← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.12 Rolnummer: P.20.1071.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-04-05 Raadplegingen: 711 - laatst gezien 2026-06-17 09:12 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Krachtens artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering kunnen de in Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten aan de daar bedoelde veroordeelde worden toegekend voor zover er in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden; deze bepaling somt de in aanmerking komende tegenaanwijzingen limitatief op en de strafuitvoeringsmodaliteiten kunnen niet op grond van andere redenen worden geweigerd. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsmodaliteiten - Tegenaanwijzingen - Limitatieve opsomming - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiche 2 De vaststelling dat eiseres haar schuld aan de feiten waarvoor zij werd veroordeeld blijft ontkennen, is geen tegenaanwijzing als bedoeld in artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering; de strafuitvoeringsrechtbank die de afwijzing van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit in wezen enkel op deze vaststelling steunt, schendt bijgevolg die bepaling. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsmodaliteiten - Tegenaanwijzingen - Ontkenning van de feiten - Invloed Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1071.N E C, veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiseres, met als raadsman mr. Katrien Van der Straeten, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 19 oktober

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het vonnis stelt vast dat het verzoek tot het toekennen van beperkte detentie ontvankelijk is. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep van de eiseres niet ontvankelijk. Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering: het vonnis neemt voor de afwijzing van de gevraagde beperkte detentie ten onrechte de tegenaanwijzingen aan van het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten en van de houding van de eiseres ten aanzien van de slachtoffers; door deze tegenaanwijzingen te motiveren met verwijzing naar de blijvende ontkennende houding van de eiseres, creëert de strafuitvoeringsrechtbank een bijkomende voorwaarde die de wet niet bepaalt en bedient zij zich van redenen die met de aangenomen tegenaanwijzingen geen verband houden.
  4. Krachtens artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering kunnen de in Titel V bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten aan de daar bedoelde veroordeelde worden toegekend voor zover er in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen bestaan waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden. Deze bepaling somt de in aanmerking komende tegenaanwijzingen limitatief op en de strafuitvoeringsmodaliteiten kunnen niet op grond van andere redenen worden geweigerd.
  5. Niettegenstaande de formele verwijzing naar de tegenaanwijzingen van het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten en van de houding van de eiseres ten aanzien van de slachtoffers, steunt de strafuitvoeringsrechtbank de afwijzing van de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit in wezen enkel op de vaststelling dat de eiseres haar schuld aan de feiten waarvoor zij werd veroordeeld, blijft ontkennen. Dat is geen tegenaanwijzing als bedoeld in artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering. Het vonnis schendt bijgevolg die bepaling. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens in zoverre dit het verzoek van de eiseres tot het toekennen van de bedoelde strafuitvoeringsmodaliteit ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot een tiende van de kosten van haar cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 17 november 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.12 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241203.2N.15 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250204.2N.15 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.