id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201211.1N.8 Rolnummer: C.20.0285.N Zaak: K. contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Familierecht Invoerdatum: 2021-12-22 Raadplegingen: 1150 - laatst gezien 2026-06-19 04:57 Versie(s): Vertaling FR Fiche De rechter kan de duur van de onderhoudsuitkering beperken tot een kortere termijn dan de huwelijksduur, indien en voor zover de uitkeringsgerechtigde kan worden verondersteld na verloop van die kortere termijn over voldoende inkomsten of mogelijkheden te beschikken om zelf in zijn behoeften te kunnen voorzien
(1).
(1)Zie Cass. 8 juni 2012, AR C.11.0469.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120608.2, AC 2012, nr. 374; Cass. 12 oktober 2009, AR C.08.0524.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091012.2, AC 2009, nr.
- Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de echtgenoten Vrije woorden: Onderhoudsuitkering na echtscheiding - Kortere termijn dan de huwelijksduur - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 301, § 3, eerste en tweede lid, en § 4, eerste en tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent [RABG] - 2021, nr. 5, p. 397-
- - BROUWERS, Steven; Noot onder cassatie. Rechtskundig weekblad [RW] - 2021-22, nr. 6, p. 239-
- - VAN SEVEREN, Claudia; Noot'Duurtijd van de onderhousuitkering na echtscheiding' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0285.N M. K., eiseres, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beschikking van 16 april 2020 (G.18.0202.N), vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, tegen W. B., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 8 oktober
- Raadsheer Sven Mosselmans heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 301, § 3, eerste en tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek legt de rechtbank het bedrag van de onderhoudsuitkering vast die ten minste de staat van behoefte van de uitkeringsgerechtigde moet dekken. De rechtbank houdt rekening met de inkomsten en mogelijkheden van de echtgenoten en met de aanzienlijke terugval van de economische situatie van de uitkeringsgerechtigde. Om die terugval te waarderen baseert de rechter zich met name op de duur van het huwelijk, de leeftijd van partijen, hun gedrag tijdens het huwelijk inzake de organisatie van hun noden en het ten laste nemen van de kinderen tijdens het samenleven of daarna. De rechter kan indien nodig beslissen dat de uitkering degressief zal zijn en in welke mate. Krachtens artikel 301, § 4, eerste en tweede lid, Oud Burgerlijk Wetboek mag de duur van de uitkering niet langer zijn dan die van het huwelijk. In geval van buitengewone omstandigheden kan de rechtbank de termijn verlengen, indien de uitkeringsgerechtigde aantoont dat hij bij het verstrijken van de termijn, om redenen onafhankelijk van zijn wil, nog steeds in staat van behoefte verkeert. In dit geval beantwoordt het bedrag van de uitkering aan het bedrag dat noodzakelijk is om de staat van behoefte van de uitkeringsgerechtigde te dekken.
- Uit de wetsgeschiedenis en de doelstelling van voormelde bepalingen volgt dat de rechter de duur van de onderhoudsuitkering kan beperken tot een kortere termijn dan de huwelijksduur, indien en voor zover de uitkeringsgerechtigde kan worden verondersteld na verloop van die kortere termijn over voldoende inkomsten of mogelijkheden te beschikken om zelf in zijn behoeften te kunnen voorzien.
- De appelrechter die de duur van de onderhoudsuitkering van de eiseres beperkt tot een kortere termijn dan de huwelijksduur “nu daarmee de economische terugval [van de eiseres] voldoende is gecompenseerd”, zonder vast te stellen dat de eiseres na verloop van die termijn kan worden verondersteld over voldoende inkomsten of mogelijkheden te beschikken om zelf in haar behoeften te kunnen voorzien, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman, Ilse Couwenberg en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 11 december 2020 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201211.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20091012.2 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120608.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div