id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 25 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200625.1N.1 Rolnummer: F.16.0059.N-F.16.0136.N Zaak: ENDEMOL BELGIE contra BELGISCHE STAAT FINANCIEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-02-23 Raadplegingen: 393 - laatst gezien 2026-06-15 04:25 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.1 Fiches 1 - 2 De belasting die wordt geheven op het brutobedrag van de bij spelen en weddenschappen ingezette sommen is verschuldigd door elke persoon die zelfs toevallig, enige inzet of enig inleggeld hetzij voor eigen rekening, hetzij als tussenpersoon aanneemt; de belastingplichtige is de persoon die de inzet of het inleggeld in ontvangst neemt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BELASTING OP SPELEN EN WEDDENSCHAPPEN Vrije woorden: Wetboek van met de inkomstenbelasting gelijkgestelde belastingen - Artikel 51 - Belastingschuldige - Aannemen van inzet of inleggeld - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van de met de Inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen - 23-11-1965 - Art. 51 - 31 Link Justel databank 19651123-31 Thesaurus CAS: BELASTINGEN (MET DE INKOMSTENBELASTINGEN GELIJKGESTELDE) Vrije woorden: Belasting op de spelen en weddenschappen - Wetboek van met de inkomstenbelasting gelijkgestelde belastingen - Artikel 51 - Belastingschuldige - Aannemen van inzet of inleggeld - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van de met de Inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen - 23-11-1965 - Art. 51 - 31 Link Justel databank 19651123-31 Tekst van de conclusie F.16.0059.N-F.16.0136.N Conclusie van advocaat-generaal J. Van der Fraenen: (...) EERSTE MIDDEL Eerste onderdeel (...) 2.3. Artikel 51 WIGB bepaalt dat de belasting, die wordt geheven op het brutobedrag van de bij spelen en weddenschappen ingezette sommen, verschuldigd is door elke persoon die, in het kader van de spelen en weddenschappen bedoeld in artikel 43, zelfs toevallig, enige inzet of enig inleggeld hetzij voor eigen rekening, hetzij als tussenpersoon aanneemt. Het WIGB bevat geen definitie van het begrip "aannemen". De parlementaire voorbereiding merkt de organisator wel op als voorbeeld van iemand die de gelden kan aannemen ("Aux termes du § 2 de l'article est redevable de la taxe la personne physique ou morale qui accepte, même occasionnellement ou à titre d'intermédiaire, les paris, etc., visés au § 1er. Le bookmaker, le tenancier du pari mutuel, l'organisateur d'un concours de pigeon, d'un tir à l'arc ou de tout autre jeu comportant des mises directes ou indirectes, celui qui reçoit des paris sur événements, etc. et au besoin les intermédiaires de ces redevables sont donc tenus du paiement de la taxe"), maar dit betekent niet dat de organisator ipso facto als belastingschuldige kan worden aangemerkt. Steeds is vereist dat hij de inzet "aanneemt"
(1). Aangezien ook de parlementaire voorbereiding ter zake geen duidelijkheid verschaft, dient het begrip "aannemen" m.i. in zijn gebruikelijke betekenis te worden begrepen. Uw Hof verwees reeds meermaals naar de "gebruikelijke betekenis" van een begrip ter interpretatie van bepalingen van het WIB
(2)maar ook ter interpretatie van bepalingen van het WIGB
(3). Bijgevolg lijkt het mij dat "aannemen" moet worden begrepen als het (fysiek) overnemen van iets wat wordt aangereikt. De belastingschuldige in de zin van artikel 51 WIGB is dan ook de persoon die de inzetten (fysiek) aanneemt of in ontvangst neemt. 2.
- De appelrechters stellen vast dat eiseres de "organisator" of "inrichter" van de spelen is en "de rechtspersoon die het initiatief neemt om [de spelen] te organiseren", maar stellen niet vast dat eiseres de betaalde vergoeding (fysiek) aannam of in ontvangst nam. Door eiseres niettemin aan te merken als belastingschuldige van de belasting op de spelen en de weddenschappen, verantwoorden de appelrechters m.i. hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel komt mij gegrond voor. (...)
- Besluit: Vernietiging (...). ____________________________
(1)Parl.St. Kamer, 1920-21, nr. 296, p. 20.
(2)Cass. 19 januari 2012, AR F.11.0032.N, AC 2012, nr. 58, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120119.6.
(3)Cass. 30 maart 2012, AR F.11.0011.F, AC 2012, nr. 209, ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120330.3 en specifiek i.v.m. de belasting op spelen en weddenschappen, Cass. 10 april 1974, ECLI:BE:CASS:1974:ARR.19740410.8. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200625.1N.1 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.1 citeert: ECLI:BE:CASS:1974:ARR.19740410.8 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120119.6 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120330.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div