id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.9 Rolnummer: P.20.1143.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-04-06 Raadplegingen: 897 - laatst gezien 2026-06-20 00:49 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 In strafzaken moet de conclusie blijken uit een geschrift dat, ongeacht zijn benaming of vorm, tijdens het debat ter rechtszitting door een partij of zijn advocaat aan de rechter wordt voorgelegd, waarvan regelmatig is vastgesteld dat de rechter kennis ervan heeft genomen en waarin middelen tot staving van een eis, verweer of exceptie zijn aangevoerd, zodat een geschrift uitgaande van een partij of haar advocaat dat, ook al bevat het dergelijke middelen, ter griffie per fax is ingediend, zonder dat uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat het andermaal ter rechtszitting is neergelegd of dat de eiser zijn middelen mondeling heeft aangevoerd, geen schriftelijke conclusie is waarmee de rechter rekening moet houden
(1).
(1)Cass. 2 juni 2020, AR P.20.0560.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200602.2N.13, AC 2020, nr.351; Cass. 10 april 2018, AR P.18.0061.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180410.4, AC 2018, nr. 221; Cass. 19 september 2017, AR P.16.1065.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170919.3, AC 2017, nr. 482; Cass. 14 januari 1997, AR P.97.0005.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970114.4, AC 1997, nr. 30; Cass. 12 maart 1986, AR nr. 4758, AC 1985-86, nr. 446; R. DECLERCQ, Beginselen van Strafrechtspleging, Kluwer, 6de editie 2014, 768-771. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Motivering - Conclusie - Begrip - Indiening op de griffie per fax - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Motivering - Conclusie - Begrip - Indiening op de griffie per fax - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Strafzaken - Onderzoeksgerechten - Voorlopige hechtenis - Handhaving - Motivering - Conclusie - Begrip - Indiening op de griffie per fax - Draagwijdte - Gevolg Fiches 4 - 7 Aan de substantiële vormvereiste van ondervraging door de onderzoeksrechter voorafgaand aan de verlening van een bevel tot aanhouding mag worden voorbijgegaan indien overmacht de onderzoeksrechter belet de inverdenkinggestelde voorafgaandelijk te ondervragen en er is overmacht indien een gebeurtenis, die door de onderzoeksrechter niet kon worden voorzien, de voorafgaande ondervraging volstrekt onmogelijk maakt binnen de termijn om een bevel tot aanhouding te verlenen; het staat aan de onderzoeksrechter en vervolgens de onderzoeksgerechten bij het regelmatigheidsonderzoek van het aanhoudingsbevel onaantastbaar te oordelen of overmacht de onderzoeksrechter heeft belet de inverdenkinggestelde voorafgaandelijk te ondervragen
(1).
(1)Cass. 10 april 2012, AR P.12.0584.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120410.1, AC 2012, nr.
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Voorafgaande ondervraging door de onderzoeksrechter - Niet-nakoming wegens overmacht - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Voorafgaande ondervraging door de onderzoeksrechter - Niet-nakoming wegens overmacht - Beoordeling van de regelmatigheid van het aanhoudingsbevel - Gevolg Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Voorlopige hechtenis - Handhaving - Voorafgaande ondervraging door de onderzoeksrechter - Niet-nakoming wegens overmacht - Beoordeling van de regelmatigheid van het aanhoudingsbevel - Gevolg Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Kamer van inbeschuldigingstelling - Voorlopige hechtenis - Handhaving - Voorafgaande ondervraging door de onderzoeksrechter - Niet-nakoming wegens overmacht - Beoordeling van de regelmatigheid van het aanhoudingsbevel - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.20.1143.N I K, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Bart Vanmarcke, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 9 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede en derde middel
- De middelen voeren schending aan van de artikelen 23, 4°, en 30, § 3, derde lid, Voorlopige Hechteniswet, alsmede miskenning van de algemene verplichting van het onderzoeksgerecht te antwoorden op de besluiten van de inverdenkinggestelde of zijn raadsman: het arrest beantwoordt niet eisers appelconclusie die zijn raadsman op 4 november 2020 per fax aan de griffie van het hof van beroep heeft overgemaakt; hierin betwist de eiser de regelmatigheid van het aanhoudingsbevel; de conclusie bevat de handtekening van eisers raadsman zodat aan dit geschrift rechtsgevolgen zijn verbonden en de appelrechters gehouden waren hierop te antwoorden.
- Buiten de hier niet toepasselijke gevallen van artikel 152 Wetboek van Strafvordering en artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, moet in strafzaken de conclusie blijken uit een geschrift dat, ongeacht zijn benaming of vorm, tijdens het debat ter rechtszitting door een partij of zijn advocaat aan de rechter wordt overgelegd, waarvan regelmatig is vastgesteld dat de rechter kennis ervan heeft genomen en waarin middelen tot staving van een eis, verweer of exceptie zijn aangevoerd. Bijgevolg is het geschrift uitgaande van een partij of haar advocaat dat, ook al bevat het dergelijke middelen, ter griffie per fax is ingediend, zonder dat uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat het andermaal ter rechtszitting is neergelegd of dat de eiser zijn middelen mondeling heeft aangevoerd, geen schriftelijke conclusie waarmee de rechter rekening moet houden. De middelen die uitgaan van een andere rechtsopvatting, falen naar recht. Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 16, § 2, Voorlopige Hechteniswet: het arrest onderzoekt niet de regelmatigheid van het aanhoudingsbevel dat werd uitgevaardigd zonder voorafgaandelijk verhoor van de eiser door de onderzoeksrechter en dit niettegenstaande dit verweer in conclusie werd aangevoerd.
- Artikel 6 EVRM is in de regel niet van toepassing op de regeling van de voorlopige hechtenis. In zoverre het middel schending van die verdragsbepaling aanvoert, faalt het naar recht.
- In zoverre het middel is afgeleid uit de vergeefs met het tweede en derde middel aangevoerde onwettigheid, is het niet ontvankelijk.
- Volgens artikel 16, § 2, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet moet de onderzoeksrechter alvorens een bevel tot aanhouding te verlenen, de inverdenkinggestelde ondervragen over de feiten die aan de beschuldiging ten grondslag liggen en die aanleiding kunnen geven tot de afgifte van een bevel tot aanhouding en zijn opmerkingen horen. Bij ontstentenis van deze ondervraging, wordt de inverdenkinggestelde in vrijheid gesteld.
- Aan deze substantiële vormvereiste mag evenwel worden voorbijgegaan indien overmacht de onderzoeksrechter belet de inverdenkinggestelde voorafgaandelijk te ondervragen.
- Er is overmacht indien een gebeurtenis, die door de onderzoeksrechter niet kon worden voorzien, de voorafgaande ondervraging volstrekt onmogelijk maakt binnen de termijn om een bevel tot aanhouding te verlenen.
- Het staat aan de onderzoeksrechter en vervolgens de onderzoeksgerechten bij het regelmatigheidsonderzoek van het aanhoudingsbevel onaantastbaar te oordelen of overmacht de onderzoeksrechter heeft belet de inverdenkinggestelde voorafgaandelijk te ondervragen.
- De onderzoeksrechter heeft vastgesteld dat gelet op de slechthorendheid van de inverdenkinggestelde een verhoor niet kon plaatsvinden en dat voorafgaand aan een volgend verhoor een medisch onderzoek zou worden bevolen. Daarmee geeft de onderzoeksrechter te kennen dat overmacht de nakoming van de door artikel 16, § 2, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalde verplichting van een voorafgaand verhoor heeft belet.
- De kamer van inbeschuldigingstelling diende bijgevolg niet de onregelmatigheid van het bevel tot aanhouding vast te stellen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 41,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 24 november 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201124.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970114.4 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120410.1 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170919.3 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180410.4 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200602.2N.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220920.2N.5 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241210.2N.35 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251216.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div