← België

FIDEA nv contra KEUKENS VERHAEGHE

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201211.1N.3 Rolnummer: C.20.0155.N Zaak: FIDEA nv contra KEUKENS VERHAEGHE Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-06-09 Raadplegingen: 1340 - laatst gezien 2026-06-18 22:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche De in de rechten van de verzekerde gesubrogeerde verzekeraar kan slechts een rechtsvordering tegen de aansprakelijke derde instellen wanneer de verzekerde zelf een rechtmatig belang heeft om van deze laatste vergoeding te vorderen. Thesaurus CAS: INDEPLAATSSTELLING Vrije woorden: Verzekering - Gesubrogeerde verzekeraar - Vordering tegen de aansprakelijke derde - Rechtmatig belang - Toepassing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 17 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst - 25-06-1992 - Art. 41, eerste lid - 32 ELI link Pub nr 1992011257 Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, inwerkingtreding 1 november 2014 - 04-04-2014 - thans art. 95, eerste lid - 23 ELI link Pub nr 2014011239 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0155.N FIDEA nv, met zetel te 2018 Antwerpen, Delacenseriestraat 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0406.006.069, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, tegen

  1. KEUKENS VERHAEGHE bv, met zetel te 8830 Hooglede, Koolskampstraat 20A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0462.662.086,
  2. KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Van Overstraetenplein 2, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.552.563, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/
  3. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 7 november
  4. Sectievoorzitter Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  5. Krachtens artikel 17 Gerechtelijk Wetboek kan de rechtsvordering niet worden toegelaten indien de eiser geen belang heeft om ze in te stellen. De krenking van een belang kan enkel tot een rechtsvordering leiden als het om een rechtmatig belang gaat. Degene die enkel, rechtstreeks of onrechtstreeks, het behoud nastreeft van een toestand in strijd met de openbare orde of van een onrechtmatig voordeel, doet niet blijken van een rechtmatig belang. De loutere omstandigheid dat de eiser zich in een ongeoorloofde toestand bevindt, heeft nog niet tot gevolg dat hij niet kan bogen op de krenking van een rechtmatig belang.
  6. Krachtens artikel 41, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst, thans artikel 95, eerste lid, Wet Verzekeringen, treedt de verzekeraar die de schadevergoeding betaald heeft, ten belope van het bedrag van die vergoeding in de rechten en rechtsvorderingen van de verzekerde of de begunstigde tegen de aansprakelijke derde.
  7. Uit wat voorafgaat volgt dat de verzekeraar die gesubrogeerd is in de rechten van zijn verzekerde, slechts een rechtsvordering tegen de aansprakelijke derde kan instellen wanneer de verzekerde zelf een rechtmatig belang heeft om vergoeding te vorderen van deze laatste.
  8. Hoewel de rechter onaantastbaar in feite oordeelt of een rechtsvordering enkel het behoud nastreeft van een toestand in strijd met de openbare orde of van een onrechtmatig voordeel, gaat het Hof niettemin na of de rechter uit zijn vaststellingen naar recht zijn beslissing heeft kunnen afleiden.
  9. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de verzekerde van de eiseres eigenares is van een niet-vergunde chalet waaraan eind 2012 een niet-vergunde annex is bijgebouwd; - de eiseres, als gesubrogeerde in de rechten van haar verzekerde, aanspraak maakt op vergoeding van de schade als gevolg van een brand die volgens haar is ontstaan door de fouten begaan door de eerste verweerster en de verzekerde van de tweede verweerster; - de eiseres als gesubrogeerde niet meer rechten kan laten gelden dan haar verzekerde; - de aansprakelijkheidsvordering van de verzekerde van de eiseres tegen de verweersters een rechtmatig karakter moet vertonen opdat de eiseres als gesubrogeerde terugbetaling zou kunnen verkrijgen van deze partijen; - het buiten kijf staat dat de toestand van het gebouw van de verzekerde van de eiseres onvergund is en niet voor regularisering in aanmerking komt; - de test om uit te maken of een belang al dan niet rechtmatig is, erin bestaat na te gaan of een aanspraak louter tot het behoud van een onrechtmatige toestand strekt; - mocht de verzekerde van de eiseres enkel aanspraak hebben gemaakt op het financieel verlies dat zij heeft geleden door de aantasting van haar vermogen, er geen sprake zou zijn geweest van een vordering die louter strekt tot het behoud van een onrechtmatige toestand; - de eiseres erkent dat haar verzekerde echter het door brand geteisterde gebouw opnieuw heeft opgericht met de sommen die zij van haar heeft ontvangen; - dit wordt bevestigd door het feit dat de eiseres de btw heeft vergoed omdat in artikel 2.d van de algemene polisvoorwaarden is bedongen dat bij schade aan gebouwen de taksen en de rechten worden vergoed als deze opnieuw worden opgebouwd, zoals in deze het geval was, of vervangen; - hieruit duidelijk de intentie van de verzekerde van de eiseres blijkt om de vergoeding van de door haar geleden schade te bestemmen tot de heropbouw en dus het in standhouden van de illegale toestand.
  10. Op grond van deze redenen vermocht de appelrechter wettig te oordelen dat de vordering van de verzekerde van de eiseres ten aanzien van de verweersters en in wiens rechten de eiseres is gesubrogeerd, er, weliswaar onrechtstreeks, enkel toe strekte het herstel, via de gevorderde schadevergoeding, te verkrijgen en de onwettige toestand te bestendigen, zodat er in de gegeven omstandigheden geen sprake is van de krenking van een rechtmatig belang van de verzekerde van de eiseres, en bijgevolg de vordering van de eiseres, als gesubrogeerde in de rechten van haar verzekerde, onontvankelijk is. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  11. Voor het overige is het middel volledig afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek, artikel 41, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst en artikel 95, eerste lid, Wet Verzekeringen. Het middel is in zoverre niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 552,13 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 11 december 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201211.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240125.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.