← België

G. contra A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201201.2N.9 Rolnummer: P.20.0580.N Zaak: G. contra A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-12-23 Raadplegingen: 949 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit artikel 782bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek volgt niet dat bij wettige verhindering van de kamervoorzitter om het vonnis uit te spreken waarvoor hij aan de beraadslaging heeft deelgenomen, de aanwijzing van een andere rechter door de voorzitter van het rechtscollege, uitdrukkelijk moet gebeuren in een beschikking waarvan een eensluidend afschrift aan het dossier van de rechtspleging moet worden toegevoegd. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Uitspraak van het vonnis of arrest - Wettige verhindering van de kamervoorzitter - Aanwijzing van een andere rechter - Beslissing van de voorzitter van het rechtscollege - Toevoeging van een afschrift van de beslissing aan het dossier - Grens Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 782bis, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Uitspraak van het vonnis of arrest - Wettige verhindering van de kamervoorzitter - Aanwijzing van een andere rechter - Beslissing van de voorzitter van het rechtscollege - Toevoeging van een afschrift van de beslissing aan het dossier - Grens Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 782bis, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 Weerspannigheid veronderstelt een aanval of verzet met geweld of bedreiging tegen de in artikel 269 Strafwetboek bedoelde beschermde personen, die handelen ter uitvoering van de wetten, van de bevelen of de beschikkingen van het openbaar gezag, van rechterlijke bevelen of van vonnissen; de omstandigheid dat de weerspannigheid wordt gepleegd door verscheidende personen, al dan niet na voorafgaande afspraak, is een verzwarende omstandigheid; wanneer er een voorafgaande afspraak is, draagt iedere weerspannige de gevolgen van de strafverzwaring, ongeacht zijn persoonlijke deelneming aan de daden van weerspannigheid, wanneer het groepsoptreden geen gevolg is van een voorafgaande afspraak, moeten de constitutieve bestanddelen van elke daad van weerspannigheid in de persoon van elke beklaagde worden aangetoond

(1).
(1)Cass. 18 februari 2020, AR P.19.1117.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200218.2N.3, AC 2020, nr.
  1. Zie A. DE NAUW en F. KUTY, Manuel de droit pénal spécial, Mechelen, Kluwer, 2014, 147 ; J.P. COLLIN , « La rébellion », in Droit pénal et de procédure pénale, Mechelen, Kluwer, 2015,
  2. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Weerspannigheid in bende zonder voorafgaande afspraak - Daad van deelneming - Bewijs in hoofde van elke beklaagde - Uitwerking Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 269 en 272 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: WEERSPANNIGHEID Vrije woorden: Weerspannigheid in bende zonder voorafgaande afspraak - Daad van deelneming - Bewijs in hoofde van elke beklaagde - Uitwerking Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 269 en 272 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiches 5 - 6 Wie schuldig is aan weerspannigheid in groep zonder voorafgaande afspraak is niet noodzakelijk schuldig aan de deelname aan de daden van weerspannigheid, gepleegd door anderen in de groep
(1).
(1)Cass. 18 februari 2020, AR P.19.1117.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200218.2N.3, AC 2020, nr.
  1. Thesaurus CAS: MISDRIJF - DEELNEMING Vrije woorden: Weerspannigheid in bende zonder voorafgaande afspraak - Deelname aan een daad van weerspannigheid - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 66, 67, 269 en 272 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: WEERSPANNIGHEID Vrije woorden: Weerspannigheid in bende zonder voorafgaande afspraak - Daad van deelneming - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 66, 67, 269 en 272 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor strafrecht [T.Strafr.] - 2021, nr. 3, p. 143-
  2. - BAEYENS, E.; Noot'Weerspannigheid in groep en deelneming door onthouding' Tekst van de beslissing Nr. P.20.0580.N I
  3. M G, burgerlijke partij,
  4. H V, burgerlijke partij,
  5. R G, burgerlijke partij,
  6. P S, burgerlijke partij,
  7. H C, burgerlijke partij,
  8. A V B, burgerlijke partij,
  9. J F, burgerlijke partij,
  10. T B, burgerlijke partij,
  11. J G, burgerlijke partij,
  12. G G, burgerlijke partij,
  13. R T, burgerlijke partij,
  14. M K, burgerlijke partij,
  15. A C, burgerlijke partij,
  16. M C, burgerlijke partij,
  17. O L, burgerlijke partij,
  18. S S, burgerlijke partij,
  19. B R, burgerlijke partij, eisers, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, II BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister bevoegd voor Binnenlandse Zaken, met kantoor te 1000 Brussel, Waterloolaan 76, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Willem Descamps, advocaat bij de balie Limburg, III
  20. S P, burgerlijke partij,
  21. K N, burgerlijke partij, eisers, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, alle cassatieberoepen gericht tegen
  22. A A, beklaagde, verweerder, met als raadslieden mr. Jan Swennen en mr. Lore Gyselaers, advocaten bij de balie Limburg,
  23. L L, beklaagde, verweerder, met als raadsman mr. Eylem Turan, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 30 april
  24. De eisers I voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiser II voert geen middel aan. De eisers III voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee met de memorie van de eisers I gelijkluidende middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen I en III
  25. Krachtens artikel 416 Wetboek van Strafvordering kunnen de partijen slechts cassatieberoep instellen indien zij daartoe hoedanigheid en belang hebben.
  26. De eisers I en III, die burgerlijke partijen zijn die niet zijn veroordeeld tot de kosten op strafgebied, hebben geen hoedanigheid om op te komen tegen de beslissing op de tegen de verweerders ingestelde strafvordering. In zoverre is hun cassatieberoep niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep II
  27. Volgens artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering moet de partij die cassatieberoep instelt dit cassatieberoep laten betekenen aan de partij tegen wie het is gericht, tenzij hij vervolgde partij is en de bestreden beslissing geen beslissing over de tegen hem ingestelde burgerlijke rechtsvordering is.
  28. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser II het cassatieberoep aan de verweerders heeft laten betekenen. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de memorie van antwoord van de verweerder 1
  29. Artikel 429, derde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat een memorie van antwoord uiterlijk acht dagen vóór de rechtszitting ter griffie van het Hof moet toekomen. Deze termijn van acht dagen is een volle termijn, wat inhoudt dat acht volledig vrije dagen moeten worden gelaten tussen de dag van de indiening van de memorie van antwoord en de dag van de rechtszitting. Indien de negende of de tiende dag vóór de rechtszitting een zaterdag, zondag of feestdag is, moet de memorie ervoor zijn neergelegd.
  30. De memorie van antwoord werd ontvangen ter griffie van het Hof op maandag 23 november 2020, dit is minder dan acht vrije dagen vóór de rechtszitting van dinsdag 1 december
  31. De memorie van antwoord is wegens laattijdigheid niet ontvankelijk. Eerste middel van de eisers I en III
  32. Het middel voert schending aan van de artikelen 2, 782bis en 1042 Gerechtelijk Wetboek: het arrest werd niet op regelmatige wijze uitgesproken; uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat raadsheer Swennen die het arrest heeft uitgesproken, door de eerste voorzitter van het hof van beroep werd aangewezen om dienstdoend kamervoorzitter Decoker te vervangen omdat deze wettig verhinderd was op het ogenblik van de uitspraak; hoewel het arrest verwijst naar een beschikking tot aanwijzing, bevat de beschikking van de eerste voorzitter die deel uitmaakt van het dossier van de rechtspleging, deze aanwijzing niet.
  33. Volgens artikel 782bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek wordt het vonnis in strafzaken uitgesproken door de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen, zelfs in afwezigheid van de andere rechters. Indien evenwel een kamervoorzitter wettig is verhinderd het vonnis uit te spreken waarvoor hij aan de beraadslaging heeft deelgenomen in de in artikel 778 Gerechtelijk Wetboek bepaalde voorwaarden, kan de voorzitter van het gerecht een andere rechter aanwijzen om hem op het ogenblik van de uitspraak te vervangen.
  34. Uit die bepaling volgt niet dat bij wettige verhindering van de kamervoorzitter om het vonnis uit te spreken waarvoor hij aan de beraadslaging heeft deelgenomen, de aanwijzing van een andere rechter door de voorzitter van het rechtscollege, uitdrukkelijk moet gebeuren in een beschikking waarvan een eensluidend afschrift aan het dossier van de rechtspleging moet worden toegevoegd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  35. Het arrest vermeldt dat dienstdoend kamervoorzitter Decoker wettig is verhinderd om het arrest uit te spreken zodat hij krachtens de beschikking van 30 april 2020 van de eerste voorzitter met het oog op de uitspraak wordt vervangen door raadsheer Swennen. Aldus blijkt dat raadsheer Swennen regelmatig is aangewezen om in de plaats van dienstdoend kamervoorzitter Decoker het arrest uit te spreken. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel van de eisers I en III
  36. Het middel voert schending aan van artikel 3 Voorafgaande Titel Wetboek Strafvordering, de artikelen 50, 66, 67, 269 en 272 Strafwetboek en de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek: het arrest wijst de burgerlijke rechtsvorderingen van de eisers I en III ten onrechte af met als reden dat de feiten van weerspannigheid van de verweerder 1 ten aanzien van niet nader geïdentificeerde agenten werden gepleegd en er geen daden van strafbare deelneming aan de door derden gepleegde weerspannigheid werden aangetoond; het arrest acht de verweerder 1 schuldig aan het plegen van weerspannigheid in groep zonder voorafgaande afspraak; aldus staat de deelneming van de verweerder 1 als dader of mededader aan dit in groep gepleegd misdrijf vast, zonder dat bijkomend voor iedere afzonderlijke daad van weerspannigheid het bewijs van zijn deelneming onder één van de vormen bedoeld in de artikelen 66 en 67 Strafwetboek moet worden geleverd; bij weerspannigheid gepleegd in groep is er sprake van een gemeenschappelijke of collectieve fout; dit betekent dat iedere individuele dader gehouden is tot vergoeding van de schade, veroorzaakt door het misdrijf, zelfs indien zijn bijzondere bijdrage in de schade niet is vastgesteld; bijgevolg kan de verweerder 1 worden aangesproken voor de schade van de eisers I en III, veroorzaakt door het gooien van stenen naar de ordehandhavers, ook wanneer zijn exacte bijdrage in de totstandkoming van deze schade niet kan worden bepaald.
  37. Krachtens artikel 269 Strafwetboek is weerspannigheid elke aanval, elk verzet met geweld of bedreiging tegen ministeriële ambtenaren, veld- of boswachters, dragers of agenten van de openbare macht, personen aangesteld om taksen en belastingen te innen, brengers van dwangbevelen, aangestelden van de douane, gerechtelijke bewaarders, officieren of agenten van de administratieve of de gerechtelijke politie, wanneer zij handelen ter uitvoering van de wetten, van de bevelen of de beschikkingen van het openbaar gezag, van rechterlijke bevelen of van vonnissen.
  38. Artikel 272 Strafwetboek bepaalt als verzwarende omstandigheid de omstandigheid dat de weerspannigheid wordt gepleegd door verscheidene personen, al dan niet ten gevolge van een voorafgaande afspraak. Wanneer er een voorafgaande afspraak is, draagt iedere weerspannige de gevolgen van de strafverzwaring, ongeacht zijn persoonlijke deelneming aan de daden van weerspannigheid zelf. Wanneer het groepsoptreden geen gevolg is van een voorafgaande afspraak, moeten de constitutieve bestanddelen van elke daad van weerspannigheid in de persoon van elke beklaagde worden aangetoond.
  39. Hieruit volgt dat wie schuldig is aan weerspannigheid in groep zonder voorafgaande afspraak niet noodzakelijk schuldig is aan deelname aan de daden van weerspannigheid, gepleegd door anderen in de groep, als bedoeld in de artikelen 66 en 67 Strafwetboek. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  40. De rechter oordeelt onaantastbaar of een beklaagde daden van strafbare deelneming als mededader of medeplichtige aan daden van weerspannigheid van derden heeft gesteld. In zoverre het middel opkomt tegen dat onaantastbare oordeel van het arrest of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
  41. De overige wetsschendingen zijn afgeleid uit de onjuiste rechtsopvatting dat de beklaagde die schuldig is aan het misdrijf weerspannigheid zonder voorafgaande afspraak in groep automatisch strafrechtelijk aansprakelijk is als dader voor de daden van weerspannigheid gepleegd door de andere leden van de groep. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 336,00 euro, waarvan de eisers I 81,40 euro zijn verschuldigd, de eiser II en de eisers III elk 74,80 euro zijn verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 1 december 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201201.2N.9 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230919.2N.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200218.2N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.