← België

BELGISCHE STAAT c. BELGSICH LABORATORIUM VAN DE ELECTRI

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 25 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200625.1N.4 Rolnummer: F.18.0116.N Zaak: BELGISCHE STAAT c. BELGSICH LABORATORIUM VAN DE ELECTRI Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2022-02-23 Raadplegingen: 493 - laatst gezien 2026-06-16 05:36 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.4 Fiche Uit artikel 66, § 1, WIB92 en de wetsgeschiedenis volgt dat de aftrekbeperking enkel toepasselijk is op de kosten voor het beroepsmatig gebruik van de bedoelde voertuigen, en niet op het deel van de kosten dat niet beroepsmatig, maar wel privé wordt gebruikt; de omstandigheid dat de kosten voor het privégebruik door de werknemer-gebruiker worden terugbetaald aan de belastingplichtige-werkgever, belet niet dat de werkgever deze kosten volledig mag aftrekken

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Beroepskosten Vrije woorden: Bedrijfswagens - Bijdrage door de werknemer voor privégebruik - Aftrekbeperking 75 % - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 66 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Annotaties Publicaties: Fiscale actualiteit [Fisc.Act.] - 2020, nr. 26, p. 1-
  1. - JANSSENS, Koen; Noot'Autokosten mogen worden verminderd met 'terugbetaald' voordeel alle aard, zegt nu ook Cassatie' Tekst van de conclusie F.18.0116.N Conclusie van advocaat-generaal J. Van der Fraenen:
  2. Situering De betwisting betreft de vraag of de 75 % aftrekbeperking van artikel 66, §1, WIB92 dient toegepast te worden op alle autokosten van verweerster, ook deze waarvoor door de werknemer, ter compensatie van het privégebruik, een vergoeding wordt betaald aan de werkgever. De fiscale administratie was van mening dat de kosten verbonden aan het privégebruik waarvoor de werknemers een eigen bijdrage betaalden wel degelijk aan de voormelde aftrekbeperking onderworpen waren. Aanvullende aanslagen in de vennootschapsbelasting werden gevestigd waarbij 63.668,04 EUR (aanslagjaar 2009) en 85.682,05 EUR (aanslagjaar 2010) werd toegevoegd aan de verworpen uitgaven. Bij vonnis van 2 februari 2015 onthief de rechtbank van eerste aanleg te Brussel de betwiste aanslagen in zoverre een aftrekbeperking werd toegepast op de autokosten die wegens privégebruik aan personeelsleden werden aangerekend. Het hoger beroep van eiser tegen dit vonnis werd bij arrest van het hof van beroep te Brussel dd. 6 december 2017 ontvankelijk doch ongegrond verklaard. Eiser komt op tegen dit arrest met een middel tot cassatie.
  3. Bespreking van het enig middel 2.
  4. In het enig middel stelt eiser dat, door het vonnis van de eerste rechter te bevestigen waarbij werd geoordeeld dat de autokosten in hoofde van verweerster moeten worden verminderd met de door de werknemers terugbetaalde bedragen, de appelrechter is uitgegaan van een verkeerde lezing van artikel 66 WIB92 en een voorwaarde aan dit artikel toevoegt. (Schending artikel 66 WIB92) (...) 2.
  5. Artikel 66, §1, eerste lid, WIB 92, zoals in deze van toepassing, bepaalt dat, met uitzondering van de kosten van brandstof, beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de in artikel 65 bedoelde voertuigen, slechts tot 75% aftrekbaar zijn. Het begrip "gebruik" dient m.i. begrepen te worden als het gebruik door de belastingplichtige voor professionele doeleinden. Deze interpretatie wordt bevestigd door de parlementaire voorbereiding bij artikel 66, §1, in zowel de Kamer als de Senaat. Zo werd expliciet gesteld dat het "bedrijfsmatig gedeelte" van de autokosten tot 75% aftrekbaar blijft
(1), dat "krachtens dit artikel, van het bedrijfsgedeelte - met uitsluiting van de waarde van de voordelen van alle aard [...] - slechts een gedeelte van 75 pct. van alle [...] beroepsuitgaven en -lasten aftrekbaar (wordt) als bedrijfsuitgaven"
(2). De werking van dit artikel werd bovendien geïllustreerd door een voorbeeld gegeven door de minister van Financiën: een onderneming stelt een dure wagen ter beschikking van een kaderlid, die deze wagen uitsluitend voor privégebruik aanwendt. De minister bevestigde dat in dergelijk geval alle door de vennootschap gedragen kosten die verbonden zijn aan de wagen fiscaal aftrekbaar zijn. De aftrekbeperking is hierop niet van toepassing
(3). Ook de administratieve commentaar stelt expliciet dat de aftrekbeperking van artikel 66, §1, WIB92 niet van toepassing is "op het "gedeelte" van de autokosten dat betrekking heeft op het privé-gebruik van een voertuig door een werknemer [...] en dit ongeacht de wijze waarop het voordeel dat ten name van die werknemer belastbaar is, bepaald wordt"
(4). Verweerster laat dus met reden gelden in de memorie van antwoord dat de kosten verbonden aan het privégebruik door de werknemer buiten de aftrekbeperking van artikel 66, §1, WIB92 vallen. Het feit dat de werknemer, in de mate dat hij een eigen bijdrage betaalt, niet op een voordeel van alle aard wordt belast (art. 36, §2, in fine, WIB92), neemt niet weg dat hij het voertuig voor privé-gebruik aanwendt. Aan de werknemer wordt immers een onkostenvergoeding aangerekend precies omwille van het persoonlijk gebruik van het voertuig. De aangerekende kosten kunnen dan ook in die mate niet meer worden gekoppeld aan het "bedrijfsgedeelte" van het voertuig dat verwijst naar het "gebruik" dat zijn oorzaak vindt in de bedrijfsactiviteit van de werkgever
(5). In de mate dat de werknemer een vergoeding betaalt, is er in hoofde van de werkgever geen "gebruik" meer in de zin van artikel 66 WIB92 en dus ook geen beperking van de aftrekbaarheid
(6)
(7). Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt m.i. in zoverre naar recht. 3. Besluit: Verwerping. ______________________
(1)Parl. St. Kamer, 1988-89, nr. 597/7, 131.
(2)Parl. St. Senaat, 1988, BZ 1988, nr. 440-1, 20.
(3)Parl. St. Senaat, 1988, BZ 1988, nr. 440-2, 115-116.
(4)Com. IB, nr. 195/109.
(5)VANDELANOTE, M., "De aftrek van autokosten waarvoor een onkostenvergoeding wordt aangerekend aan de werknemers", noot onder Antwerpen, 24 november 2009, RABG, 2010/9, 531.
(6)VAN CROMBRUGGE, S., "Beperking aftrek kosten bedrijfswagens: niet als werknemer bijdrage betaalt", Fiscoloog, nr. 1641, p.6-7.
(7)Dit standpunt wordt ook ingenomen door de hoven van beroep te Antwerpen en Bergen. Zie hierover de bijdrage van VAN DYCK, J., "Terugbetaalde kosten bedrijfswagens: toch geen aftrekbeperking?", Fiscoloog, nr. 1596, 1-2. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200625.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.