id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.13 Rolnummer: P.20.1072.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2020-11-20 Raadplegingen: 286 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel belet dat een gevangenispsychiater een verslag opstelt betreffende een geïnterneerde zonder die geïnterneerde voorafgaandelijk te hebben gehoord. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Vrije woorden: Rechtspleging - Verslag van de gevangenispsychiater - Horen van de geïnterneerde - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 47, § 3 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiche 2 Uit artikel 47, § 3, Interneringswet volgt niet dat de verslagen van de gevangenispsychiater aan de geïnterneerde en zijn raadsman in afschrift moeten worden bezorgd. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Vrije woorden: Rechtspleging - Verslag van de gevangenispsychiater - Afschrift aan geïnterneerde en zijn raadsman - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 47, § 3 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1072.N S A, geïnterneerde, eiser, met als raadsman mr. Michiel Van Kelecom, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 13 oktober
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Uit artikel 78 Interneringswet volgt dat tegen de beslissing tot plaatsing van de eiser in de afdeling tot bescherming van de maatschappij te Merksplas en betreffende de uitgaansvergunningen geen cassatieberoep openstaat. In zoverre ook tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Eerste middel
- Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 66 Interneringswet: het vonnis wijst de definitieve invrijheidstelling af louter op de vaststelling van het bestaan van een geestesstoornis zonder het al dan niet gestabiliseerd karakter van de geestesstoornis na te gaan. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het vonnis laat na standpunt in te nemen over het al dan niet gestabiliseerd karakter van de geestesstoornis, terwijl het louter vaststellen van het bestaan van een geestesstoornis onvoldoende is om de definitieve invrijheidstelling af te wijzen.
- Krachtens artikel 66 Interneringswet kan, behoudens in hier niet toepasselijke gevallen, de definitieve invrijheidstelling worden toegekend aan de geïnterneerde op voorwaarde dat de geestesstoornis voldoende gestabiliseerd is, zodat redelijkerwijze niet te vrezen valt dat de geïnterneerde persoon, al dan niet ten gevolge van zijn geestesstoornis, eventueel in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw misdrijven zoals bedoeld in artikel 9, § 1, 1°, Interneringswet zal plegen.
- Het vonnis oordeelt als volgt: - de PSD stelt met betrekking tot eisers toestandsbeeld vast dat zijn verslavingsproblematiek nog op de voorgrond staat; - de PSD-psychiater neemt in haar verslag van 24 maart 2020 een antisociale persoonlijkheidsstoornis met psychopate kenmerken aan, naast een stoornis in middelengebruik met een risico-verhogend effect op nieuwe feiten; - er wordt gewezen op een gebrekkig ziekte-inzicht en een weinig doorleefd schuldbesef; - het risico op verval in middelengebruik wordt hoog tot zeer hoog ingeschat; - het risico op herval in nieuwe feiten wordt als reëel ingeschat; - enkel een langdurige behandeling van eisers persoonlijkheids- en verslavingsproblematiek kan helpen om tot nieuwe inzichten te komen; - eisers reeds beperkte motivatie voor behandeling nam het afgelopen jaar af, zodat er volgens de PSD thans nauwelijks sprake is van behandelmotivatie; - wat het bestaan van een geestesstoornis betreft, verwijst de rechtbank in eerste instantie naar de recente verslagen van gevangenispsychiaters dr. De Laender van 16 juli 2019 en dr. Schildermans van 24 maart 2020, waarin wordt gewezen op een duidelijke drugproblematiek en een antisociale persoonlijkheidsstoornis; - ook in het recent verslag van dr. Roosen wordt op basis van testpsychologisch onderzoek een antisociale persoonlijkheidsproblematiek aangenomen; - enkel op basis van eisers verklaringen dat hij tot inzicht zou zijn gekomen en door het in rekening brengen van zijn leeftijd als enig objectief maar prognostisch positief element, wordt de diagnose van de antisociale problematiek afgezwakt; - psychiater Roosen wijst echter zelf op de subjectiviteit van zijn indruk van eisers schuldbesef en verworven inzichten; - bovendien blijkt duidelijk op basis van de voorliggende dossiergegevens dat eisers bewering ten aanzien van de deskundige dat er geen sprake meer zou zijn van druggebruik, niet met de realiteit strookt; - na zijn aanhouding gaf hij ten aanzien van de PSD toe dat hij in de zomer van 2018 ernstig hervallen was in druggebruik; - hij gaf ook toe tijdens zijn huidige detentie regelmatig cannabis te gebruiken; - ook uit het laatste verslag van de PSD van 2 april 2020 blijkt dat zijn verslavingsprobleem nog op de voorgrond staat; - hij minimaliseert zijn druggebruik en wijst zijn gebruik aan detentiestress; - wat betreft de redelijke vrees voor nieuwe wanbedrijven of misdaden met gevaar voor de integriteit van derden stelt de rechtbank vast dat recent nog door dr. Schildermans het risico op herval in eisers langdurige en ernstige versla¬vingsproblematiek als zeer hoog werd beoordeeld en het risico op acting-out gedrag ten gevolge van zijn druggebruik als reëel; - ook dr. Roosen maakt melding van recidivegevaar dat volgens hem kan worden beperkt mits noodzakelijke psychotherapeutische en maatschappelijke begeleiding op ambulante of residentiële wijze; - zijn bewering dat er meer dan twee jaar geen feiten zijn gepleegd die de psychische of fysieke integriteit van derden aantasten of bedreigen, wordt tegengesproken door het vonnis bij verstek van 11 april 2018 voor feiten van weerspannigheid; - met betrekking tot het proces-verbaal van 7 juni 2018 wegens slagen staat de eiser nog geseind voor verhoor en geldt het vermoeden van onschuld. Daaruit volgt dat het vonnis de afwijzing van eisers verzoek om definitieve invrijheidstelling niet louter grondt op de vaststelling van het bestaan van een geestesstoornis, maar dat verzoek ook heeft beoordeeld in het licht van de overige voorwaarden van artikel 66 Interneringswet. Het middel mist in zijn beide onderdelen feitelijke grondslag. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en miskenning van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces: het vonnis steunt de afwijzende beslissing van eisers verzoek op een verslag van dr. Schildermans van 24 maart 2020, terwijl de eiser van dit verslag geen kennis heeft kunnen nemen en hij bijgevolg niet op de hoogte is van de inhoud ervan en hij betwist de betrokken psychiater ooit te hebben ontmoet voor een gesprek; het opstellen van een psychiatrisch verslag zonder het horen van de eiser en het niet kenbaar maken van de inhoud van dit verslag miskent eisers recht van verdediging; de eiser moet tegenspraak kunnen voeren over de inhoud van dit verslag.
- Het vonnis verwijst naar het verslag van gevangenispsychiater dr. Schildermans van 24 maart
- Dit verslag is gevoegd bij het advies van de directeur en behoort tot de dossierstukken. De eiser en zijn raadsman konden bijgevolg kennis nemen van dit stuk en er tegenspraak over voeren. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
- Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel belet dat een gevangenispsychiater een verslag opstelt betreffende een geïnterneerde zonder die geïnterneerde voorafgaandelijk te hebben gehoord. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Voor het overige verplicht het onderdeel tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 47, § 3, Interneringswet: in strijd met deze bepaling werden de psychiatrische verslagen van dr. De Laender van 16 juli 2019 en dr. Schildermans van 24 maart 2020 niet aan de eiser en zijn raadsman bezorgd, zelfs niet nadat op de rechtszitting werd gevraagd alle dossierstukken over te maken zoals door de wet is voorgeschreven.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser en zijn raadsman hebben gevraagd hen alle dossierstukken te bezorgen. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
- Uit artikel 47, § 3, Interneringswet volgt niet dat de verslagen van de gevangenispsychiater aan de geïnterneerde en zijn raadsman in afschrift moeten worden bezorgd. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 17 november 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div