← België

V. contra M.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.3 Rolnummer: P.20.0758.N Zaak: V. contra M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-04-05 Raadplegingen: 999 - laatst gezien 2026-06-17 11:28 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 372, tweede lid, Strafwetboek bestraft de aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of bedreiging, indien de schuldige gewoonlijk of occasioneel samenwoont en over het slachtoffer gezag heeft; een stiefvader kan een persoon zijn als bedoeld door deze bepalingen; voor deze telastlegging geldt een onweerlegbaar vermoeden van afwezigheid van toestemming

(1).
(1)Cass. 30 januari 2018, AR P.17.0501.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180130.4, AC 2018, nr. 65. Thesaurus CAS: AANRANDING VAN EERBAARHEID EN VERKRACHTING Vrije woorden: Aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of bedreiging - Persoon die gewoonlijk of occasioneel samenwoont met het slachtoffer en gezag heeft - Stiefvader - Begrip Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 372, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Vrije woorden: Aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of bedreiging - Persoon die gewoonlijk of occasioneel samenwoont met het slachtoffer en gezag heeft - Toestemming van het slachtoffer - Onweerlegbaar vermoeden van afwezigheid van toestemming - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 372, tweede lid - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 3 - 4 Bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie dient de rechter bij de beoordeling of een beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan feiten omschreven als aanranding van de eerbaarheid door middel van geweld of bedreiging of verkrachting gepleegd op een minderjarige die ouder is dan zestien jaar niet uitdrukkelijk aan te geven dat hij heeft nagegaan of het slachtoffer in concreto in voldoende mate fysiek en mentaal weerbaar was om niet in te stemmen met het aangaan van een seksuele relatie
(1).
(1)Zie Cass. 9 oktober 2012, AR P.11.2120.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121009.1, AC 2012, nr.
  1. Thesaurus CAS: AANRANDING VAN EERBAARHEID EN VERKRACHTING Vrije woorden: Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging - Minderjarige boven de volle leeftijd van 16 jaar - Toestemming van het slachtoffer - Fysieke en mentale weerbaarheid - Beoordeling - Draagwijdte Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging - Minderjarige boven de volle leeftijd van 16 jaar - Toestemming van het slachtoffer - Fysieke en mentale weerbaarheid - Beoordeling - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. P.20.0758.N I
  2. S V T,
  3. P V T, burgerlijke partijen, eisers, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent, II PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT eiser, de cassatieberoepen tegen E P M, beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 19 juni
  4. De eisers I voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van de eiser II
  5. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: de redenen die het arrest bevat, laten het Hof niet toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen betreffende het ontslag van rechtsvervolging voor de feiten omschreven onder de telastlegging G; de rechter heeft de plicht aan de bij hem aanhangig gemaakte feiten de juiste omschrijving te geven; de feiten omschreven onder de telastlegging G kunnen worden omschreven als aanranding van de eerbaarheid zonder geweld of bedreiging op de persoon van een minderjarige boven de leeftijd van 16 jaar, zijnde een inbreuk op artikel 372, tweede lid, Strafwetboek; het arrest stelt vast dat de verweerder de stiefvader is van de eiseres I.1; er geldt een onweerlegbaar vermoeden van afwezigheid van toestemming voor een dergelijke telastlegging; de redenen van het arrest laten niet toe met zekerheid te weten of het ontslag van rechtsvervolging voor de eventueel heromschreven feiten van de telastlegging G is gesteund op twijfel over het gegeven of de seksuele handelingen een aanvang namen vóór of na de achttiende verjaardag van de eiseres I.1 dan wel op twijfel over het gebrek aan toestemming van de eiseres I.1 voor de feiten die zouden zijn gepleegd in de periode tussen haar zestiende en achttiende verjaardag.
  6. In correctionele en politiezaken maakt de verwijzingsbeslissing van het onderzoeksgerecht of de dagvaarding om te verschijnen voor het vonnisgerecht niet de daarin vervatte kwalificatie bij het vonnisgerecht aanhangig, maar wel de feiten zoals ze blijken uit de stukken van het onderzoek en die aan de akte van aanhangigmaking ten grondslag liggen. Die kwalificatie is voorlopig en het vonnisgerecht heeft de plicht om, mits eerbiediging van het recht van verdediging van partijen, aan de feiten hun juiste omschrijving te geven. Die verplichting geldt ook voor het appelgerecht.
  7. Artikel 372, tweede lid, Strafwetboek bestraft de aanranding van de eerbaarheid, zonder geweld of bedreiging, indien de schuldige gewoonlijk of occasioneel met het slachtoffer samenwoont en over het slachtoffer gezag heeft. Een stiefvader kan een persoon zijn als bedoeld door deze bepalingen.
  8. Voor deze telastlegging geldt een onweerlegbaar vermoeden van afwezigheid van toestemming.
  9. De verweerder wordt met de telastlegging G vervolgd voor de aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging op de eiseres I.1, zijnde een minderjarige boven de volle leeftijd van 16 jaar, zijnde een inbreuk op artikel 373, tweede lid, Strafwetboek.
  10. Het arrest stelt vast dat de verweerder de stiefvader is van de eiseres I.
  11. Het arrest oordeelt dat de dossiergegevens geen menselijke zekerheid over het gebrek aan toestemming bevatten van de door de verweerder ten aanzien van de eiseres I.1 gestelde seksuele handelingen, dat de verklaring van de verweerder dat hij en de eiseres I.1, vanaf haar 17 of 18 jaar een geheime relatie hadden, niet van elke geloofwaardigheid is ontdaan en dat er geen zekerheid bestaat over het feit of het eerste seksuele contact met de eiseres I.1 vóór of na haar achttiende verjaardag is te situeren. Het verleent de verweerder op die gronden ontslag van rechtsvervolging voor de feiten omschreven onder de telastlegging G.
  12. Het arrest dat vaststelt dat de verweerder de stiefvader is van de eiseres I.1, maar niet onderzoekt of hij te beschouwen is als een persoon die ten tijde van de feiten omschreven onder de telastlegging G gewoonlijk of occasioneel met het slachtoffer samenwoonde en over haar gezag had en of de strafbaarheid van die feiten bijgevolg ook niet had moeten worden beoordeeld overeenkomstig artikel 372, tweede lid, Strafwetboek, laat het Hof niet toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
  13. De vernietiging van het ontslag van rechtsvervolging van de verweerder voor de feiten omschreven onder de telastlegging G leidt tot de vernietiging van de ongegrondverklaring van de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers I in zoverre gesteund op die feiten, die er immers een gevolg van is. Tweede middel van de eisers I
  14. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 372, tweede lid, en 373, tweede lid, Strafwetboek: het arrest spreekt de verweerder vrij voor de telastlegging G en verklaart de burgerlijke rechtsvorderingen ongegrond omdat er twijfel bestaat over de vraag of de eiseres I.1 al dan niet zou hebben ingestemd met de seksuele handelingen, terwijl voor de feiten van de telastlegging G een onweerlegbaar vermoeden van afwezigheid van toestemming geldt; het arrest laat na deze feiten te herkwalificeren naar een inbreuk op artikel 372, tweede lid, Strafwetboek; het is niet afdoende gemotiveerd omdat de erin vermelde redenen het Hof niet mogelijk maken het vereiste wettigheidstoezicht uit te oefenen, namelijk of de vrijspraak voor de telastlegging G gegrond is op twijfel over het bestaan van toestemming dan wel op twijfel over het tijdstip van het eerste seksuele contact, met name vóór of na de meerderjarigheid; het arrest beantwoordt niet het verweer van de eisers I dat de verklaring van de verweerder dat er pas sprake was van seksuele betrekkingen vanaf de meerderjarigheid van de eiseres I.1 louter is ingegeven doordat hij zich bewust was van de strafrechtelijke bepalingen.
  15. Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging van de beslissing tot ongegrondverklaring van de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers I, in zoverre gesteund op de feiten omschreven onder de telastlegging G, behoeft dit middel geen antwoord. Eerste middel van de eisers I
  16. Het middel voert schending aan van de artikelen 373 en 375 Strafwetboek: het arrest beslist dat er geen sprake is van aanranding of verkrachting van de eiseres 1.1, spreekt de verweerder vrij voor de telastleggingen D, E, G en H en verklaart de burgerlijke rechtsvorderingen ongegrond, zonder na te gaan of de eiseres I.1 in concreto in voldoende mate fysiek en mentaal weerbaar was om niet in te stemmen met het aangaan van een seksuele relatie met de verweerder, waarvan het bestaan door het arrest wordt aangenomen vanaf zij zeventien of achttien jaar was; het hebben van een relatie sluit niet uit dat er een gebrek is aan toestemming als bedoeld in artikel 375 Strafwetboek en een gebrek aan geweld of bedreiging als bedoeld in artikel 373 Strafwetboek.
  17. Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging van de beslissing tot ongegrondverklaring van de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers I, in zoverre gesteund op de feiten omschreven onder de telastlegging G, behoeft dit middel geen antwoord.
  18. Bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie dient de rechter bij de beoordeling of een beklaagde zich schuldig heeft gemaakt aan feiten omschreven als aanranding van de eerbaarheid door middel van geweld of bedreiging of verkrachting gepleegd op een minderjarige die ouder is dan zestien jaar niet uitdrukkelijk aan te geven dat hij de door het middel bedoelde toets heeft uitgevoerd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  19. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het ontslag van rechtsvervolging verleent aan de verweerder voor de feiten van de telastlegging G en de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers I in de mate dat die zijn gesteund op de feiten van de telastlegging G ongegrond verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Laat twee derden van de kosten van het cassatieberoep II ten laste van de Staat. Veroordeelt de eisers I tot twee derden van de kosten van het cassatieberoep I. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Bepaalt de kosten in het geheel op 387,45 euro waarvan de eisers I 24,75 euro is verschuldigd en de eiser II 51,92 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 17 november 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201117.2N.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121009.1 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180130.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.