← België

L. contra ING BELGIE nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201207.3N.15 Rolnummer: C.19.0630.N Zaak: L. contra ING BELGIE nv Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-06-21 Raadplegingen: 1090 - laatst gezien 2026-06-19 04:28 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Een verkoop uit de hand kan in het belang van de partijen ook worden bevolen nadat krachtens artikel 1580 Gerechtelijk Wetboek een notaris werd aangesteld om tot de veiling van de in beslag genomen goederen over te gaan

(1).
(1)De beslagrechter oordeelt soeverein in feite of de machtiging tot onderhandse verkoop kan worden ingewilligd. Het Hof van Cassatie oefent op deze beslissing een marginaal toetsingsrecht uit. H.V. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Beslagrechter - Beschikking - In beslag genomen onroerend goed - Bevel tot verkoop uit de hand - Omstandigheden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1580bis en 1580ter - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BESLAG OP ONROEREND GOED Vrije woorden: Gedwongen tenuitvoerlegging - Beslagrechter - Beschikking - Bevel tot verkoop uit de hand - Omstandigheden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1580bis en 1580ter - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. C.19.0630.N K.L., eiser, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, die haar ambt verleent op vordering, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  1. ING BELGIË nv, met zetel te 1000 Brussel, Marnixlaan 24, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.200.393, eerste verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eerste verweerster woonplaats kiest,
  2. Eric FLAMÉE, advocaat, met kantoor te 9520 Sint-Lievens-Houtem, Eiland 27, in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van KLP bvba, met zetel te 9700 Oudenaarde, Graaf van Landastraat 47, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0861.054.152,
  3. Joris DE SMET, advocaat, met kantoor te 9630 Zwalm, Bruul 27, en Lieve TEINTENIER, advocaat, met kantoor te 9600 Ronse, Franklin Rooseveltplein 42/002, in hun hoedanigheid van curator over het faillissement van KLP RECYCLING bvba, met zetel te 9700 Oudenaarde, Graaf van Landastraat 47, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0897.082.031, tweede en derde verweerder, vertegenwoordigd door mr. Werner Derijcke, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louisalaan 65/11, waar de tweede en derde verweerders woonplaats kiezen,
  4. BNP PARIBAS FORTIS nv, met zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.199.702,
  5. AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0404.494.849,
  6. VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed, met kantoor te 1000 Brussel, Martelaarsplein 7, verantwoordelijk voor het intern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Belastingdienst (Vlabel), met kantoor te 9300 Aalst, Vaartstraat 16, vierde, vijfde en zesde verweerder,
  7. BONAY bv, met zetel te 9831 Sint-Matens-Latem, Voordelaan 26, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0806.632.105, zevende verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de zevende verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 30 juli
  8. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 27 juli 2016 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  9. Indien het belang van de partijen zulks vereist, kan de beslagrechter krachtens de artikelen 1580bis en 1580ter Gerechtelijk Wetboek de verkoop uit de hand bevelen van het in beslag genomen onroerend goed, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de beslagleggende schuldeiser. Een dergelijke verkoop uit de hand kan derhalve in het belang van de partijen ook worden bevolen nadat krachtens artikel 1580 Gerechtelijk Wetboek een notaris werd aangesteld om tot de veiling van de in beslag genomen goederen over te gaan.
  10. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de keuze van de schuldeiser om tot de veiling over te gaan onherroepelijk is, gaat uit van een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
  11. De beslagrechter stelt vast en oordeelt dat “de tenuitvoerlegging volledig vast is komen te zitten”, het aanvullend bodemonderzoek tot tijdverslies zou lijden waardoor de bouwvergunning zou komen te vervallen, er reeds een koopakte voorligt, de zevende verweerster bereid is het goed aan te kopen voor 2.660.500 euro, uit het schattingsverslag blijkt dat het onroerend goed geschat wordt op 1.750.000 euro, de zevende verweerster bereid is de aanwezige grond af te voeren en bereid is de eventuele risico’s van bodemverontreiniging op zich te nemen en de eiser niet bewijst dat een openbare verkoop een hogere prijs zou opleveren.
  12. De beslagrechter die op deze gronden oordeelt dat een verkoop uit de hand zich opdringt, diende zijn beslissing niet nader met redenen te omkleden en verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 1.246,98 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Antoine Lievens en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 7 december 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201207.3N.15 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221223.1N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.