← België

D. contra Orrion Chemicals Regen BVBA

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210112.2N.6 Rolnummer: P.20.0817.N Zaak: D. contra Orrion Chemicals Regen BVBA Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Bestuursrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2021-06-21 Raadplegingen: 1050 - laatst gezien 2026-06-18 19:10 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Uit artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, dat overeenkomstig artikel 211 Wetboek van Strafvordering van toepassing is op de hoven van beroep, volgt dat een veroordelende beslissing de wetsbepalingen moet vermelden die de feiten strafbaar stellen en die de toegepaste straffen bepalen en indien op het ogenblik van de beslissing de wetsbepalingen zijn opgeheven die de feiten op het ogenblik van het plegen ervan strafbaar stelden, dient de rechter ook de wetsbepalingen te vermelden op grond waarvan de feiten tot op het ogenblik van de beslissing strafbaar zijn gebleven; wanneer het arrest met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten weliswaar melding maakt van de op het ogenblik van de feiten geldende wetsbepalingen en ook vaststelt dat deze feiten op het ogenblik van het arrest nog steeds strafbaar waren, maar dat het nalaat melding te maken van de op het ogenblik van het arrest geldende wetsbepalingen welke de vergunningsplicht instellen en welke het naleven van de milieuvoorwaarden opleggen, is de schuldigverklaring en veroordeling niet regelmatig met redenen omkleed

(1).
(1)Cass. 23 oktober 2019, AR P. 19.0610.F, AC 2019, nr. 539; Cass. 29 november 2016, AR P.14.1821.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161129.7, AC 2014, nr. 680; Cass. 2 september 2009, AR P.09.0338.F ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090902.3, AC 2009, nr. 466; Cass. 7 mei 2008, AR P.08.0176.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080507.6, AC 2008, nr.
  1. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Milieurecht - Milieuvergunningsdecreet - Vergunningsplicht en naleving van de milieuvoorwaarden - Werking van de wet in de tijd - Vermelding toepasselijke wetsbepalingen - Wetswijziging - Vermelding in de beslissing - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 195, eerste lid, en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Milieurecht - Milieuvergunningsdecreet - Vergunningsplicht en naleving van de milieuvoorwaarden - Werking van de wet in de tijd - Vermelding toepasselijke wetsbepalingen - Wetswijziging - Vermelding in de beslissing - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 195, eerste lid, en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: MILIEURECHT Vrije woorden: Milieuvergunningsdecreet - Vergunningsplicht en naleving van de milieuvoorwaarden - Vermelding van de op het ogenblik van de uitspraak geldende wetsbepalingen - Wetswijziging - Vermelding in de beslissing - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 195, eerste lid, en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Strafzaken - Milieurecht - Milieuvergunningsdecreet - Vergunningsplicht en naleving van de milieuvoorwaarden - Vermelding van de op het ogenblik van de uitspraak geldende wetsbepalingen - Wetswijziging - Vermelding in de beslissing - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 195, eerste lid, en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 5 - 7 De rechter die een beklaagde schuldig verklaart aan de opslag van afvalstoffen in strijd met artikel 12, § 1, Materialendecreet omkleedt die beslissing slechts regelmatig met redenen in overeenstemming met de artikelen 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering indien hij niet enkel melding maakt van artikel 12, § 1, Materialendecreet en artikel 16.6.3, § 1, eerste lid, DABM, maar ook van de specifieke voorschriften van het Materialendecreet of de uitvoeringsbesluiten die zijn overtreden. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Milieurecht - Materialendecreet - Opslag van afvalstoffen - Vermelding toepasselijke wetsbepalingen - Vermelding in de beslissing van de specifiek overtreden bepalingen - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. Overheid 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen - 23-12-2011 - Art. 12, § 1 - 33 ELI link Pub nr 2012035118 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 195, eerste lid, en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid - 05-04-1995 - Art. 16.6.3, § 1 - 57 ELI link Pub nr 1995035716 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafvordering - Milieurecht - Materialendecreet - Opslag van afvalstoffen - Vermelding toepasselijke wetsbepalingen - Vermelding in de beslissing van de specifiek overtreden bepalingen - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. Overheid 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen - 23-12-2011 - Art. 12, § 1 - 33 ELI link Pub nr 2012035118 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 195, eerste lid, en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid - 05-04-1995 - Art. 16.6.3, § 1 - 57 ELI link Pub nr 1995035716 Thesaurus CAS: MILIEURECHT Vrije woorden: Materialendecreet - Opslag van afvalstoffen - Vermelding van de op het ogenblik van de uitspraak geldende wetsbepalingen - Vermelding in de beslissing van de specifiek overtreden bepalingen - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decr. Vl. Overheid 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen - 23-12-2011 - Art. 12, § 1 - 33 ELI link Pub nr 2012035118 Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 195, eerste lid, en 211 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid - 05-04-1995 - Art. 16.6.3, § 1 - 57 ELI link Pub nr 1995035716 Tekst van de beslissing Nr. P.20.0817.N I K. M. C. A. D. C., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Karolien Van De Moer, advocaat bij de balie Antwerpen. II G. L. A. S., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Patrick Waeterinckx en mr. Joost Huysmans, beiden advocaat bij de balie Antwerpen, tegen
  2. ORRION CHEMICALS REGEN bv, met zetel te 9032 Wondelgem, Waterlelielaan 1, burgerlijke partij,
  3. RIEMEDIATION nv, met zetel te 9032 Wondelgem, Waterlelielaan 1, burgerlijke partij, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, van 26 juni
  4. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, tien middelen aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep II
  5. Het arrest verleent de eiser II ontslag van rechtsvervolging voor de feiten van de telastleggingen A1a, A1b, A1c, A2b, A2c, A2d, A2e, A2f, A3, B voor de periode van 3 september 2014 tot 11 december 2014, C1, C3 en C
  6. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is dit cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  7. Het arrest heropent wat betreft de burgerlijke rechtsvordering van de verweersters II het debat, het stelt de zaak voor verdere behandeling uit en het houdt de beslissing over de kosten van die vordering aan.
  8. Dat is geen eindbeslissing in de zin van artikel 420, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en evenmin een beslissing als bedoeld door een van de uitzonderingsgevallen van het tweede lid van die bepaling. In zoverre ook gericht tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de verweersters II, is het cassatieberoep voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk. Middelen van de eiser I Eerste middel
  9. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 2 Strafwetboek en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het arrest is niet naar recht gemotiveerd; het veroordeelt de eiser I voor de telastleggingen A1, A2, A3 en B op grond van de op het ogenblik van het arrest reeds opgeheven artikelen 4, § 1, en 22 Milieuvergunningsdecreet zonder vast te stellen dat deze inbreuken na de opheffing ervan strafbaar zijn gebleven op grond van een nieuwe wetsbepaling en zonder opgave te doen van de nieuwe wetsbepalingen die de feiten nog steeds strafbaar stellen.
  10. Uit artikel 195, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, dat overeenkomstig artikel 211 Wetboek van Strafvordering van toepassing is op de hoven van beroep, volgt dat een veroordelende beslissing de wetsbepalingen moet vermelden die de feiten strafbaar stellen en die de toegepaste straffen bepalen. Indien op het ogenblik van de beslissing de wetsbepalingen zijn opgeheven die de feiten op het ogenblik van het plegen ervan strafbaar stelden, dient de rechter ook de wetsbepalingen te vermelden op grond waarvan de feiten tot op het ogenblik van de beslissing strafbaar zijn gebleven.
  11. De in het arrest opgenomen omschrijving van de feiten onder de telastleggingen A1a (op 20 oktober 2014) A1b (op 4 november 2014), A1c (op 10 december 2014), A2a (op 27 februari 2014), A2b (op 10 september 2014 en op 6 november 2014), A2c (op 4 november 2014), A2d (op 10 december 2014), A2e (op 4 en op 6 november 2014), A2f (op 10 december 2014) en A3 (op 4 november 2014 en op 10 december 2014) vermeldt als overtreden wetsbepalingen artikel 4 Milieuvergunningsdecreet, artikel 5 Vlarem I en artikel 16.6.1, § 1, eerste lid, DABM.
  12. De in het arrest opgenomen omschrijving van de feiten onder de telastleggingen B1 en B2 (in de periode van 28 februari 2013 tot 11 december 2014) vermeldt als overtreden wetsbepalingen artikel 22, eerste lid, Milieuvergunningsdecreet, artikel 43, § 1, Vlarem I, artikel 4.1.12.1, § 1, Vlarem II en artikel 16.6.1, § 1, eerste lid, DABM.
  13. De appelrechters stellen vast dat Vlarem I met ingang van 23 februari 2017 werd opgeheven bij artikel 783, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 en dat de inhoudelijke milieubepalingen van Vlarem I via de wijzigingsbepalingen aan dit besluit aan Vlarem II werden toegevoegd (arrest, p. 57), zonder evenwel aan te geven in welke bepalingen van Vlarem II de opgeheven bepalingen van Vlarem I zijn opgenomen.
  14. De appelrechters stellen met betrekking tot de feiten omschreven onder de telastlegging B vast dat die slaan op de niet-naleving van artikel 22 (oud) Milieuvergunningsdecreet en dat ter zake het vroegere artikel 4.1.12, 1, § 1, Vlarem II geldt, dat de daarin bepaalde verplichting nog steeds geldt en nog steeds op dezelfde wijze is strafbaar gesteld (arrest, p. 61).
  15. Op de datum van het arrest waren de volgende bepalingen opgeheven: - artikel 4 Milieuvergunningsdecreet en artikel 5 Vlarem I die een vergunningsplicht instellen; - artikel 22 Milieuvergunningsdecreet en artikel 43, § 1, Vlarem I die de naleving van milieuvoorwaarden en andere verplichtingen oplegt.
  16. Artikel 4.1.12.1 Vlarem II werd ingevoegd in Vlarem II door artikel 74, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013, verschenen in het Belgisch Staatblad van 10 september
  17. Artikel 16.6.1, § 1, eerste lid, DABM bestraft met de daarin bepaalde straffen elke opzettelijke of door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid gepleegde schending van de door de bedoelde titel gehandhaafde regelgeving, thans milieuvoorschriften.
  18. Uit het voorgaande volgt dat het arrest met betrekking tot de bewezen verklaarde feiten weliswaar melding maakt van de op het ogenblik van de feiten geldende wetsbepalingen en ook vaststelt dat deze feiten op het ogenblik van het arrest nog steeds strafbaar waren, maar dat het nalaat melding te maken van de op het ogenblik van het arrest geldende wetsbepalingen welke de vergunningsplicht instellen en welke het naleven van de milieuvoorwaarden opleggen. Bijgevolg is de schuldigverklaring en veroordeling van de eiser I aan de feiten omschreven onder de telastleggingen A1a, A1b, A1c, A2a, A2b, A2c, A2d, A2e, A2f, A3, B1 en B2 niet regelmatig met redenen omkleed zoals vereist door de in het middel vermelde bepalingen. Het middel is in zoverre gegrond. Vijfde middel Tweede onderdeel
  19. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195 Wetboek van Strafvordering: het arrest veroordeelt de eiser I voor de feiten omschreven onder de telastlegging C en maakt daarbij enkel melding van artikel 12, § 1, Materialendecreet, dat het verbod bevat afvalstoffen achter te laten of te beheren in strijd met de voorschriften van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten; het laat evenwel na de desbetreffende bepalingen te vermelden van het Materialendecreet.
  20. Het arrest verklaart de eiser I schuldig aan de feiten van de telastlegging C, omschreven als "opzettelijk, in strijd met de wettelijke voorschriften of met een vergunning, afvalstoffen, zijnde elke stof of elk voorwerp waarvan de houder zich ontdoet of zich moet ontdoen, te hebben achtergelaten, beheerd of overgebracht, meer bepaald in strijd met het artikel 12, § 1 van het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen, diverse afvalstoffen, onder meer LSF, SRF, Fe-fines en sorteerzeefzanden te hebben opgeslagen (...). Deze feiten zijn strafbaar gesteld door artikel 16.6.3, § 1, lid 1 van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake Milieubeleid (DABM)" en veroordeelt hem onder meer op basis van die feiten.
  21. Uit de artikelen 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering volgt de verplichting om ingeval van een veroordelende beslissing de wetsbepalingen te vermelden die het feit strafbaar stellen en die de toegepaste straffen bepalen.
  22. Artikel 12, § 1, Materialendecreet bepaalt dat het verboden is afvalstoffen achter te laten of te beheren in strijd met de voorschriften van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan. Artikel 16.6.3, § 1, eerste lid, DABM bepaalt dat wie opzettelijk, in strijd met de wettelijke voorschriften of met een vergunning, thans de milieuvoorschriften, afvalstoffen achterlaat, beheert of overbrengt, wordt gestraft met de daarin bepaalde straffen.
  23. De rechter die een beklaagde schuldig verklaart aan de opslag van afvalstoffen in strijd met artikel 12, § 1, Materialendecreet omkleedt die beslissing slechts regelmatig met redenen in overeenstemming met de artikelen 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering indien hij niet enkel melding maakt van artikel 12, § 1, Materialendecreet en artikel 16.6.3, § 1, eerste lid, DABM, maar ook van de specifieke voorschriften van het Materialendecreet of de uitvoeringsbesluiten die zijn overtreden.
  24. Het arrest dat de eiser I niet enkel schuldig verklaart aan het achterlaten van afvalstoffen maar ook aan de opslag ervan en nalaat in de veroordelende beslissing opgave te doen van de specifieke voorschriften van het Materialendecreet of de uitvoeringsbesluiten die door de met de telastlegging C geviseerde opslag van afvalstoffen zijn overtreden, omkleedt die beslissing niet regelmatig met redenen. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Middelen van de eiser II Eerste middel
  25. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 195, eerste lid, Wetboek van strafvordering: het arrest veroordeelt de eiser II wegens inbreuk op artikel 4, § 1, Milieuvergunningsdecreet en verschillende Vlarem I-bepalingen (telastlegging A2a), bepalingen die op het ogenblik van het arrest reeds waren opgeheven, zonder evenwel de wetsbepalingen te vermelden waaruit de constitutieve bestanddelen en de strafbaarstelling op de datum van het arrest blijken.
  26. Het middel is om de redenen vermeld in het antwoord op het eerste middel van de eiser I voor wat betreft de schuldigverklaring en de veroordeling van de eiser II voor de feiten van de telastlegging A2a gegrond. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 195, eerste lid, en 211 Wetboek van Strafvordering.
  27. Om de redenen vermeld in het antwoord op het eerste middel van de eiser I en het vijfde middel, tweede onderdeel van de eiser I, is de schuldigverklaring van de eiser II aan de feiten van de telastleggingen B (zoals beperkt) en C2 niet regelmatig met redenen omkleed. Overige grieven
  28. De grieven die niet kunnen leiden tot een ruimere cassatie of een cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord. Omvang van de cassatie
  29. De voormelde onwettigheden leiden tot de vernietiging van alle beslissingen van het arrest op de strafvordering wat betreft de eiser I en van alle beslissingen van het arrest betreffende de eiser II met inbegrip van de beslissing op de tegen hem gerichte burgerlijke rechtsvordering, ook al was het cassatieberoep van de eiser II daartegen wegens voorbarigheid niet ontvankelijk. De vernietiging treft evenwel niet de beslissing over de ontvankelijkheid van de hogere beroepen, de saisine van het appelgerecht en het aan de eiser II verleende ontslag van rechtsvervolging voor bepaalde feiten. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  30. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre het: - -uitspraak doet over de ontvankelijkheid van de hogere beroepen en het de saisine van het appelgerecht bepaalt; - de eiser II ontslag verleent van rechtsvervolging voor de feiten van de telastleggingen A1a, A1b, A1c, A2b, A2c, A2d, A2e, A2f, A3, B voor de periode van 3 september 2014 tot 11 december 2014, C1, C3 en C
  31. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eiser I tot een tiende en de eiser II tot twee tienden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, anders samengesteld. Bepaalt de kosten in het geheel op 930,13 euro waarvan de eiser I 315,13 euro is verschuldigd en de eiser II 315,12 euro is verschuldigd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Eric Van Dooren, en in openbare rechtszitting van 12 januari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van afgevaardigd griffier Ayse Birant. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210112.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080507.6 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090902.3 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20161129.7 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191023.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241001.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.