id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 23 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201223.2N.1 Rolnummer: P.20.1205.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2020-12-24 Raadplegingen: 720 - laatst gezien 2026-06-19 19:54 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 6 EVRM is niet van toepassing op de rechter die op grond van artikel 18 Wet Wederzijdse Erkenning Straffen uitspraak doet over de verzwaring naar aard en duur van een straf of maatregel als bedoeld in die bepaling; die rechter doet immers geen uitspraak over de gegrondheid van een strafvervolging of over een burgerlijk recht. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Strafuitvoering - Vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een Lidstaat van de Europese Unie - Tenuitvoerlegging in België - Strafuitvoeringsrechtbank - Artikel 6, EVRM - Toepasselijkheid Wettelijke bepalingen: Wet 15 mei 2012 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie - 15-05-2012 - Art. 18 - 03 ELI link Pub nr 2012009226 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Annotaties Publicaties: Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent [RABG] - 2021, nr. 10, p. 962-
- - HANOULLE, Katrien; Noot'Wederzijdse erkenning van maatregelen voor geestesgestoorde daders: de Belgische internering versus de Nederlandse terbeschikkingstelling' Tekst van de beslissing Nr. P.20.1205.N M P M, persoon die het voorwerp uitmaakt van een buitenlands vonnis dat is erkend en waarvan de tenuitvoerlegging is bevolen, geïnterneerde, eiser, met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Brussel van 23 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Philippe de Koster heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 18, § 3, van de wet van 15 mei 2012 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (hierna Wet Wederzijdse Erkenning Straffen): het vonnis oordeelt ten onrechte dat in vergelijking met de in Nederland opgelegde terbeschikkingstelling de internering in België een verzwaring inhoudt naar aard en duur; er is verzwaring naar aard aangezien op grond van de artikelen 3, 4°, e), en 19 Interneringswet een plaatsing in een afdeling tot bescherming van de maatschappij mogelijk is; dit is een term zonder inhoud die in werkelijkheid neerkomt op een plaatsing in een gevangenis; België werd daarvoor meermaals veroordeeld en daarbij is te verwijzen naar het pilootarrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, W.D. tegen België, van 6 september 2016; een langdurige opsluiting van een terbeschikkinggestelde in Nederland in een gevangenis is niet mogelijk en gebeurt ook niet; gelet op de beperktere mogelijkheid tot een definitieve invrijheidstelling is er ook een verzwaring naar de duur; in Nederland kan om de twee jaar om een definitieve invrijheidstelling worden verzocht, terwijl uit de artikelen 42 en 66 Interneringswet volgt dat in België een definitieve invrijheidstelling slechts mogelijk is na een proeftijd van drie jaar; er is bovendien geen garantie dat de eiser ooit een invrijheidstelling op proef zal verkrijgen waardoor de internering een onbepaalde duur krijgt.
- Uit artikel 18, § 2, § 3, en § 4, Wet Wederzijdse Erkenning Straffen volgt dat: - indien de aard van de sanctie genomen in de beslissingsstaat onverenigbaar is met het Belgische recht, de procureur des Konings de sanctie kan aanpassen aan een straf of maatregel die door het Belgische recht voor vergelijkbare feiten is voorgeschreven, waarbij deze straf of maatregel zoveel mogelijk overeenstemt met de in de beslissingsstaat opgelegde sanctie en niet wordt gewijzigd in een geldelijke sanctie; - de in de beslissingsstaat opgelegde straf of maatregel in geen geval mag worden verzwaard naar aard en duur; - de gevonniste persoon die meent dat de door de procureur des Konings besliste aanpassing de in de beslissingsstaat uitgesproken straf of maatregel verzwaart naar aard of duur, die beslissing kan betwisten voor de strafuitvoeringsrechtbank Brussel.
- Het staat dan ook aan de strafuitvoeringsrechtbank te oordelen of de beslissing van de procureur des Konings dat geen aanpassing moet gebeuren van de terbeschikkingstelling die aan de eiser bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Nederland) van 23 mei 2006 werd opgelegd aangezien deze maatregel in overeenstemming is met de internering in het Belgische recht, geen verzwaring inhoudt van die maatregel naar aard en duur.
- Uit de artikelen 29 tot en met 45 Interneringswet volgt dat de kamer voor de bescherming van de maatschappij binnen een korte termijn nadat de zaak bij haar aanhangig is gemaakt, dient te beslissen tot de plaatsing, in voorkomend geval met toekenning van een uitgaansvergunning, verlof of beperkte detentie, hetzij tot de toekenning van elektronisch toezicht, hetzij tot de toekenning van een vervroegde invrijheidstelling op proef. De plaatsing gebeurt in een door de federale overheid georganiseerde inrichting of afdeling tot bescherming van de maatschappij, een door de federale overheid georganiseerd forensisch psychiatrisch centrum of een erkende inrichting georganiseerd door een privé-instelling die in staat is de geïnterneerde persoon de gepaste zorgen te verstrekken. In een plaatsing in een gevangenis is niet voorzien. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- In zoverre het middel aanvoert dat een plaatsing in een afdeling tot bescherming van de maatschappij in werkelijkheid een plaatsing is in een gevangenis en dat in België geesteszieke misdrijfplegers systematisch worden opgesloten in een gevangenis, verplicht het tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
- Uit het enkele feit dat het in het middel geciteerde pilootarrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vaststelt dat het interneringsysteem in België systemisch disfunctioneel is, volgt niet dat de eiser zal worden geplaatst in een afdeling tot bescherming van de maatschappij waarvan de opsluitingsvoorwaarden strijdig zouden zijn met de artikelen 3 en 5.1.e EVRM. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Uit de enkele omstandigheid dat een geïnterneerde in afwachting van de plaatsing in een andere inrichting kan worden geplaatst in een afdeling tot bescherming van de maatschappij en dat hij daar niet de nodige zorgen zou ontvangen zodat zijn opsluiting strijdig zou zijn met de artikelen 3 en 5.1.e EVRM, volgt overigens niet dat een internering naar aard zwaarder is dan een terbeschikkingstelling. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het vonnis oordeelt onder meer als volgt: - zowel de terbeschikkingstelling als de internering streven een dubbel doel na, namelijk de zorg voor de geesteszieke en de bescherming van de maatschappij; - in tegenstelling tot wat de eiser voorhoudt wordt in het Belgische interneringssysteem een geïnterneerde niet opgesloten in een gevangenis; - er wordt bekeken waar de geïnterneerde verdere zorg zal krijgen en zal worden geplaatst; - ook in het Nederlandse stelsel wordt een instelling of inrichting aangewezen met de opdracht van onder meer hulp en steunverlening, wat een plaatsing in een voorziening inhoudt of tijdelijk in een huis van bewaring. Op grond van die redenen oordeelt het arrest naar recht dat een internering geen verzwaring naar aard is van de maatregel van terbeschikkingstelling. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Uit de artikelen 42, 1° en 66 Interneringswet, rekening houdend met artikel 5.1.e en 5.4 EVRM, volgt niet dat een geïnterneerde steeds een proeftijd van drie jaar moet doorlopen om definitief in vrijheid te worden gesteld. Deze bepalingen moeten zo worden begrepen dat indien de toestand van een geïnterneerde dermate is geëvolueerd dat niet langer sprake is van een geestesstoornis en er niet langer redelijkerwijze te vrezen is dat de geïnterneerde door artikel 9, § 1, 1°, Interneringswet bedoelde misdrijven zal plegen, de kamer voor de bescherming van de maatschappij aan de geïnterneerde een definitieve invrijheidstelling moet toekennen, zelfs al is de door artikel 42, § 1, Interneringswet bepaalde proefperiode nog niet verstreken. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het vonnis oordeelt verder onder meer als volgt: - de terbeschikkingstelling heeft geen vooraf bepaalde duur, wat ook het geval is met de internering; - bij een terbeschikkingstelling heeft de betrokkene geen enkele garantie dat hij ooit een invrijheidstelling op proef krijgt of dat hij ooit definitief in vrijheid wordt gesteld: er is een periodieke evaluatie en een levenslang verblijf in een justitiële instelling of forensische psychiatrie is mogelijk; - bij een internering beslist de kamer voor de bescherming van de maatschappij op korte termijn over een plaatsing en kan zij zelfs een invrijheidstelling op proef bevelen en is er voorzien in een stelsel van periodieke opvolging. Bij de terbeschikkingstelling kan de maatregel worden verlengd voor twee jaar; - indien er niet langer sprake is van een geestesstoornis en niet langer redelijkerwijze te vrezen is dat de geïnterneerde bepaalde misdrijven zal plegen, moet de kamer voor de bescherming van de maatschappij de definitieve invrijheidstelling bevelen. Op grond van die redenen oordeelt het arrest naar recht dat een internering geen verzwaring naar duur is van de maatregel van terbeschikkingstelling. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de onpartijdige rechter: door het ontkennen van het vaststaand en objectief vastgesteld feit dat het naar Belgisch recht mogelijk is om ter uitvoering van een interneringsbeslissing te worden geplaatst in een gevangenis, is de strafuitvoeringsrechtbank niet meer in staat om objectief te oordelen en is de onpartijdigheid ervan niet langer gewaarborgd.
- Artikel 6 EVRM is niet van toepassing op de rechter die op grond van artikel 18 Wet Wederzijdse Erkenning Straffen uitspraak doet over de verzwaring naar aard en duur van een straf of maatregel als bedoeld in die bepaling. Die rechter doet immers geen uitspraak over de gegrondheid van een strafvervolging of over een burgerlijk recht. In zoverre het middel schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht.
- Uit het enkele feit dat een rechter een door een partij aangevoerd feit verwerpt, dat volgens die partij vaststaand is, volgt niet dat die rechter niet meer onpartijdig kan oordelen. In zoverre faalt het middel evenzeer naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 0,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Frédéric Lugentz en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 23 december 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Philippe de Koster, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201223.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div