← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.5 Rolnummer: P.20.0881.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-04-06 Raadplegingen: 761 - laatst gezien 2026-06-20 04:49 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De onderzoeks- en vonnisgerechten kunnen slechts beslissen tot internering indien cumulatief aan de voorwaarden bepaald in artikel 9 Interneringswet is voldaan en die voorwaarden om te interneren zijn niet verschillend naargelang het onderzoeksgerecht dan wel het vonnisgerecht oordeelt

(1).
(1)H. HEIMANS, T. VANDER BEKEN EN E. SCHIPAANBOORD, Eindelijk een echte nieuwe en goede wet op de internering? Deel I: De gerechtelijke fase, RW 2014-2015, 1043-1064, Deel II: De uitvoeringsfase, RW 2015-2016, 42-62, Deel III: De reparatie, RW 2016-2017, 603-619; T. VANDER BEKEN, De nieuwe interneringswetgeving', in P. TRAEST, A. VERHAGE EN G VERMEULEN (eds.), Strafrecht en strafprocesrecht: doel of middel in een veranderende samenleving, Mechelen, Wolters Kluwer, 2017. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Vonnisgerecht - Voorwaarden - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Internering - Voorwaarden - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 9 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 3 - 4 Volgens artikel 10 Interneringswet kan ingeval van internering, indien de geïnterneerde niet of niet meer aangehouden is, het onderzoeks- of vonnisgerecht de onmiddellijke opsluiting van de betrokkene bevelen indien te vrezen is dat hij zich aan de uitvoering van de veiligheidsmaatregel zou trachten te onttrekken of indien te vrezen is dat hij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de fysieke of psychische integriteit van derden of voor hemzelf zou vormen en die beslissing moet nader aangeven welke omstandigheden die vrees wettigen; eens de door het onderzoeks- of vonnisgerecht genomen beslissing tot internering definitief is, beslist de kamer voor bescherming van de maatschappij als gespecialiseerd en multidisciplinair rechtscollege volgens de in de Interneringswet bepaalde procedures op korte termijn en vervolgens periodiek over de wijze van tenuitvoerlegging van de interneringsbeslissing en zij kan beslissen tot plaatsing van de geïnterneerde, in voorkomend geval gepaard gaande met uitgaansvergunningen, verlof of beperkte detentie, tot de toekenning van elektronisch toezicht, tot de toekenning van invrijheidstelling op proef, tot de toekenning van een vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering en tot de definitieve invrijheidstelling, mits daartoe voldaan is aan de wettelijk bepaalde voorwaarden, zodat een interneringsbeslissing zelf niet noodzakelijk een vrijheidsberoving van een geïnterneerde impliceert
(1).
(1)H. HEIMANS, T. VANDER BEKEN EN E. SCHIPAANBOORD, Eindelijk een echte nieuwe en goede wet op de internering? Deel I: De gerechtelijke fase, RW 2014-2015, 1043-1064, Deel II: De uitvoeringsfase, RW 2015-2016, 42-62, Deel III: De reparatie, RW 2016-2017, 603-619; T. VANDER BEKEN, De nieuwe interneringswetgeving', in P. TRAEST, A. VERHAGE EN G VERMEULEN (eds.), Strafrecht en strafprocesrecht: doel of middel in een veranderende samenleving, Mechelen, Wolters Kluwer, 2017. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - INTERNERING Vrije woorden: Vrijheidsberoving van de geïnterneerde - Voorwaarden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 10 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Vrije woorden: Internering - Tenuitvoerlegging - Modaliteiten - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 5 mei 2014 betreffende de internering - 05-05-2014 - Art. 10 - 11 ELI link Pub nr 2014009316 Fiches 5 - 7 Uit de bepaling van artikel 5.1.e) EVRM volgt dat de vrijheidsberoving van een geesteszieke slechts gerechtvaardigd is indien blijkt dat andere minder ernstige maatregelen in overweging zijn genomen en ontoereikend zijn bevonden om het individueel of publiek belang te beschermen maar deze verdragsbepaling verhindert niet dat het onderzoeksgerecht beslist tot de internering indien aan de wettelijk bepaalde voorwaarden is voldaan en het vervolgens aan de kamer voor bescherming van de maatschappij staat om te bepalen op welke wijze de veiligheidsmaatregel concreet zal worden uitgevoerd en in het bijzonder of vrijheidsberoving daarbij noodzakelijk is; uit de verdragsbepaling volgt geenszins dat de interneringsbeslissing zou voorbehouden zijn aan een rechtscollege dat ook straffen met probatie-uitstel of een autonome probatiestraf kan opleggen
(1).
(1)H. HEIMANS, T. VANDER BEKEN EN E. SCHIPAANBOORD, Eindelijk een echte nieuwe en goede wet op de internering? Deel I: De gerechtelijke fase, RW 2014-2015, 1043-1064, Deel II: De uitvoeringsfase, RW 2015-2016, 42-62, Deel III: De reparatie, RW 2016-2017, 603-619; T. VANDER BEKEN, De nieuwe interneringswetgeving', in P. TRAEST, A. VERHAGE EN G VERMEULEN (eds.), Strafrecht en strafprocesrecht: doel of middel in een veranderende samenleving, Mechelen, Wolters Kluwer,
  1. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.1 Vrije woorden: Artikel 5.1.e - Vrijheidsberoving van een geesteszieke - Voorwaarden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - UITVOERINGSMODALITEITEN INTERNERING Vrije woorden: Vrijheidsberoving - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Internering - Vrijheidsberoving - Voorwaarden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.1.e - 30 Link Justel databank 19501104-30 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0881.N E R F D, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Dante Mignolet, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 juli
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 5.1 EVRM: het arrest beslist ten onrechte tot de internering van de eiser in plaats van hem te verwijzen naar de correctionele rechtbank; die rechtbank kan oordelen of een internering wel moet worden uitgesproken dan wel andere alternatieve maatregelen zoals een straf met probatie-uitstel of een autonome probatiestraf opleggen; de kamer van inbeschuldigingstelling kan enkel de internering bevelen; artikel 5.1 EVRM vereist nochtans dat vooraleer een vrijheidsberovende maatregel wordt uitgesproken, er wordt vastgesteld dat er geen andere minder ingrijpende maatregelen beschikbaar zijn die voldoende tegemoet kunnen komen aan de bescherming van de fysieke of psychische integriteit van derden.
  4. Artikel 2, eerste lid, Interneringswet omschrijft de internering van personen met een geestesstoornis als een veiligheidsmaatregel die er tegelijkertijd toe strekt de maatschappij te beschermen en ervoor te zorgen dat aan de geïnterneerde persoon de zorg wordt verstrekt die zijn toestand vereist met het oog op zijn re-integratie in de maatschappij. Volgens artikel 2, tweede lid, Interneringswet zal rekening houdend met het veiligheidsrisico en de gezondheid van de geïnterneerde hem de nodige zorg worden aangeboden om een menswaardig leven te leiden, waarbij die zorg is gericht op een maximaal haalbare vorm van maatschappelijke re-integratie en verloopt waar aangewezen en mogelijk via een zorgtraject waarin aan de geïnterneerde persoon telkens zorg op maat wordt aangeboden.
  5. Volgens artikel 9 Interneringswet kunnen de onderzoeksgerechten, net als de vonnisgerechten, na uitvoering van een forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek of de actualisering van een dergelijk onderzoek, de internering bevelen van een persoon 1° die een misdaad of wanbedrijf heeft gepleegd die de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt, en, 2° die op het ogenblik van de beslissing aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast, en, 3° bij wie het gevaar bestaat dat hij als gevolg van zijn geestesstoornis, eventueel in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw feiten zoals bedoeld in 1° zal plegen.
  6. De onderzoeks- en vonnisgerechten kunnen slechts beslissen tot internering indien cumulatief aan die voorwaarden is voldaan. De voorwaarden om te interneren zijn niet verschillend naargelang het onderzoeksgerecht dan wel het vonnisgerecht oordeelt.
  7. Volgens artikel 10 Interneringswet kan ingeval van internering, indien de geïnterneerde niet of niet meer aangehouden is, het onderzoeks- of vonnisgerecht de onmiddellijke opsluiting van de betrokkene bevelen indien te vrezen is dat hij zich aan de uitvoering van de veiligheidsmaatregel zou trachten te onttrekken of indien te vrezen is dat hij een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de fysieke of psychische integriteit van derden of voor hemzelf zou vormen. Die beslissing moet nader aangeven welke omstandigheden die vrees wettigen.
  8. Eens de door het onderzoeks- of vonnisgerecht genomen beslissing tot internering definitief is, beslist de kamer voor bescherming van de maatschappij als gespecialiseerd en multidisciplinair rechtscollege volgens de in de Interneringswet bepaalde procedures op korte termijn en vervolgens periodiek over de wijze van tenuitvoerlegging van de interneringsbeslissing. Die kamer kan beslissen tot plaatsing van de geïnterneerde, in voorkomend geval gepaard gaande met uitgaansvergunningen, verlof of beperkte detentie, tot de toekenning van elektronisch toezicht, tot de toekenning van invrijheidstelling op proef, tot de toekenning van een vervroegde invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering en tot de definitieve invrijheidstelling, mits daartoe voldaan is aan de wettelijk bepaalde voorwaarden.
  9. Uit het voorgaande volgt dat een interneringsbeslissing zelf niet noodzakelijk een vrijheidsberoving van een geïnterneerde impliceert.
  10. Volgens artikel 5.1.e) EVRM mag niemand van zijn vrijheid worden beroofd, behalve in het geval van een rechtmatige gevangenhouding van geesteszieken en dit langs wettelijke weg. Uit die bepaling volgt dat de vrijheidsberoving van een geesteszieke slechts gerechtvaardigd is indien blijkt dat andere minder ernstige maatregelen in overweging zijn genomen en ontoereikend zijn bevonden om het individueel of publiek belang te beschermen.
  11. De aldus uitgelegde verdragsbepaling verhindert niet dat het onderzoeksgerecht beslist tot de internering indien aan de wettelijk bepaalde voorwaarden is voldaan en het vervolgens aan de kamer voor bescherming van de maatschappij staat om te bepalen op welke wijze de veiligheidsmaatregel concreet zal worden uitgevoerd en in het bijzonder of vrijheidsberoving daarbij noodzakelijk is. Uit de verdragsbepaling volgt geenszins dat de interneringsbeslissing zou voorbehouden zijn aan een rechtscollege dat ook straffen met probatie-uitstel of een autonome probatiestraf kan opleggen.
  12. Het middel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 41,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 24 november 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.5 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230912.2N.12 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241029.2N.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.