← België

AG INSURANCES NV contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 11 mei 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200511.3N.3 Rolnummer: S.19.0012.N Zaak: AG INSURANCES NV contra D. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2020-06-04 Raadplegingen: 496 - laatst gezien 2026-06-28 11:51 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200511.3N.3 Fiche De omstandigheid dat artikel 13, § 1, 2°, eerste lid, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77bis van 19 december 2001, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot vervanging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 77 van 14 februari 2001 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, de partijen ertoe verplicht de arbeidsregeling en het werkrooster die zijn overeengekomen, schriftelijk vast te stellen in een arbeidsovereenkomst, conform artikel 11bis Arbeidsovereenkomstenwet, heeft niet tot gevolg dat de tot een halftijdse betrekking verminderde arbeidsprestaties als de normale contractuele arbeidsduur van de betrokken werknemer in de zin van de artikelen 9, 1°, en 10 van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels moeten worden aangezien; de arbeidsduur die vóór de tijdelijke gedeeltelijke schorsing van de uitvoering van de voltijdse betrekking toepasselijk was, blijft de normale contractuele arbeidsduur; hieruit volgt dat ingeval van arbeidsongeval overkomen lopende de duur van een aldus opgenomen tijdskrediet, bij de bepaling van het basisloon voor de berekening van de vergoedingen voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid toepassing moet worden gemaakt van artikel 36, § 1, Arbeidsongevallenwet en niet van artikel 37bis, § 1, Arbeidsongevallenwet

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - VERGOEDING - Basisloon Vrije woorden: Tijdskrediet - Normale contractuele arbeidsduur - Begrip - Gevolg Wettelijke bepalingen: CAO nr. 77bis van de Nationale Arbeidsraad 19 december 2001, tot vervanging van de CAO nr. 77 van 14 februari 2001 tot invoering stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking - 19-12-2001 - Art. 13,§1, 2°, eerste lid - 50 Link Justel databank 20011219-50 Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten - 03-07-1978 - Art. 11bis - 01 ELI link Pub nr 1978070303 KB 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toep. art. 39 wet 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring wettelijk pensioenlft - 10-06-2001 - Artt. 9, 1°, en 10 - 57 ELI link Pub nr 2001022461 Wet 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels - 26-07-1996 - Art. 39 - 31 ELI link Pub nr 1996021237 Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 - 10-04-1971 - Art. 36, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1971041001 Annotaties Publicaties: Forum de l'assurance [For.ass.] - 2021, n° 215, p. 126-
  1. - REMOUCHAMPS, Sophie; Note'L'incidence du crédit-temps sur le calcul de la rémunération de base' Tekst van de conclusie S.19.0012.N Conclusie van advocaat-generaal Vanderlinden:
  2. Eiseres tot cassatie komt op tegen een arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent gewezen op 04 oktober
  3. Door eiseres wordt er één middel aangevoerd.
  4. Wat betreft het middel. a. Grieven. Door eiseres wordt de schending aangevoerd van de: - artikelen 13, §1, en 20, §1, van de CAO nr. 77bis van 19 december 2001 tot vervanging van de CAO nr. 77 van 14 februari 2001 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, algemeen verbindend verklaard bij KB van 25 januari 2002 (hierna afgekort de CAO nr. 77bis); - artikelen 13, §1, en 21, §1, van de CAO nr. 103 van 27 juni 2012 tot invoering van een stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en landingsbanen, algemeen verbindend verklaard bij KB van 25 augustus 2012 (hierna afgekort de CAO nr. 103); - artikel 11bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten; - artikelen 34, eerste, tweede en derde lid, 36, §1, 37bis, §1, van de wet van 10 april 1971 Arbeidsongevallenwet (hierna arbeidsongevallenwet); - artikelen 7, 9, 1°, 10 en 62 van het KB van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van de begrippen met betrekking tot arbeidstijdsgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid (hierna afgekort KB van 10 juni 2001). b. Probleemstelling. De problematiek die aan de orde is in onderhavig geschil betreft deze van de berekening van het basisloon in het kader van een arbeidsongeval dat zich voorgedaan heeft tijdens de periode dat de betrokken werknemer genoot van een halftijds tijdskrediet. Eiseres voert aan dat de appelrechters de in de voorziening aangehaalde bepalingen schenden door, voor de bepaling van de vergoeding voor de tijdelijke arbeidsongeschiktheid, geen rekening te houden met het basisloon als een deeltijdse (halftijdse) werknemer op grond van artikel 37bis, §1 Arbeidsongevallenwet, doch bij toepassing van artikel 36, §1 van dezelfde wet oordelen dat er een aanvulling diende te gebeuren met een hypothetisch loon als voltijds werknemer. c. Principes. Bij de bepaling van het basisloon wordt nagestreefd om de economische waarde van het slachtoffer van het arbeidsongeval te bepalen en dit met als tijdstip het ogenblik dat het arbeidsongeval zich voordeed
(1). Dit economisch potentieel wordt wettelijk vermoed de waarde van het basisloon te zijn dat bepaald wordt aan de hand van het loon waarop de werknemer recht heeft in het jaar dat het ongeval voorafgaat
(2). Dit is de referteperiode. In artikel 34, lid 2 Arbeidsongevallenwet treft men aan wat een volledige referteperiode is, namelijk wanneer de werknemer gedurende het ganse jaar gewerkt heeft als een voltijdse werknemer. Is dit niet het geval dat spreekt men van een onvolledige referteperiode. In dat geval wordt het loon aangevuld met een hypothetisch loon, één en ander overeenkomstig artikel 36, §2 Arbeidsongevallenwet. Bij een tewerkstelling als een deeltijdse werknemer wordt het basisloon vastgesteld bij toepassing van wat geldt in artikel 37bis Arbeidsongevallenwet. In dat geval wordt het basisloon vastgesteld met inachtname van het loon dat verschuldigd is ingevolge de overeenkomst voor deeltijdse werknemer. Ook hier kan er een aanvulling gebeuren met een hypothetisch loon wanneer de referteperiode onvolledig is. Doch in dit geval zal de aanvulling gebeuren tot het loon voor de deeltijdse arbeid, waarbij gekeken wordt naar de normale arbeidstijdregeling van de deeltijdse werknemer zelf
(3). De correctiemechanismes, die in artikel 36 Arbeidsongevallenwet geregeld worden, zijn van tweeërlei aard. De ene heeft betrekking op een onvolledige referteperiode an sich en het andere betreft het loon dat wegens toevallige omstandigheden te laag is
(4). De regelgever bepaalt expresis verbis sommige gevallen waar het correctiemechanisme van toepassing is. Voor de niet vermelde gevallen, en er zou sprake zijn van een onvolledige referteperiode, dan is er de algemene regeling van artikel 36, §1 Arbeidsongevallenwet. Deze doet dienst als de residuaire categorie
(5). d. Beoordeling. Bij het overlopen van de bepalingen van de arbeidsongevallenwet moet worden vastgesteld dat verweerder niet valt onder de specifiek voorziene gevallen van de wet, zoals het nog geen jaar in dienst zijn, .... Daar geen van deze van toepassing zijn, stelt zich de vraag of zijn situatie van een halftijds tijdskrediet valt onder de residuaire categorie die geregeld wordt in artikel 36, §1 Arbeidsongevallenwet. Meer in het bijzonder gaat het om de vraag of een halftijds tijdskrediet, in het kader van die residuaire categorie, dient begrepen te worden als een onvolledige referteperiode. De begrippen voltijdse en deeltijdse werknemer werden gedefinieerd door het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. Artikel 9, 1° van het voormeld koninklijk besluit bepaalt dat een voltijdse werknemer een werknemer is wiens contractuele arbeidsduur overeenstemt met de maximale arbeidsduur die in de onderneming geldt krachtens de wet. Een deeltijdse werknemer is, volgens artikel 10 van hetzelfde koninklijk besluit, een werknemer wiens normale contractuele arbeidsduur gemiddeld lager is dan deze van de maatpersoon. De maatpersoon wordt dan weer gedefinieerd in artikel 7, tweede lid van het KB en dat luidt: "Onder "maatpersoon" wordt verstaan de persoon die voltijds is tewerkgesteld in dezelfde onderneming of, bij ontstentenis, in dezelfde bedrijfstak, in een functie gelijkaardig aan deze van de werknemer, en waarbij hij normaal geacht wordt een zelfde aantal dagen arbeid te verrichten als de werknemer." De vraag die zich dus stelt is of de werknemer, die in een systeem van halftijds tijdskrediet zit, beschouwd dient te worden als een deeltijds werknemer, waarvoor dat toepassing dient te worden gemaakt van artikel 37bis, paragraaf 1 van de arbeidsongevallenwet of betreft het een werknemer wiens normale contractuele arbeidsduur overeenstemt met de maximale arbeidsduur in de onderneming doch die een onvolledige referteperiode kent? Ik meen dat inderdaad dit laatste het geval is. Het deeltijds regime waarin een persoon met een halftijds tijdskrediet werkt is niet de normale contractuele arbeidsduur van de betrokkene. Immers specifiek aan de rechtsfiguur van het tijdskrediet, zoals dit voor in het ons toepasselijke geval geregeld is, is dat na het verstrijken van de desbetreffende periode de werknemer, principieel, het recht heeft om terug te keren naar zijn functie
(6). Dus, in principe, is de normale contractuele arbeidsduur van de betrokken werknemer deze die geldt voordat hij in het systeem van het tijdskrediet stapte. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door het gegeven dat, om te voldoen aan de verplichting, die voorgeschreven is, in artikel 13, §1, 2° van de voormelde cao, de arbeidsovereenkomst schriftelijk wordt vastgelegd. Dit is om te voldoen aan de voorschriften van artikel 11bis arbeidsovereenkomstenwet. Het gaat hem dus om een tijdelijke vermindering van de arbeidsprestaties doch niet om een nieuwe, deeltijdse, arbeidsovereenkomst. Er is dan ook sprake van een onvolledige referteperiode zodat, zoals de appelrechters terecht oordeelden, een aanvulling dient te gebeuren met een hypothetisch loon. Het standpunt van eiser faalt dan ook naar recht. Dat het voltijds regime het normale regime betreft, blijkt bovendien tevens uit het sociaal zekerheidsrecht. In het kader van de werkloosheidsreglementering wordt voor de bepaling van de werkloosheidsuitkering het gemiddeld dagloon gehanteerd. Zo een werknemer volledig werkloos wordt tijdens een periode dat hij onderbrekingsuitkeringen geniet wegens een vermindering van arbeidsprestaties dan wordt, voor de bepaling van het gemiddeld dagloon, rekening gehouden met het loon dat hij zou verdiend hebben indien hij zijn prestaties niet zou hebben verminderd
(7). Conclusie: verwerping. _____________________
(1)E. ANKAERT, V. VERDEYEN en J. PUT, Afdeling 5 basisloon, In Arbeidsongevallen, Mechelen, Kluwer, p. 276 nr. 1810.
(2)Cass 15 januari 1996, AR S.95.0094.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960115.13, AC 1996, 64.
(3)E. ANKAERT, V. VERDEYEN en J. PUT, o.c., p. 301 nr. 2690.
(4)E. ANKAERT, V. VERDEYEN en J. PUT, o.c., p. 279 nr. 1850.
(5)E. ANKAERT, V. VERDEYEN en J. PUT, o.c., p. 279 nr. 1850.
(6)Artikel 20, §1, CAO nr. 77bis.
(7)Artikel 65, §2, Ministerieel besluit 26 november 1991 houdende toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200511.3N.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200511.3N.3 citeert: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960115.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.