id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201208.2N.5 Rolnummer: P.20.0719.N Zaak: E. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-07-14 Raadplegingen: 679 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Dekking van een nietigheid bij toepassing van artikel 40, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken heeft tot gevolg dat de niet-naleving van de Taalwet Gerechtszaken niet meer op ontvankelijke wijze kan worden aangevoerd voor het appelgerecht; een dergelijke gedekte onregelmatigheid kan dan ook niet worden getoetst overeenkomstig artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, welke een niet gedekte onregelmatigheid veronderstelt. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Verhoor zonder tolk - Nietigheid - Dekking - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 40 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - Vonnissen en arresten. Nietigheden - Strafzaken Vrije woorden: Verhoor zonder tolk - Dekking - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 40 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering Vrije woorden: Onregelmatigheid - Nietigheid gedekt - Toetsing overeenkomstig artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering - Grens Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 40 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 32 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Fiches 4 - 5 Het door artikel 504quater Strafwetboek bedoelde misdrijf, dat voor strafbaarheid het beogen veronderstelt van de verwerving voor zichzelf of voor een ander van een onrechtmatig economisch voordeel, vereist niet dat door dit beogen andermans vermogen wordt aangetast of kan worden aangetast. Thesaurus CAS: MISDRIJF - ALGEMEEN. BEGRIP. MATERIEEL EN MOREEL BESTANDDEEL. EENHEID VAN OPZET Vrije woorden: Informaticabedrog - Onrechtmatig economisch voordeel - Begrip Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 504quater - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Thesaurus CAS: INFORMATICA Vrije woorden: Informaticabedrog - Onrechtmatig economisch voordeel - Begrip Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 504quater - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0719.N I E H, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sahil Malik, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 10 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 204 Wetboek van Strafvordering: de appelrechters verklaren het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen de eiser ten onrechte ontvankelijk omdat het grievenformulier niet tegen hem maar wel tegen E B is gericht.
- Artikel 204 Wetboek van Strafvordering noch enige andere bepaling belet het appelgerecht een materiële verschrijving te verbeteren in het grievenformulier wat betreft de persoon tegen wie het hoger beroep is gericht. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest leidt uit de samenhang tussen de verklaring van het hoger beroep en het grievenformulier van het openbaar ministerie af dat in dat formulier per vergissing een andere naam dan die van de eiser werd vermeld, terwijl in werkelijkheid wel degelijk de eiser werd bedoeld. Het arrest kon dan ook op die grond eisers verzoek tot vervallenverklaring van het hoger beroep van het openbaar ministerie verwerpen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.e EVRM en artikel 14.1 en 14.3.f IVBPR, alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht op een eerlijk proces en van het recht van verdediging: de appelrechters betrekken ten onrechte bij de beoordeling van eisers schuld het verhoor van H.K.; dit verhoor werd zonder bijstand van een tolk afgenomen; zij hadden tot bewijsuitsluiting moeten beslissen.
- Dekking van een nietigheid bij toepassing van artikel 40, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken heeft tot gevolg dat de niet-naleving van de Taalwet Gerechtszaken niet meer op ontvankelijke wijze kan worden aangevoerd voor het appelgerecht. Een dergelijke gedekte onregelmatigheid kan dan ook niet worden getoetst overeenkomstig artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, welke een niet gedekte onregelmatigheid veronderstelt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Voor het overige is het middel gericht tegen overtollige motieven die niet tot cassatie kunnen leiden en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 504quater Strafwetboek: het arrest is niet naar recht verantwoord; het stelt het "theoretisch rij-examen" ten onrechte gelijk met een "onrechtmatig economisch voordeel"; een theoretisch rij-examen is echter niet van aard om andermans vermogen aan te tasten.
- Het door artikel 504quater Strafwetboek bedoelde misdrijf, dat voor strafbaarheid het beogen veronderstelt van de verwerving voor zichzelf of voor een ander van een onrechtmatig economisch voordeel, vereist niet dat door dit beogen andermans vermogen wordt aangetast of kan worden aangetast. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 41,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman, en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 8 december 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201208.2N.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:RVSCE:2021:ARR.252.106 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div