← België

INTERMEDIAIR bvba contra BELGISCHE STAAT

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201204.1N.6 Rolnummer: F.19.0042.N Zaak: INTERMEDIAIR bvba contra BELGISCHE STAAT Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-06-21 Raadplegingen: 787 - laatst gezien 2026-06-16 11:57 Versie(s): Vertaling FR Fiche De ontvanger kan zijn bevoegdheid om een dwangbevel uit te vaardigen niet delegeren; hij kan wel een door hem uitgevaardigd dwangbevel laten ondertekenen door een ondergeschikte aan wie hij zijn handtekeningsbevoegdheid heeft gedelegeerd; het bewijs van het bestaan van een delegatie van handtekeningsbevoegdheid kan door de administratie worden geleverd aan de hand van feitelijke vermoedens. Thesaurus CAS: BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDE Vrije woorden: Dwangbevel - Bevoegdheid tot uitvaardiging - Delegatie van handtekeningsbevoegdheid - Mogelijkheid - Bewijs Wettelijke bepalingen: Wet 3 juli 1969 tot invoering van de belasting over de toegevoegde waarde - 03-07-1969 - Art. 85 - 32 Link Justel databank 19690703-32 Tekst van de beslissing Nr. F.19.0042.N INTERMEDIAIR bv, met zetel te 1861 Meise, Drijpikkelstraat 49, bus 1, ingeschreven bij de KBO onder nummer 0430.245.181, eiseres, met als raadsman mr. Wim Defoor, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Verenigingstraat 57-59, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal Centrum KMO Brugge, met kantoor te 8000 Brugge, G. Vincke Dujardinstraat 4, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat

  1. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 oktober
  2. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  3. Krachtens artikel 85, § 1, eerste lid, Btw-wetboek wordt het dwangbevel uitgevaardigd door de met invordering belaste ambtenaar, zijnde de ontvanger. Vervolgens wordt het dwangbevel geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de administratie belast met de btw of door de door hem aangewezen ambtenaar. De ontvanger kan zijn bevoegdheid om een dwangbevel uit te vaardigen niet delegeren. Hij kan wel een door hem uitgevaardigd dwangbevel laten ondertekenen door een ondergeschikte aan wie hij zijn handtekeningsbevoegdheid heeft gedelegeerd. In zoverre het onderdeel berust op een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van de overige als geschonden aangevoerde wetsbepalingen zonder te preciseren hoe het arrest deze wetsbepalingen heeft geschonden, is het, bij gebrek aan nauwkeurigheid, niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  5. Het bewijs van het bestaan van een delegatie van handtekeningsbevoegdheid kan door de administratie worden geleverd aan de hand van feitelijke vermoedens. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de delegatie van handtekeningsbevoegdheid noodzakelijk aan de hand van een geschrift moet worden bewezen, faalt het naar recht.
  6. De rechter beoordeelt in feite de bewijswaarde van de vermoedens waarop hij zijn beslissing grondt. Het Hof gaat enkel na of de rechter het begrip feitelijk vermoeden niet heeft miskend, en, met name, of hij uit de door hem vastgestelde feiten geen gevolgen heeft getrokken die enkel op grond van die feiten geenszins kunnen worden verantwoord.
  7. De appelrechter stelt vast dat: - volgens de vermeldingen van het dwangbevel dit dwangbevel op 7 oktober 2014 werd getekend door T.P., adjunct-fiscaal deskundige, met vermelding van haar naam en graad en dit in opdracht van de ontvanger, M.W.; - er door deze vermelding geen sprake is van een delegatie van een bevoegdheid, maar van een delegatie van handtekeningsbevoegdheid; - er geen aanwijzingen of redenen zijn om aan te nemen dat de delegatie van handtekeningsbevoegdheid "onterecht of onrechtmatig gebeurde", waarmee wordt aangegeven dat er geen gerede twijfel bestaat omtrent de rechtsgeldigheid van de delegatie. Op grond van deze vaststellingen vermocht de appelrechter te oordelen dat het bewijs van een rechtmatige delegatie van handtekeningsbevoegdheid was geleverd. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 59, § 1, Btw-wetboek en 1349 tot 1353 Burgerlijk Wetboek, kan het niet worden aangenomen.
  8. Bijgevolg is de beslissing dat er geen redenen zijn om het dwangbevel nietig te verklaren, naar recht verantwoord. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen 85 Btw-wetboek en 159 Grondwet, kan het evenmin worden aangenomen. Tweede middel
  9. De appelrechter oordeelt dat: - de vaststellingen die op 24 mei 2013 gedaan werden, ook "gedaan [werden] tijdens de controle van 31 mei 2013, waarbij [de controleambtenaren] met toestemming van de heer S. een rondleiding hebben gegeven in het huis en waarbij de boekhouding werd nagezien, wat geleid heeft tot de vastgestelde inbreuken"; - de boeken en documenten, waarop de navordering van de btw is gebaseerd, op grond van artikel 61 Btw-wetboek werden voorgelegd. Het middel dat opkomt tegen het oordeel van de appelrechter dat tijdens de controle van 24 mei 2013 artikel 63 Btw-wetboek niet werd geschonden en de grondrechten van de eiseres evenmin werden miskend, is, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 231,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens, François Stévenart Meeûs en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 4 december 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201204.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.