id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201204.1N.5 Rolnummer: F.19.0066.N Zaak: B.S. contra GOVERNEMENT PENSION INVESTMENT FUND Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-06-21 Raadplegingen: 1058 - laatst gezien 2026-06-18 16:36 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201204.1N.5 Fiche 1 Artikel 1079 Gerechtelijk Wetboek moet strikt worden geïnterpreteerd; bijgevolg kan in fiscale zaken niet met één cassatievoorziening worden opgekomen tegen verschillende arresten die door het hof van beroep in afzonderlijke zaken zijn geveld; artikel 701 Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing in de procedure voor het Hof
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: SAMENHANG Vrije woorden: Belastingzaken - Inkomstenbelastingen - Verschillende aanslagjaren en belastbare feiten Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 30 en 701 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0066.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal van de algemene administratie fiscaliteit, Centrum KMO Kortrijk, met kantoor te 8500 Kortrijk, Hoveniersstraat 31, eiser, tegen GOVERNMENT PENSION INVESTMENT FUND, met zetel te Toranoman, 105-6377 Minato-Ku Tokio (Japan), Toranoman Hills Mori Tower, vierde verdieping, 1-23-1, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Gent van 6 november 2018 (rolnummer 2017/AR/1312 en rolnummer 2017/AR/1313). Advocaat-generaal Johan Vander Fraenen heeft op 27 oktober 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Vander Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De verweerster voert een middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan: de cassatievoorziening is gericht tegen twee in afzonderlijke zaken gewezen arresten.
- Krachtens artikel 1079 Gerechtelijk Wetboek wordt de voorziening in cassatie ingesteld door op de griffie van het Hof van Cassatie een verzoekschrift in te dienen, dat in voorkomend geval vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie de voorziening is gericht. Deze bepaling moet strikt worden geïnterpreteerd. Bijgevolg kan in fiscale zaken niet met één cassatievoorziening worden opgekomen tegen verschillende arresten die door het hof van beroep in afzonderlijke zaken zijn gewezen. Artikel 701 Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing in de procedure voor het Hof.
- Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond. Verzoek tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Grondwettelijk Hof
- De eiser heeft met één verzoekschrift cassatieberoep ingesteld tegen twee arresten respectievelijk gewezen in de zaken gekend bij het hof van beroep te Gent onder de rolnummers 2017/AR/1312 en 2017/AR/
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de procedure gekend onder het rolnummer 2017/AR/1312 betrekking had op de terugbetaling van de roerende voorheffing op dividenden uit aandelen voor het aanslagjaar 2007; - de procedure gekend voor de appelrechter onder rolnummer 2017/AR/1313 betrekking had op de terugbetaling van de roerende voorheffing op dividenden uit aandelen voor het aanslagjaar
- Niettegenstaande de onderliggende rechtsvraag in deze beide zaken gelijklopend is, kunnen de cassatieberoepen gericht tegen de in deze afzonderlijke zaken gewezen arresten niet worden beschouwd als samenhangende vorderingen in de zin van de artikelen 30 en 701 Gerechtelijk Wetboek aangezien de beide zaken betrekking hebben op verschillende aanslagjaren en verschillende belastbare feiten.
- De prejudiciële vragen, die geheel berusten op de onjuiste veronderstelling dat de zaken samenhangend zijn, dienen niet te worden gesteld.
- De prejudiciële vragen, die geheel berusten op de foutieve veronderstelling dat de voormelde zaken samenhangend zijn, dienen niet te worden gesteld. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 414,08 euro en voor de verweerder op 413,49 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens, François Stévenart Meeûs en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 december 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Vander Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201204.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201204.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div