id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201208.2N.7 Rolnummer: P.20.1149.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2022-07-14 Raadplegingen: 882 - laatst gezien 2026-06-20 00:59 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie heeft betrekking op de rechters en niet op het openbaar ministerie
(1); de omstandigheid dat het schriftelijk advies van het openbaar ministerie over een door een veroordeelde gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit werd opgesteld door een parketmagistraat tegen wie die veroordeelde een klacht heeft ingediend en die is tussengekomen in het opsporingsonderzoek naar aanleiding van een klacht tegen de veroordeelde, heeft niet tot gevolg dat het recht van die laatste op een behandeling door een onafhankelijke rechter werd miskend.
(1)Cass. 28 november 2006, AR P.06.0863.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061128.6, AC 2006, nr. 603; Cass. 28 april 1999, AR P.98.0936.F ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990428.4, AC 1999, nr. 244; Cass. 7 mei 1996, AR P.95.0363.N, AC 1996, nr.
- Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Openbaar ministerie - Toepassing Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Vrije woorden: Onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Toepassing Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Openbaar ministerie - Strafuitvoeringsrechtbank - Schriftelijk advies door parketmagistraat tegen wie veroordeelde klacht heeft ingediend - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Strafuitvoeringsrechtbank - Openbaar ministerie - Schriftelijk advies door parketmagistraat tegen wie veroordeelde klacht heeft ingediend - Gevolg Fiches 5 - 7 Uit de omstandigheid dat een rechter in de strafuitvoeringsrechtbank zich op een beweerdelijk onaanvaardbare wijze zou hebben uitgelaten over de strafuitvoeringsmodaliteiten van een veroordeelde en op de hoogte is gebleven van diens dossier, kan niet worden afgeleid dat die strafuitvoeringsrechtbank, samengesteld uit een zetel waarvan die rechter geen deel uitmaakt, niet op een onafhankelijke en onpartijdige wijze zou kunnen oordelen over het verzoek van die veroordeelde om hem een bepaalde strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Strafuitvoeringsrechtbank - Uitlatingen van een andere rechter - Gevolgen Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Strafuitvoeringsrechtbank - Uitlatingen van een andere rechter - Gevolgen Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie - Uitlatingen van een andere rechter - Gevolgen Tekst van de beslissing Nr. P.20.1149.N C J F D S, veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 9 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Steven Van Overbeke heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het vonnis doet in het dictum geen uitspraak over eisers verzoek om toepassing te maken van artikel 635 Gerechtelijk Wetboek; aldus ligt er geen uitspraak in openbare rechtszitting voor over de toepassing van die bepaling.
- Elke beslissing van een rechter over een betwisting is een dispositief, welke ook de plaats daarvan is in de tekst van de rechterlijke beslissing en welke ook de vorm is waarin die beslissing is uitgedrukt. De omstandigheid dat de rechter een in de rechterlijke beslissing bij de redenen vermelde beslissing niet heeft hernomen in het dictum van die beslissing, houdt geen schending in van artikel 149 Grondwet. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het vonnis oordeelt (p. 3-4) dat de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, reeds eerder als territoriaal bevoegde strafuitvoeringsrechtbank uitspraak heeft gedaan over een strafuitvoeringsmodaliteit en bijgevolg, niettegenstaande de overplaatsing van de eiser naar een andere strafinstelling, nog steeds bevoegd is bij toepassing van artikel 635, § 1, Gerechtelijk Wetboek. Het oordeelt ook dat er niet wordt ingegaan op eisers verzoek tot verzending van het dossier naar de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen. Die beslissingen maken deel uit van het vonnis, dat in openbare rechtszitting werd uitgesproken. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de beslissing over de bevoegdheid geen deel uitmaakt van het in openbare rechtszitting uitgesproken vonnis, mist het feitelijke grondslag. Tweede middel
- Het middel voert miskenning aan van het recht op een eerlijk proces en van het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechtbank en parketmagistraat: de strafuitvoeringsrechtbank oordeelt dat zij in volle onafhankelijkheid kan beslissen met een andere samenstelling van de zetel, met name met een andere voorzitter dan deze die een klacht tegen de eiser heeft ingediend en met een andere parketmagistraat dan deze die is tussengekomen in het opsporingsonderzoek naar aanleiding van die klacht en tegen wie de eiser zelf een klacht heeft ingediend; het schriftelijke advies van het openbaar ministerie werd echter wel degelijk ondertekend door die laatste magistraat, ook al werd de naam van die magistraat niet vermeld op dat advies; uit het vonnis blijkt ook dat de oorspronkelijke voorzitter van de strafuitvoeringsrechtbank op de hoogte is gebleven van eisers dossier en heeft verklaard dat de eiser niet vóór eind 2022 in vrijheid zou worden gesteld.
- Het recht op een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie heeft betrekking op de rechters en niet op het openbaar ministerie. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit de omstandigheid dat een rechter in de strafuitvoeringsrechtbank zich op een beweerdelijk onaanvaardbare wijze zou hebben uitgelaten over de strafuitvoeringsmodaliteiten van een veroordeelde en op de hoogte is gebleven van diens dossier, kan niet worden afgeleid dat die strafuitvoeringsrechtbank, samengesteld uit een zetel waarvan die rechter geen deel uitmaakt, niet op een onafhankelijke en onpartijdige wijze zou kunnen oordelen over het verzoek van die veroordeelde om hem een bepaalde strafuitvoeringsmodaliteit toe te kennen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het eveneens naar recht.
- De omstandigheid dat het schriftelijke advies van het openbaar ministerie over een door een veroordeelde gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit werd opgesteld door een parketmagistraat tegen wie die veroordeelde een klacht heeft ingediend en die is tussengekomen in het opsporingsonderzoek naar aanleiding van een klacht tegen de veroordeelde, heeft niet tot gevolg dat het recht van die laatste op een behandeling door een onafhankelijke en onpartijdige rechter werd miskend. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het andermaal naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 0,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman, en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 8 december 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201208.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990428.4 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061128.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div