id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201215.2N.16 Rolnummer: P.20.1165.N Zaak: W. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2020-12-17 Raadplegingen: 401 - laatst gezien 2026-06-19 19:53 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit de bepalingen van de artikelen 2, 3°, 31, 50, § 2, en 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering volgt niet dat het noodzakelijk de directeur van de inrichting waar de veroordeelde tot vrijheidsstraf is opgesloten is die door de strafuitvoeringsrechtbank overeenkomstig artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering moet worden gehoord; ook de directeur van een andere inrichting kan worden gehoord, zonder dat is vereist dat de strafuitvoeringsrechtbank uitdrukkelijk vaststelt dat deze optreedt namens de directeur van de inrichting waar de veroordeelde is opgesloten. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Wet Strafuitvoering - Strafuitvoeringsrechtbank - Voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of overlevering - Advies van de gevangenisdirecteur - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Artt. 2, 3°, 31, 50, § 2, en 53, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1165.N Y W T, veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Pieterjan Van Muysen, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 16 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 31 en 53 Wet Strafuitvoering: het vonnis werd gewezen op het negatief mondeling advies van de gevangenisdirecteur te Gent, terwijl dit advies had moeten worden verleend door de directeur van de gevangenis waar de eiser verblijft, zijnde de gevangenisdirecteur te Dendermonde; hij is immers de enige die een mondeling advies kan verlenen; de gevangenisdirecteur te Gent kan enkel advies verlenen indien hij optreedt namens de gevangenisdirecteur te Dendermonde; bovendien week het mondeling advies van de gevangenisdirecteur te Gent op de rechtszitting af van het advies van de gevangenisdirecteur te Dendermonde, zoals blijkt uit het bij de memorie gevoegde stuk.
- In zoverre het middel aanvoert dat het mondeling op de rechtszitting van 3 november 2020 door de directeur van de gevangenis te Gent gegeven advies afwijkt van het advies van de gevangenisdirecteur te Dendermonde, zoals dit moet blijken uit een bij eisers memorie gevoegd stuk, verplicht het tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
- Artikel 50, § 2, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de directeur uiterlijk vier maanden na ontvangst van het afschrift van het verzoek om de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit een advies uitbrengt en dat op dat advies artikel 31 Wet Strafuitvoering van toepassing is. Artikel 31 Wet Strafuitvoering regelt de procedure van schriftelijke advisering. Artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsrechtbank onder meer de directeur hoort.
- Artikel 2, 3°, Wet Strafuitvoering bepaalt dat voor de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan onder de directeur wordt verstaan de ambtenaar bedoeld in artikel 2 van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden.
- Volgens artikel 2, 13°, van de voormelde basiswet van 12 januari 2005 wordt onder de directeur verstaan een ambtenaar van niveau A bekleed met de functie van directeur of ambtenaar van niveau A aangewezen door de directeur-generaal om onder gezag van het inrichtingshoofd de taken uit te voeren die de wet aan de directeur heeft toevertrouwd.
- Uit deze bepalingen volgt niet dat het noodzakelijk de directeur van de inrichting waar de veroordeelde tot vrijheidsstraf is opgesloten is die door de strafuitvoeringsrechtbank overeenkomstig artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering moet worden gehoord. Ook de directeur van een andere inrichting kan worden gehoord, zonder dat is vereist dat de strafuitvoeringsrechtbank uitdrukkelijk vaststelt dat deze optreedt namens de directeur van de inrichting waar de veroordeelde is opgesloten. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbieding van het recht van verdediging waaronder meer bepaald het recht op tegenspraak: de strafuitvoeringsrechtbank heeft door de ontvangst van het bijkomend gunstig schriftelijk advies van de gevangenisdirecteur te Dendermonde van 10 november 2020 en het niet uitnodigen van de eiser om daarover te worden gehoord en er tegenspraak over te voeren, eisers rechten miskend; de eiser moet kennis kunnen nemen en verweer kunnen voeren over elk stuk dat aan de rechter met het oog op de beïnvloeding van de rechter wordt overgemaakt; het advies van de directeur van 10 november 2020, dat verschillend is van het advies van de directeur te Gent, is essentieel bij de beoordeling van eisers verzoek.
- Het middel dat geheel berust op de aanvoering dat de directeur van de gevangenis te Dendermonde, nadat de zaak door de strafuitvoeringsrechtbank in beraad werd genomen, aan de strafuitvoeringsrechtbank heeft gemeld dat zij in tegenstelling tot de directeur te Gent positief zou adviseren en dat de strafuitvoeringsrechtbank daarvan kennis heeft genomen, verplicht tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het middel is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 0,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 15 december 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201215.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div