← België

H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201125.2F.4 Rolnummer: P.20.0760.N Zaak: H. Kamer: 2F - deuxième chambre Rechtsgebied: Overige - Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2020-12-10 Raadplegingen: 977 - laatst gezien 2026-06-20 01:43 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Samenvatting(

  1. en)nog niet beschikbaar Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Laattijdig hoger beroep - Aangevoerde fout van de advocaat - Aangevoerde overmacht niet met redenen omkleed - Invloed Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Laattijdig hoger beroep - Aangevoerde fout van de advocaat - Aangevoerde overmacht niet met redenen omkleed - Invloed Thesaurus CAS: LASTGEVING Vrije woorden: Laattijdig hoger beroep - Aangevoerde fout van de advocaat - Aangevoerde overmacht niet met redenen omkleed - Invloed Tekst van de beslissing Nr. P.20.0760.F H. El M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jonathan de Taye, advocaat bij de balie van Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 24 juni 2020. De eiser voert in de memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Sectievoorzitter Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Michel Nolet de Brauwere heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling De eiser die in het bestreden arrest en in de akte van cassatieberoep M. H. El M. wordt genoemd, is dezelfde persoon als de hierboven genoemde El M. H. Middel Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 6 EVRM, alsook miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging. Het voert aan dat het arrest het hoger beroep van de eiser van 16 september tegen het vonnis van 6 mei 2019 niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens laattijdigheid, zonder op zijn verweer te antwoorden en zonder de bijzondere omstandigheden te beoordelen die de appelrechters hebben overtuigd om de overmacht uit te sluiten. De eiser heeft voor het hof van beroep aangevoerd dat hij zijn vorige raadsman had opgedragen hoger beroep in te stellen, dat laatstgenoemde een fout heeft begaan door zijn opdracht niet uit te voeren, en hij voegt hieraan toe dat die tekortkoming hem pas in september 2019 ter kennis is gebracht en hij onmiddellijk alles in het werk heeft gesteld om de procedure te regulariseren. De appelrechters hebben dat verweer beantwoord door erop te wijzen dat zijn vorige raadsman in een brief van 10 januari 2020 heeft bevestigd dat hij de opdracht had gekregen om hoger beroep in te stellen, maar dat hij in september 2020 zijn verzuim heeft ingezien toen de eiser hem terugbelde om hem te melden dat hij een opsluitingsbriefje had ontvangen en dat de dwaling of de nalatigheid van de advocaat geen overmacht uitmaakte voor zijn cliënt. Aangezien de eiser de omstandigheden niet heeft verduidelijkt waarin zijn raadsman geen hoger beroep had ingesteld binnen de wettelijke termijn, diende het hof van beroep zijn beslissing in dat opzicht niet verder met redenen te omkleden. De voormelde redenen schenden de door de eiser aangevoerde verdragsbepaling niet en miskennen evenmin het door hem aangevoerde rechtsbeginsel. Het arrest is aldus regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn nageleefd en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door ridder Jean de Codt, voorzitter, sectievoorzitter Benoît Dejemeppe, en de raadsheren Françoise Roggen, Frédéric Lugentz en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 25 november 2020 uitgesproken door voorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Michel Nolet de Brauwere, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux. Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201125.2F.4 Gerelateerde publicatie(
  2. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240319.2N.13 precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090408.3 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100427.3 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110503.1 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200311.2F.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220208.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230228.2N.3 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250115.2F.10 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260422.2F.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.