← België

ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200312.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 12 maart 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200312.4 Rolnummer: C.19.0437.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Insolventierecht Invoerdatum: 2020-04-07 Raadplegingen: 704 - laatst gezien 2026-06-28 07:55 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Fiche De hypothecaire en bevoorrechte schuldeisers kunnen niet worden uitgesloten van de verdeling of de rangregeling van de verkoopopbrengst van de bezwaarde onroerende goederen om reden dat zij geen tijdige aangifte hebben gedaan van hun schuldvordering

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - BEVOORRECHTE EN HYPOTHECAIRE SCHULDEISERS Vrije woorden: Bezwaard onroerend goed - Verdeling of rangregeling van de verkoopopbrengst - Hypothecaire of bevoorrechte schuldeiser - Afwezigheid van tijdige aangifte - Gevolg Wettelijke bepalingen: WETBOEK VAN KOOPHANDEL BOEK III - Faillissementswet - 08-08-1997 - Artt. 62 en 72, eerste en derde lid - 80 ELI link Pub nr 1997009766 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1326 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: Rechtskundig Weekblad [RW] - X.; Noot onder cassatie. - 2020-21, nr. 9, p. 336-
  1. BJS-Bulletin juridique social - 2022,n° 683, p.
  2. - BEDORET, Christophe; Note'Le RDC et... les créanciers hypothécaires et privilégiés' T.Not.-Tijdschrift voor notarissen - 2020, nr. 7-8, p. 641-
  3. - WEYTS, Luc; Noot'Uit de black box van het faillissementsrecht' Tekst van de conclusie ERROR GetNoECLIfromNoROLE - iubel_id arret NOT FOUND ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200312.4 2020-03-12 ERROR GetNoECLIfromNoROLE - iubel_id arret NOT FOUND ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200312.4 2020-03-12 ERROR GetNoECLIfromNoROLE - iubel_id arret NOT FOUND ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200312.4 2020-03-12 C.19.0437.N Conclusie van Eerste advocaat-generaal Ria Mortier
  4. Feiten en procedure 1.
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt het volgende. Eiser, curator van de bij vonnis van 13 maart 2013 failliet verklaarde Polar Star NV, werd gemachtigd om het onroerend goed van deze vennootschap uit de hand te verkopen aan een minimumprijs van 150.000 euro. Limitless NV had op dit onroerend goed een inschrijving in eerste rang tot zekerheid van de betaling van 350.000 euro in hoofdsom, meer 35.000 euro aan toebehoren. Zij deed geen aangifte van schuldvordering in het faillissement van Polar Star NV. De akte van verkoop van het onroerend goed van de failliet verklaarde Polar Star NV werd verleden op 10 maart 2014 door zesde verweerster, waarna Limitless NV verzet deed op de koopprijs. Zij deed op 27 februari 2015 tegenspraak op de rangregeling die haar was betekend. Bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, afdeling Gent, van 7 november 2017, werd voor recht gezegd dat de rangregeling moet worden aangepast in die zin dat de verkoopprijs van het onroerend goed ingevolge overwijzing in de eerste plaats toekomt aan verweerder, in zijn hoedanigheid van curator van de inmiddels failliet verklaarde Limitless NV, als eerst ingeschreven hypothecaire schuldeiser ten belope van diens schuldvordering. Bij arrest van het hof van beroep te Gent van 8 april 2019 werd het hoger beroep van eiser tegen dit vonnis ontvankelijk maar niet gegrond verklaard. 1.
  6. In een tijdige en regelmatige voorziening in cassatie komt eiser q.q. met één middel op tegen dit arrest. Hij voert in zijn middel aan dat de appelrechter niet wettig kon oordelen dat de verkoopprijs van het onroerende goed van de gefailleerde Polar Star NV in de eerste plaats toekomt aan de hypothecaire schuldeiser Limitless NV, ingevolge overwijzing, en de rangregeling dient te worden aangepast in die zin, terwijl deze naliet haar schuldvordering aan te geven in overeenstemming met de artikelen 62 eerste lid en 63 eerste lid van de Faillissementswet, zoals van toepassing, en terwijl de verjaringstermijn zoals bepaald in artikel 72 van de Faillissementswet, zoals van toepassing, was verstreken.
  7. Bespreking 2.
  8. De rechtsvraag die zich stelt is te weten of de afwezigheid van tijdige aangifte door de hypothecaire schuldeiser van zijn schuldvordering een zuiverende werking heeft ten aanzien van het onroerend goed waarop de hypotheek is gevestigd, in die zin dat hij zijn zekerheid niet meer kan uitwinnen. 2.
  9. Krachtens artikel 62, eerste lid, Faillissementswet, zoals van toepassing
(1), is een schuldeiser, om in aanmerking te komen voor een uitdeling alsmede om enig recht van voorrang te kunnen uitoefenen, gehouden aangifte te doen van zijn schuldvorderingen die samen met de titels, ter griffie van de rechtbank van koophandel dient te worden neergelegd uiterlijk op de door het vonnis van faillietverklaring bepaalde dag. Krachtens artikel 72, derde lid, Faillissementswet, zoals van toepassing
(2)verjaart het recht de opname te vorderen in het faillissement, in beginsel, na verloop van één jaar te rekenen van het faillissementsvonnis. Artikel 91 Faillissementswet, zoals van toepassing, bepaalt dat wanneer de prijs van de onroerende goederen vroeger dan of tegelijk met die van de roerende goederen verdeeld wordt, de bevoorrechte of de hypothecaire schuldeisers die niet geheel voldaan zijn uit de prijs van de onroerende goederen, naar evenredigheid van hetgeen hun nog verschuldigd is, samen met de gewone schuldeisers optreden ten aanzien van de gelden die aan de chirografaire boedel toekomen, mits hun schuldvorderingen bevestigd en geverifieerd zijn met inachtneming van de (...) voorgeschreven vormen. Artikel 92 Faillissementswet, zoals van toepassing, bepaalt dat wanneer tot een of meer uitdelingen van gelden wordt overgegaan voordat de prijs van de onroerende goederen verdeeld is, de op de onroerende goederen bevoorrechte en de hypothecaire schuldeisers daaraan deelnemen naar evenredigheid van het volle bedrag van hun schuldvorderingen, onverminderd de afscheiding die in de Faillissementswet wordt omschreven. Krachtens artikel 1639 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing
(3), gaan ten gevolge van de toewijzing van het onroerend goed de rechten van de ingeschreven schuldeisers over op de prijs. 2.3. Uw Hof oordeelt dat de verplichting krachtens artikel 62 Faillissementswet om aangifte van schuldvordering te doen, algemeen is en dus ook geldt voor hypothecaire, bevoorrechte en pandhoudende schuldeisers
(4). Hoewel de zogenaamde "separatisten", waaronder de eerst ingeschreven hypothecaire schuldeisers, buiten de collectieve vereffening blijven, zijn zij eveneens tot aangifte van schuldvordering verplicht om enig recht van voorrang te kunnen laten gelden
(5). Schuldeisers die in gebreke blijven hun schuldvorderingen aan te geven, komen krachtens artikel 72, eerste lid, niet in aanmerking voor enige uitdeling uit de boedel
(6). Dit geldt echter in de hypothese waarin de schuldvordering van deze schuldeisers de opbrengst van het onderpand overtreft. In dat geval dienen de bevoorrechte schuldeisers inderdaad aangifte te doen. Zij kunnen zich in die hypothese niet op hun voorrecht beroepen om aan deze aangifteplicht te ontkomen, hetgeen wordt bevestigd door artikel 91 Faillissementswet. De vraag of de eerst ingeschreven hypothecaire schuldeiser aangifte van schuldvordering heeft gedaan, is met andere woorden enkel relevant voor het geval zijn vordering niet volledig wordt voldaan met de opbrengst van het gehypothekeerde goed, in welk geval het onbetaald gebleven deel als schuldvordering in de boedel blijft. 2.4. Zoals verweerder q.q. terecht aanvoert in zijn memorie van antwoord, vinden de artikelen 62, 63 en 70 Faillissementswet geen toepassing op de eerst ingeschreven hypothecaire schuldeiser die na de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen het bezwaarde goed kan doen verkopen overeenkomstig de artikelen 1560 tot 1626 Gerechtelijk Wetboek. Wanneer het belang van de boedel het vereist en op voorwaarde dat een tegeldemaking van het bezwaarde goed kan worden verwacht die de hypothecaire schuldeisers niet benadeelt, kan de rechtbank echter op verzoekschrift van de curator, na de eerst ingeschreven hypothecaire schuldeiser bij gerechtsbrief te hebben opgeroepen, de schorsing van de tenuitvoerlegging bevelen voor een maximumtermijn van een jaar te rekenen van de faillietverklaring. De eerst ingeschreven hypothecaire schuldeiser is derhalve een separatist die buiten de boedel staat en wiens executiemogelijkheden door het faillissement niet wezenlijk worden aangetast. De executie wordt enkel geschorst tot de neerlegging van het eerste proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen, met een optionele bijkomende schorsing van maximum een jaar. De eerst ingeschreven hypothecaire schuldeiser neemt aldus een bijzondere positie in. Hij is een separatist met een afzonderlijk executierecht dat in het faillissement goeddeels overeind blijft. Als separatist beschikt hij inderdaad over een afscheidingsrecht, dat hem in staat stelt zijn onderpand individueel uit te voeren volgens de regels en procedures die voor de verzilvering van dat soort rechten op dat soort goederen gelden. De separatist-schuldeiser hoeft zich dan aan het bewind over de boedel in beginsel niets gelegen te laten. Hij kan handelen alsof er geen faillissement is
(7). Het onderpand van de hypothecaire schuldeiser-separatist bevindt zich buiten de faillissementsboedel in de mate dat de opbrengst ervan de waarde van de verzekerde schuldvordering niet overtreft
(8). Hieruit vloeit voort dat de afwikkeling van het faillissement de eerst ingeschreven hypothecaire schuldeiser niet kan verontrusten, in de mate dat de opbrengst van zijn onderpand de waarde van de verzekerde schuldvordering niet overtreft. Zijn onderpand valt immers buiten de boedel en zijn executierechten op dat onderpand worden door het faillissement niet substantieel aangetast. Slechts in de mate dat zijn schuldvordering de opbrengst van het onderpand overtreft, dient hij zich de faillissementsverrichtingen te laten tegenwerpen en dient hij binnen het faillissement aangifte van schuldvordering te doen teneinde in aanmerking te komen voor uitdeling binnen de boedel. Meer in het algemeen moeten schuldeisers, zoals hiervoor gesteld, aangifte van schuldvordering doen om in aanmerking te komen voor een uitdeling
(9). Separatisten nemen echter niet deel aan de uitdeling, althans in de mate dat de opbrengst van hun onderpand de waarde van hun schuldvordering overtreft. De opbrengst van het onderpand volstaat dan immers om hun schuldvordering te voldoen, en dit onderpand bevindt zich buiten de boedel. Van een uitdeling van boedel-activa is dus geen sprake. 2.5. Tenslotte verwijst verweerder terecht naar artikel 1639 Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing
(10). Krachtens deze bepaling gaan de rechten van de ingeschreven schuldeisers ten gevolge van de toewijzing van het onroerend goed over op de prijs. De stelling volgens dewelke de hypothecaire schuldeisers hun rechten op de prijs verliezen wanneer zij geen aangifte van schuldvordering hebben gedaan, is strijdig met de duidelijke tekst van deze bepaling. Gelet op hetgeen voorafgaat, kan de hypothecaire en bevoorrechte schuldeiser niet worden uitgesloten van de verdeling of de rangregeling van de verkoopopbrengst van de bezwaarde onroerende goederen om reden dat hij geen tijdige aangifte heeft gedaan van zijn schuldvordering. Mijns inziens faalt het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting bijgevolg naar recht. Conclusie: verwerping. _______________________
(1)Vóór de wijziging door artikel 18 van de wet van 1 december 2016 (BS 11 januari 2017) en vóór de opheffing door artikel 70 van de wet van 11 augustus 2017 (BS 11 september 2017).
(2)Vóór de opheffing door artikel 70 van de wet van 11 augustus 2017 (BS 11 september 2017).
(3)Vóór de wijziging door artikel 49 van de wet van 11 augustus 2017 (BS 11 september 2017).
(4)Cass. 17 september 2015, AR C.15.0143.N, AC 2015, nr. 530; Parl.St. Kamer, 1991-92, 48-631/1, 29; E. DIRIX en R. DE CORTE, Zekerheidsrechten, in DILLEMANS, R. en VAN GERVEN, W., Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Antwerpen, Kluwer, 2006, 46, nr. 55)
(5)E. DIRIX en R. DE CORTE, Zekerheidsrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 47, nr. 55)
(6)Cass. 16 januari 2020, AR C.19.0298.N, AC 2020, nr. 47.
(7)E. DIRIX en R. DE CORTE, Zekerheidsrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 56, nr. 57; M.E. STORME en C. VAN DEN BROECK, "De gevolgen van een reorganisatie- en faillissementsprocedure op de verhaalsmogelijkheden van de betrokken schuldeisers", in Ondernemingen in moeilijkheden, Antwerpen, Intersentia, 2019, 187-188; S. BRIJS en R. LINDEMANS, De gevolgen van collectieve insolventieprocedures voor de executierechten van individuele schuldeisers, Herentals, Knops, 2015, 48, nr. 56.
(8)E. DIRIX en R. DE CORTE, Zekerheidsrechten, Mechelen, Kluwer, 2006, 50, nr. 58.
(9)Cass. 17 september 2015 AR C.15.0143.N, AC 2015, nr. 530.
(10)Vóór de wijziging bij Wet van 11 augustus 2017 (BS 11 september 2017). Nieuwe bepalingen betreffende zakelijke zekerheidsrechten hebben in beginsel onmiddellijke werking (zie J. BAECK, "Achtergrond en krachtlijnen van de hervorming", in J. BAECK en M. KRUITHOF (eds.), Het nieuwe zekerheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2014, 21, nr. 38-39; MvT van wetsontwerp 24 oktober 2012 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 53-2463/001, 33, behalve indien er inmiddels reeds een toestand van samenloop is ontstaan, bijvoorbeeld bij faillissement( zie V. SAGAERT, "Intertemporele werking zakelijke zekerheidsrechten" in Comm.Voorr., nr. 24.) Ingeval van samenloop worden de posities van de schuldeisers onherroepelijk vastgelegd en wordt hun rangorde bepaald volgens het op dat ogenblik toepasselijke recht.( zie MvT van wetsontwerp 24 oktober 2012 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 53-2463/001, 33.) PDF document ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200312.4 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200312.1N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.