id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210105.2N.7 Rolnummer: P.20.1271.N Zaak: V. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-01-07 Raadplegingen: 654 - laatst gezien 2026-06-20 11:12 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit geen enkele verdrags- of wettelijke bepaling volgt dat de strafuitvoeringsrechtbanken die oordelen dat een gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit niet kan worden toegekend omdat één of meerdere van de in artikel 47 Wet Strafuitvoering vermelde tegenaanwijzingen zich daartegen verzetten, opgave moet doen van de bijzondere voorwaarden die aan die tegenaanwijzingen kunnen tegemoet komen of moet aangeven welk reclasseringsplan van aard zou zijn om aan de tegenaanwijzingen te verhelpen. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsmodaliteit - Tegenindicaties - Motivering - Draagwijdte Tekst van de beslissing Nr. P.20.1271.N B. V. D. B., veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 4 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Schoeters heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- Artikel 96, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat voor de veroordeelde cassatieberoep openstaat tegen de beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank met betrekking tot de toekenning, de afwijzing, de herziening of de herroeping van de in Titel V bedoelde strafuitvoeringsmodaliteiten, evenals de overeenkomstig Titel XI genomen beslissingen. De bijzondere strafuitvoeringsmodaliteit van de uitgaansvergunning die de strafuitvoeringsrechtbank overeenkomstig artikel 59 Wet Strafuitvoering kan toestaan, is geen uitvoeringsmodaliteit bepaald in Titel V van de wet, noch een bijzondere voorwaarde als bedoeld in Titel XI van dezelfde wet. Tegen de beslissing over dergelijke bijzondere strafuitvoeringsmodaliteit staat voor de veroordeelde geen cassatieberoep open. In zoverre gericht tegen de afwijzing van de gevraagde uitgaansvergunningen, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 47, § 1, Wet Strafuitvoering: aangezien "uitzonderlijke omstandigheden vereisen dat een veroordeelde die in strafuitvoering wil gaan en die geen kans krijgt, de kans moet worden geboden om zijn reclassering uit te werken (in toepassing van art. 8 Basiswet)", had de strafuitvoeringsrechtbank ook uitzonderlijke omstandigheden moeten vaststellen.
- In zoverre het middel is gericht tegen de beslissing waartegen eisers cassatieberoep niet ontvankelijk is, behoeft het geen antwoord.
- Artikel 8 van de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, dat onder meer bepaalt dat alle beslissingen die in het kader van deze wet worden genomen met redenen moeten omkleed zijn, is niet van toepassing op de strafuitvoeringsrechtbanken die overeenkomstig de Wet Strafuitvoering uitspraak doen over een strafuitvoeringsmodaliteit.
- Uit geen enkele verdrags- of wettelijke bepaling volgt dat de strafuitvoeringsrechtbanken die oordelen dat een gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit niet kan worden toegekend omdat één of meerdere van de in artikel 47 Wet Strafuitvoering vermelde tegenaanwijzingen zich daartegen verzetten, opgave moet doen van de bijzondere voorwaarden die aan die tegenaanwijzingen kunnen tegemoet komen of moet aangeven welk reclasseringsplan van aard zou zijn om aan de tegenaanwijzingen te verhelpen.
- In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 0,00 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 5 januari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Schoeters, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210105.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230110.2N.9 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231121.2N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div