← België

GRAMMYCO nv contra DEBLAERE C bv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210111.3N.2 Rolnummer: C.20.0195.N Zaak: GRAMMYCO nv contra DEBLAERE C bv Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Insolventierecht - Overige Invoerdatum: 2021-12-10 Raadplegingen: 1128 - laatst gezien 2026-06-20 10:35 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een schuldvordering wordt geacht te zijn ontstaan vóór de procedure van gerechtelijke reorganisatie wanneer zij haar grondslag vindt in een reeds bestaande rechtsverhouding. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GERECHTELIJK AKKOORD Vrije woorden: Continuïteit van de ondernemingen - Schuldvordering - Ontstaan - Ogenblik - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen - 31-01-2009 - Art. 2,

  1. c)- 33 ELI link Pub nr 2009009047 Fiches 2 - 3 De schuldvordering tot betaling van de gerechtskosten ontstaat op het ogenblik van het ontstaan van de procesverhouding en de veroordeling tot de gerechtskosten geldt als “schuldvordering in de opschorting” indien de procesverhouding bestond vóór de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GERECHTELIJK AKKOORD Vrije woorden: Continuïteit van de ondernemingen - Voorafgaande gerechtelijke procedure - Gerechtskosten - Aard Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1017 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen - 31-01-2009 - Art. 2,
  2. c)- 33 ELI link Pub nr 2009009047 Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Allerlei Vrije woorden: Continuïteit van de ondernemingen - Voorafgaande gerechtelijke procedure - Kosten - Aard Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1017 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Wet 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen - 31-01-2009 - Art. 2,
  3. c)- 33 ELI link Pub nr 2009009047 Annotaties Publicaties: Bulletin Juridique et Social [B.J.S.] - 2021, n° 670, p. 4. - BEDORET, Christophe; Note'Le RDC et... la naissance de la dette' TBH-Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht - 2022, nr. 6, p. 780-785. - BRIJS, Stan; Noot'Gerechtskosten zijn een 'schuldvordering in de opschorting' als de procesverhouding als bestond vóór de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0195. N GRAMMYCO nv, met zetel te 2100 Antwerpen (Deurne), Tweemontstraat 258, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0403.792.093, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen DEBLAERE & CO bv, met zetel te 8800 Roeselare, Meensesteenweg 322, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0407.126.123, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 februari 2019. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 29 september 2020 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Krachtens artikel 2, c, van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, zoals van toepassing, worden met “schuldvorderingen in de opschorting” bedoeld de schuldvorderingen die ontstaan zijn vóór het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie opent of die volgen uit het verzoekschrift of de gerechtelijke beslissingen genomen in het kader van de procedure. Een schuldvordering wordt geacht te zijn ontstaan vóór de procedure van gerechtelijke reorganisatie wanneer zij haar grondslag vindt in een reeds bestaande rechtsverhouding. Volgens artikel 57 van dezelfde wet maakt de homologatie van het reorganisatieplan dit plan bindend voor alle schuldeisers in de opschorting. Tenzij het plan uitdrukkelijk anders bepaalt, bevrijdt de volledige uitvoering ervan de schuldenaar geheel en definitief, voor alle schuldvorderingen die erin voorkomen. 2. Krachtens artikel 1017 Gerechtelijk Wetboek verwijst ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten, onverminderd de overeenkomst tussen partijen, die het eventueel bekrachtigt. De veroordeling tot de gerechtskosten onderstelt het bestaan van een procesverhouding. Hierdoor draagt iedere partij het risico om veroordeeld te worden tot de gerechtskosten van de zegevierende partij. 3. Uit het vorenstaande volgt dat de schuldvordering tot betaling van de gerechtskosten ontstaat op het ogenblik van het ontstaan van de procesverhouding en de veroordeling tot de gerechtskosten geldt als “schuldvordering in de opschorting” indien de procesverhouding bestond vóór de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie. 4. De appelrechters stellen vast dat: - de eiseres in 2015 werd toegelaten tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie; - tussen de partijen voordien reeds een procesverhouding bestond; - de vordering van de eiseres tegen de verweerster door een arrest van het hof van beroep van 24 januari 2017 werd afgewezen en de eiseres samen met een andere procespartij werd veroordeeld tot de kosten van het hoger beroep aan de zijde van de verweerster bepaald op 18.000 euro. 5. De appelrechters die oordelen dat de vordering tot het betalen van de gerechtskosten slechts ontstaat op het ogenblik van de gerechtelijke uitspraak op 24 januari 2017 en derhalve niet als een schuldvordering in de opschorting kan worden beschouwd in de zin van artikel 2, c, van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 11 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210111.3N.2 Gerelateerde publicatie(
  4. s)geciteerd door: ECLI:BE:CTLIE:2026:ARR.20260217.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.