id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 22 juli 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200722.VAK.3 Rolnummer: P.20.0712.N Zaak: K. Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2020-07-24 Raadplegingen: 733 - laatst gezien 2026-06-19 12:30 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200722.VAK.3 Fiches 1 - 2 Het recht van verdediging is niet miskend door de weigering van de strafuitvoeringsrechtbank om de zaak uit te stellen met het oog op een persoonlijke verschijning van de veroordeelde, indien de weigering berust op artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake de strafprocedure en uitvoering van straffe n en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus Covid-19, dat een tijdelijke opschorting bevat van het recht van de veroordeelde om gehoord te worden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Veroordeelde - Recht om gehoord te worden - Verzoek tot uitstel - KB nr. 3 van 9 april 2020 - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: KB nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 - 3 - 09-04-2020 - Art. 5 - 02 ELI link Pub nr 2020030582 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Veroordeelde - Recht om gehoord te worden - Strafuitvoeringsrechtbank - Verzoek tot uitstel - KB nr. 3 van 9 april 2020 - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: KB nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 - 3 - 09-04-2020 - Art. 5 - 02 ELI link Pub nr 2020030582 Fiche 3 Uit artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering en de artikelen 1, eerste lid, en 5 van het koninklijk besluit nr. 9 van 9 april 2020 volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank tijdens de periode van 18 maart 2020 tot en met 17 juni 2020 de veroordeelde niet hoort. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Recht om gehoord te worden - KB nr. 3 van 9 april 2020 - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 53 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 4 - 5 De strafuitvoeringsrechtbank oordeelt onaantastbaar over de noodzaak, het nut of de raadzaamheid om de behandeling van een zaak uit te stellen. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Behandeling van de zaak - Verzoek tot uitstel - Beoordeling - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Artt. 37 en 53 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafuitvoering - Strafuitvoeringsrechtbank - Behandeling van de zaak - Verzoek tot uitstel - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Artt. 37 en 53 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de conclusie P.20.0712.N Conclusie van advocaat-generaal B. De Smet: "Het verzoek tot persoonlijke verschijning van de veroordeelde voor de strafuitvoeringsrechtbank en toepassing van de Corona-noodmaatregelen van het K.B. nr. 3 van 9 april 2020". Op 22 juni 2020 heeft de strafuitvoeringsrechtbank te Antwerpen het verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling afgewezen van C. K.. Eiser stelde tijdig cassatieberoep in en komt op tegen de beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank om de zaak te behandelen zonder dat eiser in persoon aan het debat kon deelnemen. In een eerste middel voert eiser aan dat de weigering tot uitstel van de zaak een ‘onherstelbare hindernis' uitmaakt voor een eerlijk proces en het recht van verdediging van eiser op onherstelbare wijze miskent. Beoordeling. Anders dan eiser aanvoert, zijn de artikelen 6.1. en 6.3. EVRM en artikel 14 Verdrag Burgerlijke en Politieke Rechten
(1966)niet van toepassing op procedures voor de strafuitvoeringsrechtbank, aangezien deze rechtbank zich niet uitspreekt over de gegrondheid van een strafvervolging
(1). In zoverre faalt het middel naar recht. Eiser voert niet aan hoe en waarom het bestreden vonnis een schending inhoudt van artikel 5.4 EVRM en art. 154 Wetboek van Strafvordering, een bepaling die overigens enkel van toepassing is op de politierechtbank. In zoverre is het middel niet-ontvankelijk. Uit de stukken waarop uw Hof vermag acht te slaan, meer bepaald het zittingsblad van de terechtzitting van 11 juni 2020, blijkt dat de verdediging vroeg de zaak uit te stellen, de rechtbank de zitting heeft geschorst en heeft beslist niet in te gaan op het verzoek tot uitstel. Vervolgens nam de raadsman van eiser het woord. De reden van het verzoek tot uitstel is in het zittingsblad niet vermeld. Uit de stukken blijkt ook dat eiser op 3 en 4 juni 2020 aan de griffie van de gevangenis te Leuven een verzoek indiende om op 11 juni 2020 te kunnen verschijnen in de gevangenis te Wortel voor vermelde zitting. De directie van de gevangenis te Wortel liet aan de griffier weten dat "mannen niet in persoon kunnen verschijnen, er wordt ook niet via videoconferentie gewerkt". Wanneer de strafuitvoeringsrechtbank oordeelt over een verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling, worden de veroordeelde en zijn advocaat gehoord (art. 53 Wet Strafuitvoering 17 mei 2006). Deze bepaling houdt zelfs een plicht in voor de veroordeelde om aan het debat deel te nemen. De veroordeelde die kan verschijnen heeft niet het recht zijn verdediging over te laten aan een advocaat die hem op de zitting vertegenwoordigt
(2). Op die manier bekomt de strafuitvoeringsrechtbank zekerheid over het aanvaarden van voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit
(3). De situatie van een veroordeelde die wil verschijnen, maar om een externe reden niet aan het debat kan deelnemen (zoals ziekte of weigering hem over te brengen naar de gevangenis waar de zitting plaatsvindt), is niet specifiek geregeld. Men mag aannemen, naar het voorbeeld van een beklaagde in correctionele zaken, dat de veroordeelde het recht heeft persoonlijk te verschijnen, met bijstand van zijn advocaat. De strafuitvoeringsrechtbank dient bijgevolg in beginsel in te gaan op het verzoek van de advocaat van de veroordeelde om de zaak uit te stellen, zodat de veroordeelde in persoon aan het debat kan deelnemen. Het recht op persoonlijke deelname aan debatten is echter geen absolute waarborg, zelfs in zaken waar wel de gegrondheid van de strafvordering wordt beoordeeld (art. 6.1 en 6.3.c EVRM). Uw Hof oordeelde in correctionele zaken dat de rechter op basis van concrete elementen kan oordelen dat de zaak geen verder uitstel duldt, op voorwaarde dat het recht op een eerlijk proces voldoende is gewaarborgd
(4). Kan de zaak niet worden uitgesteld, dan moet aan de raadsman van de afwezige beklaagde of veroordeelde het woord worden verleend. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting blijkt dat de strafuitvoeringsrechtbank, na de zitting te hebben geschorst, heeft beslist niet in te gaan op het verzoek tot uitstel. In het bestreden vonnis is verwezen naar artikel 5 KB nr. 3 van 9 april 2020 (B.S. 9 april 2020), laatst gewijzigd door artikel 1 KB 13 mei 2020 (B.S. 13 mei 2020)
(5), dat een tijdelijke opschorting bevat van het recht op persoonlijke deelname van de veroordeelde aan het debat voor de strafuitvoeringsrechtbank, geldend tot en met 17 juni 2020. Mij komt voor dat de strafuitvoeringsrechtbank met deze bepaling mocht rekening houden om de zaak zonder persoonlijke deelname van eiser af te handelen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. In een tweede middel voert eiser een schending aan van ‘de motiveringsplicht die op de rechter rust'. Op de zitting van de strafuitvoeringsrechtbank verzocht de raadsman van eiser om uitstel, om toe te laten dat eiser in persoon aan het debat kon deelnemen. Het bestreden vonnis maakt op geen enkele wijze melding van het verzoek tot uitstel en van de redenen om dit verzoek te verwerpen. Beoordeling. Anders dan eiser aanvoert, bevat het bestreden vonnis wel een reden om de zaak te behandelen in afwezigheid van eiser, namelijk: "Gelet op artikel 5 van het KB nr. 3 van 9 april 2020 houdende diverse bepalingen inzake strafprocedure en uitvoering van straffen en maatregelen in het kader van de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus Covid-19, werd u tijdens de zitting in de gevangenis van Wortel op 11 juni 2020, vertegenwoordigd door Mr. T. De Cuis, advocaat aan de balie te Antwerpen". In zoverre berust het middel op een onvolledige lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag. Bij gebrek aan een conclusie over de wil van eiser om persoonlijk te verschijnen, moest de strafuitvoeringsrechbank zijn beslissing om geen uitstel toe te staan niet nader toelichten. In zoverre kan het middel gesteund op artikel 149 Gw. niet worden aangenomen. In een derde middel stelt eiser dat het vonnis waartegen voorziening wordt ingesteld, niet heeft voorzien in een hoorrecht van eiser en dat de strafuitvoeringsrechtbank minstens eenmalig een uitstel had moeten toekennen. Hierdoor zijn de artikelen 35, §1, eerste lid en 37 Wet Strafuitvoering van 17 mei 2006 geschonden. Beoordeling. Artikel 35, §1, eerste lid, Wet Strafuitvoering van 17 mei 2006 bepaalt: "de strafuitvoeringsrechter hoort de veroordeelde en zijn raadsman, het openbaar ministerie en, indien de veroordeelde gedetineerd is, de directeur". Deze bepaling maakt deel uit van Titel VI, hoofdstuk I van de Wet Strafuitvoering "de vrijheidstraffen van drie jaar of minder". Voor de uitvoering van gevangenisstraffen van meer dan drie jaar is de toepasselijke wetsbepaling artikel 53 Wet Strafuitvoering, dat in lid 1 bepaalt: "de strafuitvoeringsrechtbank hoort de veroordeelde en zijn raadsman, het openbaar ministerie en de directeur". Artikel 37 van vermelde wet bepaalt: "De strafuitvoeringsrechter kan de behandeling van de zaak éénmaal uitstellen tot een latere zitting, zonder dat die zitting meer dan twee maanden later mag plaatsvinden". Deze bepaling geldt ook in geval van veroordeling tot een gevangenisstraf van meer dan drie jaar (art. 53 Wet Strafuitvoering). Uit vermeld art. 37 volgt voor de strafuitvoeringsrechtbank geen verplichting om de zaak op vraag van de verdediging uit te stellen. Krachtens artikelen 1 en 5 vermeld KB nr. 3 van 9 april 2020 (B.S. 9 april 2020), gewijzigd door artikel 1 KB 28 april 2020 (B.S. 28 april 2020) en artikel 1 KB 13 mei 2020 (B.S. 13 mei 2020) hoort de strafuitvoeringsrechtbank in de periode van 18 maart 2020 tot en met 17 juni 2020 enkel de raadslieden van de veroordeelde en het slachtoffer en het openbaar ministerie, behoudens andersluidende gemotiveerde beslissing. In artikel 5 van dit KB nr. 3 is verwezen naar artikel 53 Wet Strafuitvoering. De beslissing van de strafuitvoeringsrechtbank om op de zitting van 11 juni 2020 de zaak te behandelen zonder eiser in persoon te horen is aldus naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Er zijn geen ambtshalve middelen. Mijn advies is verwerping van het cassatieberoep. ___________________________
(1)Cass. 28 december 2010, AR P.10.1893.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101228.1, AC 2010, nr. 771; Cass. 20 november 2007, AR P.07.1528.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071120.4, AC 2007, nr. 569. Zie ook C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel & Svacina, 2019, 719.
(2)T. MOREAU en D. VANDERMEERSCH, Eléments de droit pénal, Die Keure, 2019, 435-436.
(3)Cass. 18 juni 2019, AR P.19.0598.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.5, AC 2019, nr. 379; Cass. 30 augustus 2017, AR P.17.0900.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170830.1, AC 2017, nr. 439; Cass. 28 februari 2017, AR P.17.0141.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170228.6, AC 2017, nr. 142: Cass. 8 oktober 2008, AR P.08.1388.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081008.1, AC 2008, nr. 535; Cass. 7 januari 2007, AR P.07.1440.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071107.5, AC 2007, nr. 533. Zie ook GwH 4 maart 2009, arrest 35/2009, B.7, www.const-court.be.
(4)In die zin Cass. 20 september 2016, AR P.16.0231.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160920.6, RABG 2017, 62 noot C. VAN DE HEYNING; Cass. 30 mei 2017, AR P.14.0605.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.1, RW 2018-19, 298 met noot van J. MEESE, RABG 2017, 66; Cass. 7 april 2020, AR P.20.0231.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200407.2N.1, AC 2020, nr. 228. Zie ook M. FRANCHIMONT, A. JACOBS en A. MASSET, Manuel de procédure pénale, Larcier, 2012, 1305; R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering, Maklu, 2012, 851; H.D. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, Die Keure, 2017, 37; C. VAN DE HEYNING, "Het recht op deelname aan de procedure: wanneer ben je (tijdig) ziek genoeg?", RABG 2017, 66-71; A. BAILLEUX, Afstand van recht in de strafprocedure, Intersentia, 2019, 305-307 en 336; C. VAN DEN WYNGAERT, S. VANDROMME en Ph. TRAEST, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Gompel & Svacina, 2019, 768.
(5)Zie S. VAN OVERBEKE, "Strafrecht tijdens de coronapestilentie: een beetje meer van het mindere", RW 2019-20, 1367. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200722.VAK.3 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200722.VAK.3 citeert: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071107.5 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071120.4 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081008.1 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101228.1 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160920.6 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170228.6 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170530.1 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170830.1 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.5 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200407.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div