaande van de bevoegde instellingen der Europese Gemeenschappen in verband met de landbouw - 30-12-1993 - Artt. 1, §§ 1 en 3, en 9, § 1 - 33 ELI link Pub nr 1994011452 Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Verordening (EU) nr. 36/12 van de Raad van 18 januari 2012 - Vergunning voor uitvoer van bepaalde chemische producten naar Syrië - Toepassing in de Belgische rechtsorde - Grens Wettelijke bepalingen: Verordening (EU) nr. 36/2012 van de Raad van 18 januari 2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 442/2011 - 18-01-2012 Verordening (EU) nr. 509/2012 van de Raad van 15 juni 2012 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië - 15-06-2012 Verordening (EU) nr. 697/2013 van de Raad van 22 juli 2013 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië - 22-07-2013 Algemene Wet 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen - 18-07-1977 - Artt. 213, 249 tot 253, en 263 tot 284 - 31 ELI link Pub nr 1977071850 Wet 11 september 1962 betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen en de daaraan verbonden technologie - 11-09-1962 - Artt. 2, 3 en 10 - 01 ELI link Pub nr 1962091103 KB 30 december 1993 betreffende de toepassing van de handelingen uitgaande van de bevoegde instellingen der Europese Gemeenschappen in verband met de landbouw - 30-12-1993 - Artt. 1, §§ 1 en 3, en 9, § 1 - 33 ELI link Pub nr 1994011452 Fiche 3 Een overtreding van Verordening (EU) nr. 36/2012 en de wijzigende verordeningen is geen overtreding van een krachtens de Wet Uitvoer uitgevaardigde bepaling, zodat een dergelijke overtreding niet als dusdanig wordt strafbaar gesteld door artikel 10 van die wet. Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALLERLEI Vrije woorden: Verordening (EU) nr. 36/12 van de Raad van 18 januari 2012 - Overtreding van de Verordening - Toepassing van de Wet Uitvoer - Grens Tekst van de beslissing Nr. P.20.0759.N I R. S. R., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, II DANMAR LOGISTICS bv, met zetel te 2940 Stabroek, Hoogeind 130, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Erhard Vermeulen, advocaat bij de balie Antwerpen, III H. J. A. V. L., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Erhard Vermeulen, advocaat bij de balie Antwerpen, alle cassatieberoepen tegen BELGISCHE STAAT, fod Financiën, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur van de douane en accijnzen van de provincie Antwerpen, met kantoor te 2060 Antwerpen, Noordster gebouw, Ellermanstraat 21, 10de verdieping, vervolgende partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, alsook bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67 bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 19 juni
- De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eisers II en III voeren in een gezamenlijke memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Het arrest verklaart de hogere beroepen van de eisers ontvankelijk en verleent afstand aan het openbaar ministerie van zijn hoger beroep tegen de eiseres II.
- Het arrest spreekt de eiser III vrij van de feiten 14, 15, 16 en 22 van de enige telastlegging.
- In zoverre tegen die beslissingen gericht, zijn de respectieve cassatieberoepen bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel van de eisers Derde onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 2 en 10 van de wet van 11 september 1962 tot regeling van de in-, uit- en doorvoer van goederen en de daaraan verbonden technologie (hierna Wet Uitvoer), de artikelen 1, § 3, en 9, § 1, van het koninklijk besluit van 30 december 1993 tot regeling van de in-, uit- en doorvoer van goederen en de daaraan verbonden technologie (hierna KB Uitvoer) en de artikelen 231, 249 tot 253 en 263 tot 284 AWDA: het arrest verklaart de eisers schuldig aan feiten van het niet-voorleggen van de vereiste uitvoervergunningen bij uitvoer van hoeveelheden aceton, isopropanol, methanol en dichloormethaan naar Syrië en Libanon in de periode van 22 mei 2014 tot en met 19 december 2016; het oordeelt ten onrechte dat die feiten in België strafbaar zijn op grond van de voormelde bepalingen van de Wet Uitvoer en het KB Uitvoer omdat de fod Economie, K.M.O, Middenstand en Energie, overeenkomstig artikel 1, § 3, KB Uitvoer, in het Belgisch Staatsblad van 2 april 2012 het bericht "Specifieke beperkende maatregelen tegen Syrië. Bericht van verbod. Toepassing van de Verordening (EU) nr. 36/2012 van de Raad van 18 januari 2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 442/2011, bl. 20760" heeft gepubliceerd; dat bericht is echter louter informatief; Verordening (EU) nr. 36/2012 en de eruit voortvloeiende handelsbeperkingen zijn immers rechtstreeks verbindend in België; artikel 9, § 1, KB Uitvoer stelt enkel de overtreding van de bepalingen van het KB Uitvoer zelf en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten strafbaar; de vermelde verordening en het vermelde bericht zijn geen dergelijke besluiten; de loutere omstandigheid dat de minister van Economische Zaken het vermelde bericht in het Belgisch Staatsblad van 2 april 2012 heeft laten verschijnen is op zich onvoldoende om de overtreding van vermelde verordening te bestraffen op grond van de Wet Uitvoer. Grond van niet-ontvankelijkheid van het onderdeel
- De verweerder voert aan dat het onderdeel niet tot cassatie kan leiden en bijgevolg bij gebrek aan belang niet ontvankelijk is omdat de beslissing van het arrest dat de eisers ingevolge de vastgestelde overtreding van Verordening (EU) nr. 36/2012 strafbaar zijn op grond van de artikelen 2 en 10 Wet Uitvoer en de artikelen 1, § 3, en 9, § 1, KB Uitvoer, naar recht verantwoord is ongeacht het bekritiseerde oordeel dat het in artikel 1, § 3, KB Uitvoer bedoelde bericht het in die wet en in dat koninklijk besluit bepaalde Belgische sanctiestelsel van toepassing zou hebben gemaakt op overtredingen van die verordening. Dat sanctiestelsel is hier immers ook zonder dat bericht van toepassing.
- Het onderzoek van de grond van niet-ontvankelijkheid vereist een onderzoek van de gegrondheid van het onderdeel. Gegrondheid van het onderdeel
- Verordening (EU) Nr. 36/2012 van de Raad van 18 januari 2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 442/2011, in werking getreden op 19 januari 2012, bevat verbodsbepalingen met betrekking tot bepaalde activiteiten van handel en samenwerking met Syrië. Zij verwijst daarvoor naar de bijlagen I tot VII. Die verordening bepaalt in artikel 33.1 ook: "De lidstaten stellen de voorschriften vast betreffende sancties op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze voorschriften ten uitvoer worden gelegd. De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn." Artikel 1 van Verordening (EU) Nr. 509/2012 van de Raad van 15 juni 2012 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië, in werking getreden op 17 juni 2012, voert in Verordening (EU) nr. 36/2012 een artikel 2ter in, dat een voorafgaande vergunning van de bevoegde lidstaat vereist voor de export van bepaalde goederen genoemd in de nieuw ingevoerde bijlage IX, ten behoeve van een Syrische persoon of bestemd voor gebruik in Syrië. Die bijlage IX vermeldt onder nummer IX.A1.003 het product dichloormethaan in een concentratie van 95 procent of meer. De producten aceton in een concentratie van 90 procent of meer, isopropanol in een concentratie van 95 procent of meer en methanol in een concentratie van 90 procent of meer werden aan de bijlage IX toegevoegd door artikel 1, 11), van Verordening (EU) Nr. 697/2013 van de Raad van 22 juli 2013 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië, in werking getreden op 24 juli
- Krachtens artikel 288, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is een verordening verbindend in al haar onderdelen en is zij rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Bijgevolg trad ingevolge de vermelde verordeningen de vergunningsplicht voor de uitvoer van bepaalde goederen naar Syrië in werking op 17 juni 2012 en vielen dichloormethaan vanaf die datum en aceton, isopropanol en methanol vanaf 24 juli 2013 onder de toepassing ervan.
- De Wet Uitvoer bepaalt: - in artikel 2: "De Koning kan, bij in de Ministerraad overgelegd besluit, de in-, uit- en doorvoer van goederen en van technologie reglementeren, onder meer door een stelsel van voorafgaande machtigingen, door de heffing van bijzondere rechten, door toezichtsmaatregelen of door de invoering van formaliteiten zoals het oorsprongcertificaat: (...) - ofwel ter uitvoering van verdragen, overeenkomsten, of afspraken met een economisch doel of verband houdend met de veiligheid en van beslissingen of aanbevelingen van internationale of supranationale organisaties; - ofwel om bij te dragen tot de naleving van de algemene beginselen van het recht en van de menselijke samenleving die door de beschaafde naties worden erkend." - in artikel 3: "De Koning kan de Ministers die Hij aanwijst, ertoe machtigen de in-, uit- en doorvoer van bepaalde goederen of technologie aan een voorafgaande machtiging te onderwerpen." - in artikel 10: "Overtreding en poging tot overtreding van krachtens deze wet uitgevaardigde bepalingen worden gestraft overeenkomstig artikelen 231, 249 tot 253, en 263 tot 284 [AWDA]".
- Het KB Uitvoer, genomen ter uitvoering van onder meer de artikelen 2 en 3 Wet Uitvoer, bepaalt: - in artikel 1, § 1, dat op advies van de Interministeriële Economische Commissie de ministers tot wier bevoegdheid de Economische Zaken en de Buitenlandse Handel behoren, de uitvoer van de door hen aangewezen goederen en technologie, bestemd voor door hen vastgestelde landen, aan een voorafgaande machtiging kunnen onderwerpen; - in artikel 1, § 3, dat de minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren, een bericht in het Belgisch Staatsblad doet publiceren "wanneer het van kracht worden van reglementeringen bij de in-, uit- of doorvoer, die vastgesteld zijn door een handeling van de bevoegde instellingen van de Europese Gemeenschappen, de in-, uit- of doorvoer van goederen en technologie (...) met bestemming naar welbepaalde landen, aan een voorafgaande machtiging onderwerpt. Dit bericht zal eventueel de uitvoeringsmodaliteiten van deze maatregelen bepalen". - in artikel 9, § 1: "Overtredingen en pogingen tot overtreding van de bepalingen van dit besluit en van de ter uitvoering hiervan genomen besluiten, worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig de bepalingen van artikel 10 [Wet Uitvoer] en onverminderd het bepaalde in artikel 10bis van dezelfde wet."
- Het ministerieel besluit van 22 februari 2013 waarbij de uitvoer van goederen met bestemming Syrië aan een vergunning onderworpen wordt, genomen ter uitvoering van de Wet Uitvoer en het KB Uitvoer, bepaalt dat de goederen vermeld in zijn bijlagen zijn onderworpen aan de overlegging van een vergunning. De goederen, voorwerp van de vervolging, zijn niet opgenomen in die bijlagen of in de bijlagen toegevoegd door wijzigende ministeriële besluiten.
- Het bericht "Specifieke beperkende maatregelen tegen Syrië. Bericht van verbod. Toepassing van de Verordening (EU) nr. 36/2012 van de Raad van 18 januari 2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 442/2011", dat overeenkomstig artikel 1, § 3, KB Uitvoer is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 2 april 2012, bepaalt dat het voor een Belg of een houder van om het even welke nationaliteit, handelend vanuit het nationale grondgebied verboden is om, direct of indirect, aan personen, entiteiten of lichamen in Syrië of voor gebruik in Syrië bepaalde technische bijstand of diensten te verlenen. Vervolgens worden verboden handelingen opgesomd met betrekking tot onder meer goederen die zijn opgenomen in de bijlagen I, V, VI en VII van Verordening (EU) nr. 36/
- Ten slotte bepaalt het bericht dat de inbreuken op de bepalingen ervan worden bestraft met de sancties voorzien in artikel 6 van de wet van 13 mei 2003 inzake de tenuitvoerlegging van de beperkende maatregelen die genomen worden door de Raad van de Europese Unie ten aanzien van Staten, sommige personen en entiteiten.
- Uit de wetsgeschiedenis van het KB Uitvoer, alsook uit de rechtstreekse werking van Verordening (EU) nr. 36/2012 en de wijzigingsverordeningen volgt dat het vermelde bericht enkel een informatieve waarde heeft. Dat bericht is niet vereist voor de inwerkingtreding van de vergunningsplicht bepaald in de vermelde verordeningen. Evenmin is het een uitvoeringsbesluit waarvan de overtreding strafbaar is gesteld door artikel 9, § 1, KB Uitvoer.
- Een overtreding van Verordening (EU) nr. 36/2012 en de wijzigende verordeningen is ook geen overtreding van een krachtens de Wet Uitvoer uitgevaardigde bepaling, zodat een dergelijke overtreding niet als dusdanig wordt strafbaar gesteld door artikel 10 van die wet.
- De verplichting die artikel 33.1 van Verordening (EU) nr. 36/2012 aan de lidstaten oplegt om overtredingen van de bepalingen van die verordening te sanctioneren, het loyaliteitsbeginsel vervat in artikel 4.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de verplichting van de lidstaten om de juridisch bindende handelingen van de Unie uit te voeren, zoals vervat in artikel 291.1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, of de verplichting om het nationale recht zoveel mogelijk uit te leggen in overeenstemming met het recht van de Europese Unie, laten niet toe om anders te oordelen.
- Het arrest (p. 32-33) oordeelt dat het sanctiestelsel van de Wet Uitvoer van toepassing is op overtredingen van Verordening (EU) nr. 36/2012 en dat dit volgt uit de publicatie van het vermelde bericht omdat België door die publicatie uitvoering heeft gegeven aan zijn verplichtingen zoals opgenomen in artikel 33 van die verordening. Die beslissing is niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven van de eisers
- De grieven die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre de cassatieberoepen niet ontvankelijk zijn. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers tot een tiende van de kosten van hun respectieve cassatieberoepen. Houdt de beslissing over de overige kosten van de cassatieberoepen aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, anders samengesteld. Bepaalt de kosten in het geheel op 290,40 euro, waarvan de eiser I 99,00 euro is verschuldigd en de eiseres II en de eiser III elk 95,70 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 10 november 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201110.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230425.2N.5 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240917.2N.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div