← België

A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210105.2N.14 Rolnummer: P.20.1338.N Zaak: A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-01-07 Raadplegingen: 483 - laatst gezien 2026-06-19 23:37 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Indien de politierechtbank een beklaagde veroordeelt en zijn onmiddellijke aanhouding beveelt en de beklaagde tegen dat vonnis hoger beroep heeft ingesteld, neemt krachtens artikel 27, § 1, 2°, en § 2, Voorlopige Hechteniswet de correctionele rechtbank waar de zaak ingevolge het hoger beroep aanhangig is, kennis van het verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling; de correctionele rechtbank doet in een dergelijk geval uitspraak over het verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling in eerste en laatste aanleg en tegen de daarover gewezen beschikking staat bijgevolg geen hoger beroep open. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONMIDDELLIJKE AANHOUDING Vrije woorden: Politierechtbank - Hoger beroep - Verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling - Uitspraak van de correctionele rechtbank in eerste en laatste aanleg - Gevolg Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HOGER BEROEP Vrije woorden: Politierechtbank - Onmiddellijke aanhouding - Hoger beroep - Verzoekschrift tot in vrijheidstelling - Uitspraak van de correctionele rechtbank in eerste en laatste aanleg - Gevolg Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor strafrecht [T.Strafr.] - 2021, nr. 4, p. 232-

  1. - DAENINCK, Philip; Noot'Over het verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling na het instellen van hoger beroep tegen de beslissing ten gronde' Tekst van de beslissing Nr. P.20.1338.N M. A., beklaagde, aangehouden, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 21 december
  2. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 27, § 1, 2°, § 2, en 30, § 1, Voorlopige Hechteniswet.
  3. Indien de politierechtbank een beklaagde veroordeelt en zijn onmiddellijke aanhouding beveelt en de beklaagde tegen dat vonnis hoger beroep heeft ingesteld, neemt krachtens artikel 27, § 1, 2° en § 2, Voorlopige Hechteniswet de correctionele rechtbank waar de zaak ingevolge het hoger beroep aanhangig is, kennis van het verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling.
  4. De correctionele rechtbank doet in een dergelijk geval uitspraak over het verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling in eerste en laatste aanleg en tegen de daarover gewezen beschikking staat bijgevolg geen hoger beroep open.
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt wat volgt: - de politierechtbank Halle veroordeelt de eiser bij vonnis van 2 december 2020 onder meer tot gevangenisstraffen van vier maanden en drie jaar en beveelt zijn onmiddellijke aanhouding; - tegen die beslissing stelt zowel de eiser als de procureur des Konings te Halle-Vilvoorde hoger beroep in; - de eiser dient op 8 december 2020 ter griffie van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel een verzoekschrift tot voorlopige invrijheidstelling in; - de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel verklaart bij beschikking van 10 december 2020 dit verzoek toelaatbaar en gegrond en beveelt de voorlopige invrijheidstelling van de eiser; - de procureur des Konings te Halle-Vilvoorde stelt op 11 december 2020 hoger beroep in tegen die beslissing; - het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, verklaart met het arrest van 21 december 2020 bij eenparigheid dit hoger beroep ontvankelijk en gegrond en zegt dat de voorlopige hechtenis van de eiser wordt gehandhaafd; - dit arrest is aan de eiser betekend op 22 december 2020; - de eiser verklaart op 23 december 2020 aan de afgevaardigde van de gevangenisdirecteur cassatieberoep in te stellen tegen alle bepalingen van het arrest van 21 december 2020, ook al vermeldt de door de afgevaardigde van de directeur opgestelde akte als datum 23 december
  6. Aangezien de beschikking van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 10 december 2020 in eerste en laatste aanleg is gewezen en bijgevolg tegen die beschikking geen hoger beroep openstaat, kan het arrest het hoger beroep van de procureur des Konings te Halle-Vilvoorde tegen die beschikking niet ontvankelijk verklaren en daarover uitspraak doen. Door dit toch te doen, schendt het arrest de vermelde bepalingen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 51,70 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 5 januari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210105.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.