id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201229.2N.10 Rolnummer: P.20.1226.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-02-09 Raadplegingen: 683 - laatst gezien 2026-06-20 07:25 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De strafuitvoeringsmodaliteiten van beperkte detentie en elektronisch toezicht kunnen weliswaar worden toegekend onder identieke tijdsvoorwaarden, maar zijn verder van elkaar te onderscheiden door de graad van vrijheidsbeperking van de veroordeelde en de mate waarin daarbij de samenleving wordt beschermd; daaruit volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank de aanwezigheid van de tegenaanwijzingen voor elk van beide onderdelen anders kan beoordelen. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Modaliteiten van beperkte detentie en elektronisch toezicht - Tegenaanwijzingen - Beoordeling - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 47, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiche 2 Geen enkele bepaling verzet zich ertegen dat de strafuitvoeringsrechtbank bij de beoordeling van tegenaanwijzingen in aanmerking neemt dat eerst een aan de veroordeelde toegekende bijzondere uitvoeringsmodaliteit of andere strafuitvoeringsmodaliteit gunstig moet zijn verlopen. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Modaliteiten van strafuitvoering - Tegenaanwijzingen - Gunstige evaluatie van een eerdere strafuitvoeringsmodaliteit of bijzondere uitvoeringsmodaliteit - Beoordeling Tekst van de beslissing Nr. P.20.1226.N T A, veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 30 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Eric Van Dooren heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering: de strafuitvoeringsrechtbank wijst eisers verzoek tot het verkrijgen van de strafuitvoeringsmodaliteit van het elektronisch toezicht af omdat zij de weg van de geleidelijkheid wenst te bewandelen, te beginnen met penitentiaire verloven, om na een gunstige evaluatie daarvan over te gaan naar een beperkte detentie en ruimere vrijheden, waardoor minstens de tegenaanwijzing van het risico van het plegen van nieuwe ernstige strafbare feiten wordt aangenomen; wettelijk is nochtans niet vereist dat de toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit moet worden voorafgegaan door uitgaansfaciliteiten die in de regel door de minister van Justitie moeten worden toegekend, noch dat dit afhankelijk kan worden gemaakt van de toekenning van een andere door de strafuitvoeringsrechtbank toe te kennen strafuitvoeringsmodaliteit, vooral wanneer deze aan dezelfde tijds- en vormvoorwaarden is onderworpen; doordat het vonnis bovendien niet uitdrukkelijk aangeeft welke andere mogelijke tegenaanwijzing dan het recidiverisico wordt aangenomen, is het niet met redenen omkleed.
- Met de redenen die het bevat (p. 2-3), oordeelt het vonnis eveneens dat "het reclasseringsplan dat thans voorligt onvoldoende geconcretiseerd en te laagdrempelig is." Daarmee geeft de strafuitvoeringsrechtbank te kennen dat zij naast de in het middel aangehaalde tegenaanwijzing ook de afwezigheid van vooruitzichten op sociale reclassering van de eiser als tegenaanwijzing aanneemt. In zoverre het middel een motiveringsgebrek aanvoert, mist het feitelijke grondslag.
- Binnen de grenzen van de wet oordeelt de strafuitvoeringsrechtbank onaantastbaar over het bestaan van tegenaanwijzingen op grond waarvan zij een gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit afwijst.
- De strafuitvoeringsmodaliteiten van beperkte detentie en elektronisch toezicht kunnen weliswaar worden toegekend onder identieke tijdsvoorwaarden, maar zijn verder van elkaar te onderscheiden door de graad van vrijheidsbeperking van de veroordeelde en de mate waarin daarbij de samenleving wordt beschermd. Daaruit volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank de aanwezigheid van tegenaanwijzingen voor elk van beide modaliteiten anders kan beoordelen.
- Geen enkele bepaling verzet zich ertegen dat de strafuitvoeringsrechtbank bij de beoordeling van tegenaanwijzingen in aanmerking neemt dat eerst een aan de veroordeelde toegekende bijzondere uitvoeringsmodaliteit of andere strafuitvoeringsmodaliteit gunstig moet zijn verlopen.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
- Het vonnis oordeelt dat aan de eiser ruimere vrijheden zoals een elektronisch toezicht kunnen worden toegekend nadat hij met gunstige evaluatie een penitentiair verlof en vervolgens een beperkte detentie heeft doorlopen. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 0,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 29 december 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201229.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211130.2N.18 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240507.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div