← België

L. contra B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 25 juni 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200625.1N.9 Rolnummer: F.18.0151.N Zaak: L. contra B. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-02-23 Raadplegingen: 314 - laatst gezien 2026-06-15 15:13 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.9 Fiches 1 - 2 Het verzuim van ondertekening van het aan de verweerder betekende afschrift van het verzoekschrift houdende voorziening in cassatie leidt slechts tot nietigheid indien de verweerder aantoont dat hij hierdoor in zijn belangen is geschaad

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen Vrije woorden: Betekend afschrift van de voorziening - Ondertekening door advocaat - Vereiste Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1080 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 378 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BELASTINGZAKEN - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen Vrije woorden: Betekend afschrift van de voorziening - Ondertekening door advocaat - Vereiste Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1080 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 378 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de conclusie F.18.0151.N Conclusie van advocaat-generaal J. Van der Fraenen: (...) 2. Inzake de ontvankelijkheid van de voorziening Verweerder werpt op dat de voorziening niet ontvankelijk is omdat het afschrift van de voorziening dat aan hem werd betekend, niet is ondertekend door de advocaat van eisers. Luidens artikel 1080 Ger. W. moet het verzoekschrift, op straffe van nietigheid, zowel op het afschrift als op het origineel, door een advocaat bij het Hof van Cassatie zijn ondertekend. Artikel 1080 Ger. W. heeft een dubbele draagwijdte. Enerzijds vereist deze bepaling het optreden van een advocaat bij het Hof van Cassatie. Het gaat hier niet om een loutere vormvereiste, maar wel om een grondvereiste, dewelke, wanneer hieraan niet wordt voldaan, leidt tot de niet ontvankelijkheid van de voorziening. Op dit verzuim is de nietigheidsleer niet van toepassing
(1). Anderzijds vereist deze bepaling dat de advocaat bij het Hof Cassatie het verzoekschrift zowel op het origineel als op het afschrift ondertekent. Zo is het mogelijk dat er wel degelijk een advocaat bij het Hof is opgetreden, maar dat hij verzuimd heeft het verzoekschrift, op het origineel of op het afschrift, te ondertekenen. In dat geval gaat het om een louter vormgebrek waarop de nietigheidsregeling van artikel 860 e.v. Ger.W. van toepassing is
(2). Inzake inkomstenbelastingen bepaalt artikel 378 WIB92 dat het verzoekschrift houdende voorziening in cassatie en het antwoord op de voorziening door een advocaat mag worden ondertekend en neergelegd. Uit de samenlezing van de artikelen 1080 Ger. W. en 378 WIB92 volgt dat een belastingplichtige niet noodzakelijk middels een advocaat bij het Hof van Cassatie moet optreden, maar in elk geval wel middels een advocaat (grondvereiste). De vereiste van ondertekening die zowel geldt voor het origineel als het afschrift, is een vormvereiste die, bij gebrek aan belangenschade, m.i. niet kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van de cassatievoorziening. In voorliggend geval staat vast dat een advocaat optreedt voor eisers nu het origineel van de voorziening door een advocaat werd ondertekend. Enige belangenschade in gevolge de niet-ondertekening van het aan verweerder betekende afschrift van de cassatievoorziening wordt niet aangevoerd. Een schending van de rechten van verdediging kan m.i. niet worden weerhouden, gezien de memorie van antwoord van verweerder. De grond van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep dient m.i. te worden verworpen. (...) 4. Besluit: Verwerping. ________________________
(1)J. LAENENS, D. SCHEERS, P. THIRIAR, S. RUTTEN, B. VANLERBERGHE, Handboek gerechtelijk recht, Antwerpen Intersentia, 2020, 807.
(2)Zie hierover I VEROUGSTRAETE, "Niet ontvankelijk!" in V. ALLAERTS, L. BOUTELIGIER, E. JANSSENS, J. VERSTRAETE, Liber amicorum Jo Stevens, Brugge, Die Keure, 2011, 678. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200625.1N.9 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200625.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.