id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 11 september 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200911.1N.8 Rolnummer: C.19.0449.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Bestuursrecht Invoerdatum: 2022-07-12 Raadplegingen: 730 - laatst gezien 2026-06-18 19:15 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200911.1N.8 Fiches 1 - 2 Een recht van overgang over een privédomein kan als erfdienstbaarheid tot openbaar nut ten behoeve van de inwoners van de gemeente en van alle belanghebbenden worden verkregen door een dertigjarig voortdurend en onafgebroken, openbaar en ondubbelzinnig gebruik van een strook grond door eenieder, voor het openbaar verkeer, op voorwaarde dat dit gebruik geschiedt met de bedoeling de strook als zodanig te gebruiken en niet berust op een louter gedogen van de eigenaar van het goed waarop de overgang wordt uitgeoefend
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ERFDIENSTBAARHEID Vrije woorden: Recht van overgang over privédomein - Erfdienstbaarheid tot openbaar nut - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 649, 950, 1349, 1353, 2219, 2227, 2229, 2232 en 2262 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: WEGEN Vrije woorden: Privédomein - Recht van overgang - Erfdienstbaarheid tot openbaar nut - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 649, 950, 1349, 1353, 2219, 2227, 2229, 2232 en 2262 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de conclusie C.19.0449.N Conclusie van eerst advocaat-geneaal R. Mortier:
- Feiten en procedure Partijen voerden betwisting over het gebruik van een wegenis die loopt over de eigendom van eisers en strekt tot ontsluiting van percelen die eigendom zijn van eerste en derde verweerders. De appelrechter oordeelt dat de vrederechter terecht de wegenis heeft gekwalificeerd als een wegenis met openbaar karakter. De appelrechter steunt zich hierbij op een oud deskundig verslag van 1969, luchtfoto's en kadastrale plannen en een procedure die in de jaren zestig werd gevoerd. Hij oordeelt dat de omstandigheid dat de weg een doodlopende weg is het ontstaan van een publiek recht van overgang niet in de weg staat zelfs niet indien het is bestemd om één enkel perceel te bereiken, en het in het voorliggend geval gaat om het laatste stukje weg dat uitgeeft op het perceel van verweerders maar dat op de wegenis ook nog andere percelen uitgeven die geen andere uitweg hebben. Tegen dit vonnis van 20 februari 2018 van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, afdeling Mechelen voeren eisers één middel aan bestaande uit twee onderdelen.
- Bespreking 2.
- In het eerste onderdeel voeren eisers aan dat de vaststellingen van de appelrechters niet toelaten te besluiten tot een gebruik van die weg als erfdienstbaarheid tot openbaar nut. Verweerders voeren evenwel aan dat het onderdeel niet ontvankelijk voorkomt nu het opkomt tegen een feitelijke beoordeling. Het Hof vermag in het kader van zijn wettigheidstoezicht evenwel na te gaan of de feitenrechter uit de onaantastbaar door hem in feite vastgestelde gegevens een naar recht verantwoorde beslissing heeft afgeleid. De grond van niet-ontvankelijkheid dient derhalve te worden verworpen. 2.
- Uit de rechtspraak van uw Hof volgt dat een recht van overgang over een privédomein als erfdienstbaarheid tot openbaar nut ten behoeve van de inwoners van de gemeente en van alle belanghebbenden kan worden verkregen door een dertigjarig voortdurend en onafgebroken, openbaar en niet-dubbelzinnig gebruik van een strook grond door eenieder, voor het openbaar verkeer, mits dit gebruik geschiedt met de bedoeling de strook als zodanig te gebruiken en niet berust op het enkel gedogen van de eigenaar van het goed waarop de overgang wordt uitgeoefend
(1). Hieruit volgt dat opdat er sprake kan zijn van een erfdienstbaarheid tot openbaar nut, in de eerste plaats moet sprake zijn van publiek gebruik, met andere woorden het gebruik van de strook grond door eenieder, voor het openbaar verkeer. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien een weg wordt gebruikt door de inwoners van een gemeente of een gedeelte ervan, zoals de bewoners van een wijk die de overgang nemen om de weg die zij moeten afleggen naar hun eigendom in te korten Het louter gebruik van een strook grond door aangelanden, dus personen die langs de weg wonen, volstaat daartoe echter op zich niet
(2), evenmin als het louter gebruik door de bewoners van een klein aantal ingesloten huizen die genoodzaakt zijn hem te gebruiken om de openbare weg te bereiken
(3). Ook Uw Hof oordeelde
(4)dat de openbare weg de weg is die in het algemeen belang van de inwoners wordt gebruikt(...) zodat het bestreden vonnis, dat het openbaar karakter van bedoelde weg uitsluitend steunt op het noodzakelijk gebruik welk ervan door bepaalde bewoners van een straat wordt gemaakt om toegang te hebben tot de steenweg, zijn beslissing niet wettelijk rechtvaardigt". De bestemming van de weg is aldus een belangrijk, volgens bepaalde rechtsleer zelfs een doorslaggevend
(5), criterium. Bepalend is of de weg is bestemd om voor het openbaar verkeer te worden gebruikt of enkel voor particulier verkeer namelijk aangelanden en personen die de aangelanden willen bereiken. 2.
- In de thans voorliggende zaak gaat het over een doodlopende weg, welke omstandigheid er volgens de appelrechter niet aan in de weg staat dat een publiek recht van overgang ontstaat zelfs niet indien de weg bestemd zou zijn om één enkel perceel te bereiken. Te dezen betrof het, aldus de appelrechter, het laatste stukje van een wegenis dat uitgeeft op het perceel van verweerders, maar op de wegenis ook andere percelen uitgeven die geen andere uitweg hebben. De enkele omstandigheid dat het om een doodlopende weg gaat lijkt mij er niet aan in de weg te staan dat de weg kan bestemd zijn voor het openbaar verkeer. Dit kan bij voorbeeld het geval zijn wanneer zich op het eind van de weg een uitzichtpunt bevindt of wanneer de weg overgaat in een wandel- of een fietspad. 2.
- Een gegeven waarop de appelrechter zich wel steunt is de omstandigheid dat de weg sedert de jaren zestig van vorige eeuw werd verhard en in die periode door de Stad werd onderhouden. De appelrechter stelt evenwel niet vast door wie de verharding werd aangebracht, evenmin gedurende welke periode het onderhoud door de Stad gebeurde. De eerste rechter oordeelde dienaangaande op basis van het deskundig verslag dat de weg was verhard met steenslag en ook de stadsdiensten onderhoudswerken uitvoerden en af en toe steenslag aanbrachten voor verharding en verbetering van de weg. Uit het bestreden vonnis blijkt wel de vaststelling dat het onderhoud thans door verweerders wordt uitgevoerd. Het gegeven dat de weg werd verhard en de overheid hierbij of bij het onderhoud enige rol speelde, kan meespelen in de beoordeling of de weg bestemd is om te worden gebruikt voor het openbaar verkeer maar volstaat op zich niet. In de praktijk komt het in verband met loswegen immers veelvuldig voor dat de gemeente verharding aanbrengt zonder dat die wegen door het openbaar verkeer worden gebruikt. Loswegen betreffen veelal doodlopende wegen met als gevolg dat die wegen geen andere gebruikers hebben dan aangelanden en bezoekers van de aangelanden
(6). 2.5. De appelrechter stelt vast dat de weg op regelmatige basis werd gebruikt, maar niet door wie de weg werd gebruikt of voor wie de weg werd bestemd. Dat de weg bestemd was om te worden gebruikt voor openbaar verkeer volgt niet uit de opname in militaire stafkaarten, noch uit de in de jaren zestig van vorige eeuw gevoerde procedure. Voor zover de appelrechter vaststelt dat de (doodlopende) weg louter bestemd is om te worden gebruikt door de aangelanden, en dus voor particulier gebruik, kon hij gelet op wat voorafgaat, niet besluiten tot een erfdienstbaarheid tot openbaar nut. In dat geval lijkt immers eerder sprake van een conventionele erfdienstbaarheid van overgang of een wettelijk recht van uitweg of eventueel een losweg. Op grond van de door hem gedane vaststellingen kon de appelrechter bijgevolg niet wettig besluiten dat de strook grond door eenieder voor openbaar verkeer wordt gebruikt en er aldus een erfdienstbaarheid tot openbaar nut op de strook grond rust. Het eerste onderdeel komt gegrond voor. Conclusie: vernietiging met verwijzing. ________________________________
(1)Cass. 13 mei 2011, AR C.10.0045.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110513.2, AC 2011, nr. 316; Cass. 29 november 1996, AR C.94.0481, AC 1996, nr. 467.
(2)G. BLOCKX, "Vestiging van erfdienstbaarheden door verjaring" in Onroerend goed in de praktijk, 2005, afl. 168, 16.
(3)A.M. DRAYE, "Buurtwegen en publiekrechtelijke erfdienstbaarheden van doorgang. Een analyse van wetgeving en recente rechtspraak", CDPK, 2008, 392.
(4)Cass. 10 februari 1958, AC 1958, 399.
(5)J. DE STAERCKE, "Eigendomskwesties met betrekking tot (kleine) openbare wegen", T.Agr. R. 2013, 53-54.
(6)J. DE STAERCKE, "Eigendomskwesties met betrekking tot (kleine) openbare wegen", T.Agr. R. 2013, 66. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200911.1N.8 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200911.1N.8 citeert: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110513.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div