) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201002.1N.4 Fiches 1 - 3 De verplichting dat de dekkingswaarden, bestaande uit de activa van het bijzonder vermogen dat verzekeringsondernemingen moeten aanhouden als waarborg voor de naleving van de verplichtingen die op hen rusten voor de uitvoering van de verzekeringsovereenkomsten
de verzekeringsverrichtingen, te allen tijde ten minste gelijk moeten zijn aan deze verplichtingen, belet niet dat door een derde schuldeiser een hypotheek wordt gevestigd op een vermogensbestanddeel dat in het bijzonder vermogen wordt opgenomen, maar het voorrecht van de verzekerden
de begunstigden op het bijzonder vermogen gaat evenwel voor op deze hypotheek
tweede lid,
, eerste tot
met derde lid, 17, tweede lid,
18, eerste
tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1975070904 Verordening nr. 12 van de Controledienst voor de Verzekeringen tot vaststelling van de regels betreffende de doorlopende inventaris van de dekkingswaarden - 22-01-2001 - Art. 6 - 34 Link Justel databank 20010122-34 KB 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen - 22-02-1991 - Art. 10, § 9, 3° - 33 ELI link Pub nr 1991011037 Burgerlijk Wetboek - Boek III - Titel XVIII: Voorrechten
hypotheken. - Hypotheekwet - 16-12-1851 - Art. 12 - 01 ELI link Pub nr 1851121650 Thesaurus CAS: VOORRECHTEN
HYPOTHEKEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Verzekeringsonderneming - Vorming van een bijzonder vermogen - Hypotheek gevestigd op een vermogensbestanddeel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 9 juli 1975 betreffende controle bij de verzekeringsondernemingen - 09-07-1975 - Artt. 16, § 1, eerste lid, § 2, eerste
tweede lid,
, eerste tot
met derde lid, 17, tweede lid,
18, eerste
tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1975070904 Verordening nr. 12 van de Controledienst voor de Verzekeringen tot vaststelling van de regels betreffende de doorlopende inventaris van de dekkingswaarden - 22-01-2001 - Art. 6 - 34 Link Justel databank 20010122-34 KB 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen - 22-02-1991 - Art. 10, § 9, 3° - 33 ELI link Pub nr 1991011037 Burgerlijk Wetboek - Boek III - Titel XVIII: Voorrechten
hypotheken. - Hypotheekwet - 16-12-1851 - Art. 12 - 01 ELI link Pub nr 1851121650 Thesaurus CAS: BANKWEZEN. KREDIETWEZEN. SPAARWEZEN - KREDIETVERRICHTINGEN Vrije woorden: Verzekeringsonderneming - Vorming van een bijzonder vermogen - Hypotheek gevestigd op een vermogensbestanddeel - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet van 9 juli 1975 betreffende controle bij de verzekeringsondernemingen - 09-07-1975 - Artt. 16, § 1, eerste lid, § 2, eerste
tweede lid,
, eerste tot
met derde lid, 17, tweede lid,
18, eerste
tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1975070904 Verordening nr. 12 van de Controledienst voor de Verzekeringen tot vaststelling van de regels betreffende de doorlopende inventaris van de dekkingswaarden - 22-01-2001 - Art. 6 - 34 Link Justel databank 20010122-34 KB 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen - 22-02-1991 - Art. 10, § 9, 3° - 33 ELI link Pub nr 1991011037 Burgerlijk Wetboek - Boek III - Titel XVIII: Voorrechten
hypotheken. - Hypotheekwet - 16-12-1851 - Art. 12 - 01 ELI link Pub nr 1851121650 Annotaties Publicaties: Bulletin des assurances [Bull.ass.] - DEVOET, Claude; Note 'La résolution du conflit
tre le droit de priorité des créanciers d'assurance et l'effet des conventions de netting' - 2020, n° 4, p. 474-479. Revue de Droit Commercial Belge [R.D.C.] - TOUSSAINT, Béatrice; Note 'La protection des créances d'assurance organisée par les patrimoines spéciaux de l'
treprise d'assurance' - 2020, n° 9, p. 1193-1199. Revue de Droit Commercial Belge [R.D.C.] - TOUSSAINT, Béatrice; Note 'La protection des créances d'assurance organisée par les patrimoines spéciaux de l'
treprise d'assurance. - 2020, n° 9, p. 1193-
procedure Verweerster was als verzekeringsmaatschappij actief in de sector van de levensverzekeringen
groepsverzekeringen. Naar aanleiding van de aankoop van een onroerend goed werd haar door eiseres een hypothecair krediet toegekend. Ingevolge een verslechterende financiële toestand nam de toenmalige CBFA een aantal maatregelen
werd verweerster in 2011 van de lijst van toegelaten verzekeringsondernemingen geschrapt
van rechtswege ontbonden. Toen eiseres vernam dat door de CBFA was beslist verweerster het verbod op te leggen om vrij te beschikken over haar activa ging zij over tot eenzijdige afboeking van het bedrag van het saldo van de toegekende kredieten meer rente, commissie
kosten. De vereffenaars van verweerster die vaststelden dat de vereffening van verweerster deficitair was maanden eiseres aan tot terugbetaling van de eenzijdig afgeboekte gelden ter vrijwaring van de rangregeling onder de schuldeisers. Eiseres weigerde hierop in te gaan waarna verweerster overging tot dagvaarding. De appelrechters verklaarden, net zoals de eerste rechter, de vordering van verweerster ontvankelijk
gegrond. Zij oordelen vooreerst dat, nu het vertrouwen van eiseres in verweerster definitief was aangetast door de ernstige tekortkomingen
onregelmatigheden die waren vastgesteld
de hierop genomen maatregelen door de CBFA, eiseres op rechtmatige wijze de kredietrelatie heeft opgezegd
zij ook, ondanks de vereffening van verweerster, rechtsgeldig kon overgaan tot compensatie van de saldi op de verschillende rekeningen op het ogenblik dat zij de kredietopening opeisbaar heeft gesteld. Op grond van artikel 14 van de Wet Financiële zekerheden kon de effectieve doorvoering van schuldvergelijking na de aanvang van de situatie van samenloop worden tegengeworpen aan de schuldeisers van verweerster aangezien dit plaatsvond op basis van een nettingovereenkomst die werd gesloten vooraleer de samenloop plaatsvond
zowel de vordering als de schuld waarop de schuldvergelijking werd toegepast, bestonden op het ogenblik van de samenloop. Ook het pandrecht kon worden tegengeworpen aan de overige schuldeisers in de samenloop. De appelrechters overwegen dit alles evenwel onder voorbehoud van wat zij beslissen met betrekking tot het "bijzonder vermogen". Verweerster voerde met betrekking tot dit bijzonder vermogen aan dat dit bij absolute voorrang voorbehouden is voor het nakomen van verplichtingen jegens de verzekeringnemers
-begunstigden
de som die door eiseres werd afgeboekt integraal tot dit vermogen behoorde. De appelrechters volgen dit standpunt
wijzen op het openbare orde karakter van dit absolute voorrecht van de verzekerden
verzekeringsbegunstigden zodat eiseres niet gerechtigd was over te gaan tot de door haar doorgevoerde compensatie
de afboeking onterecht was. Tegen dit arrest van 8 januari 2019 van het hof van beroep te Brussel komt eiseres op met één middel, bestaande uit twee onderdelen.
te boeken die op hen rusten zowel voor de uitvoering van de door hen gesloten verzekeringscontracten als voor de toepassing van de wetten of verordeningen betreffende die verzekeringsverrichtingen. Deze technische reserves of provisies moeten op elk ogenblik gedekt zijn door gelijkwaardige activa die aangeduid worden als dekkingswaarden. Zij moeten in volle eigendom toebehoren aan de verzekeringsonderneming
toegewezen zijn als waarborg voor die verplichtingen
dit per afzonderlijk beheer
verzekeringsbegunstigden genieten komt ten volle tot uiting op het ogenblik dat de verzekeringsonderneming wordt onderworpen aan een faillissement. Vooreerst zal dit bijzonder vermogen in principe geen deel zal uitmaken van de faillissementsboedel
dit vòòr de afwikkeling van de failissementsboedel. De ter zake toepasselijke regels zijn verwoord in artikel 48/16 van de Controlewet
de gelijkheid van alle schuldeisers van eenzelfde rang. Indien de vereffening van dit bijzonder vermogen een beschikbaar saldo laat wordt dit toegewezen aan de massa van de schuldeisers, terwijl, indien dit vermogen ontoereikend is om de verzekerden
de begunstigden uit verzekeringsverrichtingen volledig schadeloos te stellen, deze voor het niet betaald gedeelte een bevoorrechte schuldvordering behouden die echter een algemeen voorrecht is
waarbij zij dan alle bijzondere voorrechten dienen te laten voorgaan. 2.2. Zoals vermeld dient het bedrag van de door de verzekeringsonderneming samen te stellen technische voorziening
te boeken technische schulden op elk ogenblik voldoende te zijn om te waarborgen dat alle uit de verzekeringsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen kunnen worden nagekomen
kel ten belope van de affectatiewaarde. Het nog verschuldigd bedrag uit hoofde van de door de hypotheek gewaarborgd krediet werd niet in het bijzonder vermogen opgenomen. De appelrechters oordeelden met andere woorden dat de dekkingswaarden niet bezwaard waren met een zakelijk recht ten voordele van eiseres. 2.3. De vraag stelt zich dan of het bestaan van een nettingbeding dat werd opgenomen in het Algemeen Reglement der Verrichtingen iets aan deze situatie verandert. De appelrechters stellen immers vast dat eiseres overging tot afboeking
compensatie op grond van dergelijk door haar ingeroepen nettingbeding. Nettingovereenkomsten organiseren een conventioneel verrekeningsproces waarbij de wederzijdse verplichtingen tussen partijen verrekend worden zodat een nettobedrag wordt verkregen dat door de
e partij aan de andere partij moet worden betaald. Dit bedrag is het saldo van de verrekening waarbij de verplichtingen elkaar opheffen ten belope van de laagste schuld
begunstigden van verzekeringen nu deze voorrechten juist als doel hebben om te worden uitgeoefend op de toegewezen activa nadat een eventuele schuldvergelijking in rekening werd gebracht. De waardering van de aan het bijzonder vermogen toegewezen activa houdt zoals gezegd slechts rekening met de nettowaarde van deze activa, na aftrek van de schuldvorderingen van de medecontractant jegens de verzekeringsonderneming
dit staat er dus niet aan in de weg dat kaderovereenkomsten worden afgesloten waarin nettingbedingen worden opgenomen. De absolute, van openbare orde zijnde
exclusieve aard van de voorrechten van de verzekerden
verzekeringsbegunstigden is hiermee niet onverenigbaar nu deze voorrechten juist als doel hebben om te worden uitgeoefend op de toegewezen activa nadat een eventuele schuldvergelijking werd in rekening gebracht. Door zich in artikel 16, §3, derde lid van de Controlewet te beperken tot de verplichting om in het register
kel melding te maken van zakelijke rechten die de dekkingswaarden bezwaren lijkt de wetgever duidelijk van mening dat de activa gedekt door een nettingbeding geen deel uitmaken van het onderpand van activa dat ter beschikking is van de schuldeisers
hiervan nooit deel zullen uitmaken zodat het bestaan van deze bedingen niet moet worden vermeld in de inventaris. Van een voorrangsprobleem tussen nettingbedingen
het voorrecht op de dekkingswaarden van de technische reserves is dus geen sprake
de verzekeringsbegunstigden er niet aan in de weg staat dat zakelijke zekerheden kunnen uitgewonnen worden op dekkingswaarden gaat uit van een andere rechtsopvatting
faalt bijgevolg naar recht. Het oordeel dat krachtens artikel 14 van de Wet Financiële Zekerheden de effectieve doorvoering van schuldvergelijking na de aanvang van de situatie van samenloop kon worden tegengeworpen aan de schuldeisers van verweerster, aangezien dit plaats vond op basis van een nettingovereenkomst die werd gesloten vooraleer de samenloop plaatsvond
zowel de schuldvordering als de schuld waarop de schuldvergelijking werd toegepast bestonden op het ogenblik van de samenloop, laat het Hof toe zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen. In zoverre kan het eerste onderdeel niet worden aangenomen. 2.4. Tweede onderdeel Anders dan waarvan het tweede onderdeel uitgaat hebben de appelrechters niet geoordeeld dat het voorrecht van de verzekerden belet dat nettingovereenkomsten betreffende dekkingswaarden mogelijk zijn
na het ontstaan van samenloop kunnen worden uitgevoerd, maar dat het bestaan van een nettingbeding geen voorrecht boven het absoluut voorrecht van de verzekerden op het bijzonder vermogen creëert. Verweerster benadrukt in de memorie van antwoord terecht dat dergelijk voorrecht in hoofde van verweerster het absoluut voorrecht van de verzekerden
de verzekeringsbegunstigden zou uithollen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Conclusie: verwerping. ________________________
"niet leven" in België uitgeoefend, een afzonderlijk beheer
een afzonderlijke boekhouding te voeren. De appelrechters stellen te dezen vast dat er maar één
kel beheer
één
kel bijzonder vermogen is, meer bepaald voor de tak "Leven" (arrest p. 14, nr. 20).
B. WINDEY, "Verzekeringsrechtelijke aspecten", in Faillissement & Reorganisatie, 2000, IX-7.
B. WINDEY, "Verzekeringrechtelijke aspecten", in Faillissement & Reorganisatie, 2000, IX 8.
A. Houthoofd, "De (vreedzame) co-existentie van het voorrecht op de dekkingswaarden van de technische reserves
provisies,
erzijds,
nettingbedingen, anderzijds", in Liber Amicorum Herman Cousy, 2011, p. 411-413.
A. HOUTHOOFD, "De (vreedzame) co-existentie van het voorrecht op de dekkingswaarden van de technische reserves
provisies,
erzijds,
nettingbedingen, anderzijds", in Liber Amicorum Herman Cousy, 2011, p. 416.
A. HOUTHOOFD, "De (vreedzame) co-existentie van het voorrecht op de dekkingswaarden van de technische reserves
provisies,
erzijds,
nettingbedingen, anderzijds", in Liber Amicorum Herman Cousy, 2011, p. 409.
A. HOUTHOOFD, "De (vreedzame) co-existentie van het voorrecht op de dekkingswaarden van de technische reserves
provisies,
erzijds,
nettingbedingen, anderzijds", in Liber Amicorum Herman Cousy, 2011, p. 423-424.
A. HOUTHOOFD, "De (vreedzame) co-existentie van het voorrecht op de dekkingswaarden van de technische reserves
provisies,
erzijds,
nettingbedingen, anderzijds", in Liber Amicorum Herman Cousy, 2011, p. 424. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201002.1N.4 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201002.1N.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.