← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210105.2N.11 Rolnummer: P.20.1319.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-01-07 Raadplegingen: 593 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Noch artikel 16 Voorlopige Hechteniswet noch enige andere wetsbepaling voorzien erin dat het verzuim de advocaat van de inverdenkinggestelde te horen in zijn opmerkingen betreffende het uitvaardigen van een aanhoudingsbevel wordt gesanctioneerd met het onregelmatig verklaren van het uitgevaardigde aanhoudingsbevel en met de onmiddellijke invrijheidstelling van de inverdenkinggestelde; het staat aan het onderzoeksgerecht ingeval van een dergelijk verzuim te oordelen of gelet op de concrete omstandigheden van de zaak dit het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde daadwerkelijk en onherstelbaar heeft aangetast. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Het voorafgaandelijk horen van de raadsman in zijn opmerkingen - Verzuim - Gevolgen Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 2, vijfde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Handhaving voorlopige hechtenis - Verzuim om de raadsman te horen in zijn opmerkingen betreffende het uitvaardigen van een aanhoudingsbevel - Taak van het onderzoeksgerecht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 2, vijfde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Verzuim om de raadsman te horen in zijn opmerkingen betreffende het uitvaardigen van een aanhoudingsbevel - Taak van het onderzoeksgerecht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 2, vijfde lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1319.N Y. K., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Loic Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 december

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het arrest verklaart eisers hoger beroep ontvankelijk. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel
  3. Het eerste onderdeel voert schending aan van artikel 16, § 2, vijfde lid, Voorlopige Hechteniswet: het arrest kan niet oordelen dat het aanhoudingsbevel regelmatig is, aangezien in strijd met de vermelde bepaling de raadsman van de eiser bij de voorafgaande ondervraging niet werd gehoord in zijn opmerkingen betreffende het al dan niet uitvaardigen van dit bevel. Het tweede onderdeel voert schending aan van artikel 5.3 EVRM en artikel 12 Grondwet: een handhaving van de hechtenis zonder dat de raadsman van de eiser in strijd met artikel 16, § 2, vijfde lid, Voorlopige Hechteniswet de gelegenheid had om zijn opmerkingen te formuleren vooraleer wordt beslist over de uitvaardigen van een aanhoudingsmandaat, is een ernstige en bijgevolg onherstelbare onregelmatigheid.
  4. Artikel 16, § 2, vijfde lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat de onderzoeksrechter de verdachte moet meedelen dat tegen hem een aanhoudingsbevel kan worden uitgevaardigd en hij zijn opmerkingen en in voorkomend geval die van zijn advocaat ter zake hoort. Artikel 16, § 2, zesde lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat deze gegevens worden vermeld in het proces-verbaal van verhoor.
  5. Het proces-verbaal van ondervraging van de inverdenkinggestelde bevat de volgende vermelding: "De advocaat van inverdenkinggestelde wenst volgende opmerkingen te formuleren in verband met het verhoor/onderzoek/het afleveren van een aanhoudingsmandaat: mevrouw de onderzoeksrechter heeft me geen kans gegeven opmerkingen te formuleren." Uit geen enkel stuk waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de onderzoeksrechter de juistheid van die opmerking heeft tegengesproken.
  6. Noch artikel 16 Voorlopige Hechteniswet noch enig andere wetsbepaling voorzien erin dat het verzuim de advocaat van de inverdenkinggstelde te horen in zijn opmerkingen betreffende het uitvaardigen van een aanhoudingsbevel wordt gesanctioneerd met het onregelmatig verklaren van het uitgevaardigde aanhoudingsbevel en met de onmiddellijke invrijheidstelling van de inverdenkinggestelde.
  7. Noch uit artikel 5.3 EVRM noch uit artikel 12 Grondwet volgt dat elk verzuim betreffende het uitvaardigen van een aanhoudingsbevel verplicht moet worden gesanctioneerd met de onmiddellijke invrijheidstelling van de inverdenkinggestelde. Dat is enkel het geval bij een ernstige en duidelijke onregelmatigheid.
  8. Het enkele verzuim door de onderzoeksrechter de advocaat van de inverdenkinggstelde op het einde van de ondervraging voorafgaand aan het uitvaardigen van een aanhoudingsbevel te horen in zijn opmerkingen overeenkomstig artikel 16, § 2, vijfde lid, Voorlopige Hechteniswet, terwijl voor het overige de inverdenkinggestelde zelf werd gehoord in zijn opmerkingen betreffende het uitvaardigen van een aanhoudingsbevel en zijn raadsman zowel vóór, tijdens als na het uitvaardigen van het aanhoudingsbevel zijn bijstandsfunctie ten volle heeft kunnen vervullen, is geen ernstige onregelmatigheid welke verplicht moet worden gesanctioneerd met de onmiddellijke invrijheidstelling van de inverdenkinggestelde.
  9. Het staat aan het onderzoeksgerecht ingeval van een dergelijk verzuim te oordelen of gelet op de concrete omstandigheden van de zaak dit het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde daadwerkelijk en onherstelbaar heeft aangetast.
  10. Het arrest dat nalaat in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak te onderzoeken of het bedoelde verzuim het recht van verdediging van de inverdenkinggestelde daadwerkelijk en onherstelbaar heeft aangetast en zonder meer beslist tot handhaving van de voorlopige hechtenis uit te voeren in de gevangenis, is niet naar recht verantwoord. De onderdelen zijn in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behoudens in zoverre dit het hoger beroep van de eiser ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 41,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 5 januari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210105.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.