← België

O.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201229.2N.14 Rolnummer: P.20.1289.N Zaak: O. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-02-09 Raadplegingen: 802 - laatst gezien 2026-06-20 01:39 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Buiten de gevallen van artikelen 152 Wetboek van Strafvordering en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, is een geschrift uitgaande van een partij of haar advocaat dat ter griffie per fax is ingediend, zonder dat uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat het andermaal ter rechtszitting is neergelegd of dat de eiser zijn middelen mondeling heeft aangevoerd of hernomen, geen schriftelijke conclusie waarop de rechter moet antwoorden, ongeacht de benaming of vorm van dat geschrift

(1); die regel geldt ook voor de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over de handhaving van de voorlopige hechtenis.
(1)Cass. 21 november 2017, AR P.17.0777.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171121.8, AC 2007, nr. 663; Cass. 19 september 2017, AR P.16.1065.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170919.3, AC 2017, nr. 482; Cass. 18 april 2007, AR P.07.0015.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070418.10, AC 2007, nr.
  1. Zie I. COUWENBERG en F. VAN VOLSEM, Concluderen voor de strafrechter, Intersentia, 2018, 17-
  2. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Geschrift met middelen ingediend per fax ter griffie - Geen neerlegging van het geschrift op de terechtzitting - Geen herneming van de middelen in het geschrift - Motiveringsplicht - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23, 4° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Voorlopige hechtenis - Geschrift met middelen ingediend per fax ter griffie - Geen neerlegging van het geschrift op de terechtzitting - Geen herneming van de middelen in het geschrift - Beoordeling Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23, 4° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Geschrift met middelen ingediend per fax ter griffie - Geen neerlegging van het geschrift op de terechtzitting - Geen herneming van de middelen in het geschrift - Motiveringsplicht - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 23, 4° - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Fiches 4 - 6 De schriftelijke vordering die de procureur-generaal neemt ter gelegenheid van het hoger beroep tegen een beslissing inzake de handhaving van de voorlopige hechtenis is geen conclusie waarop de rechter moet antwoorden; de kamer van inbeschuldigingstelling moet dan ook niet antwoorden op daarin opgenomen middelen tot staving van de vordering van de procureur-generaal. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Middelen opgenomen in de vordering van de procureur-generaal - Motiveringsplicht - Omvang Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Voorlopige hechtenis - Middelen opgenomen in de vordering van de procureur-generaal - Beoordeling Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Middelen opgenomen in de vordering van de procureur-generaal - Motiveringsplicht - Omvang Tekst van de beslissing Nr. P.20.1289.N A O, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Gino Houbrechts, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 15 december
  3. De eiser voert in een memorie dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen
  4. Het eerste middel voert schending aan van artikel 23, 4°, Voorlopige Hechteniswet: het arrest beantwoordt niet eisers verweer over het verloop van het gerechtelijk onderzoek, vermeld in de per fax aan de griffie van het hof van beroep overgemaakte conclusie; indien het hof van beroep een aldus neergelegde conclusie die zich in het dossier bevindt, niet in aanmerking moet nemen, wordt het gelijkheidsbeginsel en de wapengelijkheid tussen het openbaar ministerie en de verdediging miskend; de schriftelijke vordering van het openbaar ministerie die dateert van 8 december 2020 werd immers evenmin ter rechtszitting van 15 december 2020 opnieuw neergelegd. Het tweede middel voert schending aan van artikel 23, 4°, Voorlopige Hechteniswet: het arrest beantwoordt evenmin eisers verweer over het recidivegevaar en het onttrekkingsgevaar, geformuleerd in de in het eerste middel vermelde conclusie.
  5. Buiten in de hier niet toepasselijke gevallen van artikel 152 Wetboek van Strafvordering en artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, moet in strafzaken de conclusie blijken uit een geschrift dat, ongeacht zijn benaming of vorm, tijdens het debat ter rechtszitting door een partij of zijn advocaat aan de rechter wordt overgelegd, waarvan regelmatig is vastgesteld dat de rechter kennis ervan heeft genomen en waarin middelen tot staving van een eis, verweer of exceptie zijn aangevoerd. Bijgevolg is het geschrift uitgaande van een partij of haar advocaat dat, ook al bevat het dergelijke middelen, ter griffie per fax is ingediend, zonder dat uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat het andermaal ter rechtszitting is neergelegd of dat de eiser zijn middelen mondeling heeft aangevoerd of heeft hernomen, geen schriftelijke conclusie waarop de rechter moet antwoorden. Die regel geldt ook voor de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over de handhaving van de voorlopige hechtenis.
  6. De schriftelijke vordering die de procureur-generaal neemt ter gelegenheid van het hoger beroep tegen een beslissing inzake de handhaving van de voorlopige hechtenis is geen conclusie zoals hierboven is bedoeld. De kamer van inbeschuldigingstelling moet dan ook niet antwoorden op daarin opgenomen middelen ter staving van de vordering van de procureur-generaal.
  7. In zoverre de middelen uitgaan van andere rechtsopvattingen, falen ze naar recht.
  8. De aangevoerde miskenning van het gelijkheidsbeginsel is afgeleid uit deze onjuiste rechtsopvattingen. In zoverre zijn de middelen niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 41,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Antoine Lievens, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 29 december 2020 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201229.2N.14 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070418.10 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170919.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171121.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220920.2N.5 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250408.2N.27 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251216.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.