← België

V. contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Conclusie van het Openbaar Ministerie van 07 december 2020 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201207.3N.11 Rolnummer: C.19.0488.N Zaak: V. contra V. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-06-21 Raadplegingen: 1110 - laatst gezien 2026-06-19 14:45 Versie(s): Vertaling samenvatting(en) FR Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201207.3N.11 Fiches 1 - 2 De inbreng van giften strekt ertoe het wettelijk erfrecht, dat de gelijkheid onder de wettelijke erfgenamen vooropstelt, te beschermen, terwijl de inkorting ertoe strekt te verhinderen dat het voorbehouden erfdeel dat de wet aan bepaalde erfgenamen toekent, wordt uitgehold; hieruit volgt dat een schenking moet worden ingebracht in of, met het oog op een eventuele inkorting, fictief moet worden toegevoegd aan de nalatenschap waartoe de geschonken goederen zou hebben behoord indien de schenking niet zou zijn verricht

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)De artikelen 843, 920 en 922 Oud BW voor hun wijzing door de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake. Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Inbreng van giften - Inkorting - Doel - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 843, 850, 920 en 922 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN Vrije woorden: Erfrecht - Inbreng van giften - Inkorting - Doel - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 843, 850, 920 en 922 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 3 - 4 Een huwelijksvoordeel valt niet in de nalatenschap, maar behoort de langstlevende echtgenoot toe ingevolge de vereffening en verdeling van het huwelijksvermogensstelsel
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - BEDONGEN STELSELS Vrije woorden: Vereffening en verdeling - Verblijvingsbeding - Nalatenschap - Uitwerking - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1445, 1461, 1464, eerste en tweede lid, en 1465 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Huwelijksvermogensstelsels - Bedongen stelsels - Vereffening en verdeling - Verblijvingsbeding - Nalatenschap - Uitwerking - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1445, 1461, 1464, eerste en tweede lid, en 1465 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 5 - 6 Wanneer tijdens het huwelijk door de echtgenoten gemeenschapsgoederen werden geschonken, moet de inbreng of de inkorting van deze schenking gebeuren in de nalatenschap van de vooroverleden echtgenoot in de mate dat de geschonken goederen, indien de schenking niet zou hebben plaatsgevonden, in diens nalatenschap zouden zijn gevallen
(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)De artikelen 843, 920 en 922 Oud BW voor hun wijzing door de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake. Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - ALGEMEEN Vrije woorden: Gemeenschapsgoederen - Schenkingen - Nalatenschap - Inbreng - Inkorting Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 843, 850, 920 en 922 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Huwelijksvermogensstelsels - Gemeenschapsgoederen - Schenkingen - Nalatenschap - Inbreng - Inkorting Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 843, 850, 920 en 922 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 7 - 8 Wanneer de huwelijksgemeenschap ingevolge een verblijvingsbeding in haar totaliteit toekomt aan de langstlevende echtgenoot, dient de erfrechtelijke verrekening door inbreng of inkorting daarentegen niet te gebeuren in de nalatenschap van de vooroverleden echtgenoot aangezien de geschonken goederen dan geen deel uitmaken van diens nalatenschap
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - BEDONGEN STELSELS Vrije woorden: Verblijvingsbeding - Uitwerking - Nalatenschap - Inbreng - Inkorting - Tijdstip Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 843, 850, 920 en 922 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Huwelijksvermogensstelsels - Bedongen stelsels - Verblijvingsbeding - Uitwerking - Nalatenschap - Inbreng - Inkorting Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 843, 850, 920 en 922 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: Journal des tribunaux [JT] - 2021, n° 6858, p. 375-
  1. - DEMORTIER, Alexandra; HOLLANDERS DE OUDERAEN; Note'Le traitement successoral de la donation de biens communs conformément à la clé de répartition de la communauté matrimoniale...' Rev.trim.dr.fam.-Revue trimestrielle de droit familial (bij voorkeur RTDF) - 2021, n° 2, p. 563-
  2. - PEETERS, Florence; Note'Le sort successoral de la donation d'un bien 'commun' en présence d'une clause de partage inégal du 'patrimoine commun'' T.Not.-Tijdschrift voor notarissen - 2021, nr. 1, p. 55-57 et 63-
  3. - DE PAGE, Philippe; Note'Un regard complémentaire, sans ou avec doute?' T.Not.-Tijdschrift voor notarissen - 2021, nr. 1, p. 55-
  4. - VERSTRAETE, Johan; Noot'Schenking van gemeenschapsgoederen en erfrechtelijke verrekening. Cassatie heeft standpunt ingenomen' JLMB-Revue de jurisprudence de Liège, Mons et Bruxelles - 2022, n° 21, p. 926-
  5. - MOREAU, Pierre; Note'Le traitement successoral des biens communs donnés par les époux' Tekst van de conclusie C.19.0488.N Conclusie van advocaat-generaal H. Vanderlinden:
  6. Eiseres tot cassatie komt op tegen een arrest van het hof van beroep te Gent gewezen op 13 december
  7. Door eiseres wordt er één middel aangevoerd.
  8. Wat betreft het middel. a. Grieven. Door eiseres wordt de schending aangevoerd van de artikelen 850, 1398, 1405, 1415, 1416, 1417, 1419, 1424, 1445, 1451, 1461, 1464, 1466, 1468 en 1469 Burgerlijk Wetboek. b. Probleemstelling. In onderhavig geschil zijn de echtlieden gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten. Het huwelijkscontract voorziet in de toebedeling van het gemeenschappelijk vermogen ingeval van ontbinding van het huwelijk door het overlijden van één van de echtgenoten. Uit dit huwelijk zijn twee kinderen geboren. Het probleem ligt in het bepalen van het lot van de schenkingen die de beide echtlieden doen van goederen die afhangen van het gemeenschappelijk vermogen aan één van beide kinderen bij het overlijden van één van de echtgenoten. Meer in het bijzonder stelt zich de vraag of het verblijvingsbeding een rol zal spelen bij de erfrechtelijke verrekening gelet op wat te lezen is in artikel 850 Burgerlijk Wetboek. Eiseres is van oordeel dat een verblijvingsbeding niets verandert aan de werking van het voormelde artikel van het Burgerlijk Wetboek en dat de schenkingen moeten ingebracht worden. Verweersters zijn van oordeel dat de verrekening slechts dient plaats te hebben in de nalatenschap van de langst levende echtgenoot. c. Beoordeling. Ik deel in deze het standpunt van verweersters. In de doctrine komen beide stellingen aan bod
(1). Het opzet van de inbreng van de geschonken goederen in de nalatenschap van de overledene is om, ingevolge de op dat ogenblik uitgevoerde verrekening, te voorkomen dat het erfrecht wordt uitgehold. Het oogmerk is de bescherming van de erfgenamen. Wanneer het gaat om schenkingen van goederen uit de gemeenschap dient deze inbreng en verrekening plaats te hebben voor de helft in de nalatenschap van erflater. Immers ingevolge het overlijden wordt de gemeenschap ontbonden en, luidens artikel 1445 Burgerlijk Wetboek, in helften verdeeld. De vraag die zich stelt of op het ogenblik van het overlijden, en dus een gebeurlijk verblijvingsbeding uitwerking krijgt, er nog sprake is van een inbreng en verrekening. Ik meen van niet en steun hiervoor op de primauteit van het huwelijksvermogensstelsel. Het verblijvingsbeding is, ingevolge artikel 1464, eerste lid Burgerlijk Wetboek, een aspect van de huwelijksvoorwaarden doch geen schenking. De afwijking van deze regel, die aan te treffen is in het tweede lid van het voormelde artikel, is in deze niet van toepassing. Zo'n beding is geen overeenkomst over de goederen van de nalatenschap, maar een overeenkomst over het gemeenschappelijk vermogen
(2). Ingevolge deze huwelijksvoorwaarden worden deze goederen geacht verkregen te zijn ten bezwarende titel. De goederen maken geen deel uit van de nalatenschap en komen dan ook niet aan bod bij de vereffening en verdeling van de nalatenschap
(3). De uitwerkingen van het huwelijksvermogensstelsel gaan de nalatenschap dan ook vooraf
(4). Door het verblijvingsbeding, dat het gemeenschappelijk vermogen aan de langstlevende toebedeelt, is er, bij het overlijden en het inwerking treden van het voormelde beding van het huwelijkscontract, geen gemeenschappelijk vermogen meer voorhanden. Dit wordt op dat ogenblik een eigen vermogen van de langstlevende. De huwelijksvoorwaarden hebben inderdaad een impact op de omvang van het vermogen van de erflater. Dit blijkt duidelijk indien men vertrekt van de hypothese dat er geen schenking(
  1. en)van het gemeenschappelijke vermogen zouden zijn gebeurd. Op dat ogenblik zouden geen der erfgenamen aanspraak kunnen maken op een deel van de nalatenschap. Het verblijvingsbeding sluit dit uit. Het gehele gemeenschappelijk vermogen gaat immers over op de langstlevende, ingevolge dit beding. Het doel van de inbreng/inkorting is om het vermogen van de erflater vast te stellen alsof er geen schenking(
  2. en)zouden hebben plaatsgehad. Dus om te voorkomen dat de nalatenschap wordt verkleind. De uitwerkingen van het verblijvingsbeding hebben evenwel tot gevolg dat het vermogen waar, theoretisch, de inbreng dient te gebeuren niet bestaat. Er is immers geen gemeenschappelijk vermogen meer. Alles is een eigen goed van de langstlevende, alwaar nog geen inbreng moet gebeuren. Ingevolge de huwelijksvoorwaarden moet de langstlevende dan ook beschouwd worden als de schenker voor het geheel van de schenkingen die tijdens het huwelijk plaatshadden zodat de inbreng en, gebeurlijke, inkorting dan ook slechts dient te geschieden bij het overlijden van de langstlevende
(5). De schenking van de gemeenschapsgoederen verkleint, slechts op dat ogenblik, de nalatenschap van de langstlevende die de huwgemeenschap heeft verkregen. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt dan ook naar recht. Conclusie: verwerping. _____________________________
(1)De stelling van eiseres wordt onder andere verwoord door J. VERSTRAETE (Zie J. VERSTRAETE, Schenking van gemeenschappelijke goederen ingevolge verblijvingsbedingen, contractuele erfstellingen, inbreng en inkortingsregels, T. Not, 2001, p. 199 ev.). Deze van verweersters onder andere door PUELINCKX-COENE (Zie M. PEULINXKX-COENE, Beginselen van Belgisch Privaatrecht - Erfrecht, Mechelen, Kluwer, 2011, p. 603 e.v.)
(2)Cass. 10 december 2010, AR F.08.0102.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101210.1 AC 2010, nr. 726.
(3)R. BARBAIX, Handboek familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Kluwer, 2016, p. 281 en 282.
(4)L. WUYTS, "De erfrechtelijke verrekening van de schenking van gemeenschapsgoederen", in Tendensen vermogensrecht 2017, Antwerpen, Intersentia, p. 184.
(5)M. PUELINCKX-COENE, o.c., 2011, p. 605. PDF document ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201207.3N.11 Gerelateerde publicatie(s) Vonnis/arrest: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201207.3N.11 citeert: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101210.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.