id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201208.2N.9 Rolnummer: P.20.0800.N Zaak: Europe Electrical Consulting contra H. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2022-07-14 Raadplegingen: 489 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De onderzoeksrechter is niet verplicht het verhoor van getuigen zelf te verrichten en hij kan het verhoor van getuigen ook opdragen aan de politie in welk geval de artikelen 71 tot en met 73 Wetboek van Strafvordering niet van toepassing zijn; de artikelen 71 tot en met 73 Wetboek van Strafvordering zijn overigens niet op straffe van nietigheid voorgeschreven en evenmin substantieel. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Vrije woorden: Verhoor getuige - Geen verplichting voor onderzoeksrechter om verhoor zelf te verrichten - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 71 tot en met 73 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen Vrije woorden: Verhoor - Onderzoeksrechter - Opdracht - Geen verplichting om verhoor zelf te verrichten - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 71 tot en met 73 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: Verhoor van getuigen - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 71 tot en met 73 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0800.N EUROPE ELECTRICAL CONSULTING bv, met zetel te 3590 Diepenbeek, Demerstraat 13, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Steven Vandebroek, advocaat bij de balie Limburg, tegen
- B R H H, inverdenkinggestelde,
- ST-ENERGY bv, met zetel te 3511 Hasselt (Kuringen), Pallekensbergstraat 3, inverdenkinggestelde, verweerders, met als raadsman mr. Cédric Bijloos, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 juni
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert in zijn beide onderdelen schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 61quinquies Wetboek van Strafvordering: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd; enerzijds stelt het vast dat de eerste gevraagde bijkomende onderzoeksdaad, met name een confrontatie tussen eiseres' bestuurder en B.H., door de onderzoeksrechter werd bevolen omdat deze noodzakelijk is voor de waarheidsvinding en dat deze nog in uitvoering is; anderzijds oordeelt het dat deze bijkomende onderzoeksdaad niet noodzakelijk is voor de waarheidsvinding aangezien het te verwachten zou zijn dat beide partijen bij hun feitenversies zouden blijven.
- Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die de rechtspleging regelen. In zoverre het middel schending van die grondwetsbepaling aanvoert, faalt het naar recht.
- De appelrechters oordelen, eensdeels, dat de gevraagde bijkomende onderzoeksdaad die door de onderzoeksrechter werd ingewilligd, nog in uitvoering was op het ogenblik dat de procedure van de regeling van de rechtspleging opnieuw was opgestart, en, anderdeels, dat, gelet op alle voorliggende gegevens, er geen noodzaak is voor de waarheidsvinding om de bestuurder van de eiseres nog te confronteren met de inverdenkinggestelde omdat te verwachten is dat de beide partijen bij hun feitenversies, die volkomen tegenstrijdig zijn, zullen blijven. Dit oordeel is niet tegenstrijdig. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet: het arrest is tegenstrijdig gemotiveerd; enerzijds stelt het vast dat de tweede gevraagde bijkomende onderzoeksdaad tot verhoor van P.V. en L.A. reeds tweemaal werd uitgevoerd, en, anderzijds, dat P.V. en L.A. niet werden verhoord omdat zij in de zaak geen enkele verklaring wensen af te leggen.
- Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de onderzoeksgerechten die de rechtspleging regelen. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van die grondwetsbepaling, faalt het naar recht.
- De appelrechters oordelen dat het onderzoek volledig is zonder dat bijkomende onderzoekshandelingen nuttig of noodzakelijk zijn, omdat, eensdeels, de tweede gevraagde bijkomende onderzoeksdaad reeds tweemaal werd uitgevoerd, en, anderdeels, P.V. en L.A. evenveel keer hebben laten verstaan dat zij in deze zaak geen enkele verklaring wensen af te leggen. Dit oordeel is niet tegenstrijdig. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 71 tot en met 73 Wetboek van Stravordering: de appelrechters oordelen ten onrechte dat er geen reden is om de getuigen een derde maal voor verhoor uit te nodigen omdat ze al tweemaal hebben laten verstaan dat zij in de zaak geen enkele verklaring wensen af te leggen; de onderzoeksrechter had in dit geval de getuigen kunnen doen dagvaarden.
- De onderzoeksrechter is niet verplicht het verhoor van getuigen zelf te verrichten. De artikelen 71 tot en met 73 Wetboek van Strafvordering zijn overigens niet op straffe van nietigheid voorgeschreven en evenmin substantieel. De onderzoeksrechter kan het verhoor van getuigen ook opdragen aan de politie. In dat geval zijn de artikelen 71 tot en met 73 Wetboek van Strafvordering niet van toepassing. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten in het geheel op 81,20 euro, waarvan 46,20 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Geert Jocqué, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman, en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 8 december 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201208.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div