← België

H. contra AGRO-ENERGIEK BV

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210115.1N.18 Rolnummer: C.20.0274.N Zaak: H. contra AGRO-ENERGIEK BV Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Overige Invoerdatum: 2022-07-13 Raadplegingen: 691 - laatst gezien 2026-06-18 11:53 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechtsvordering van een of meer inwoners namens de gemeente is slechts ontvankelijk wanneer de gemeente in gebreke blijft om in rechte op te treden, hetgeen door de rechter beoordeeld wordt in feite, rekening houdend met de omstandigheden van de zaak. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - ALLERLEI Vrije woorden: Gemeentedecreet - In rechte optreden van inwoners namens de Gemeente - Voorwaarden - Taak van de rechter Wettelijke bepalingen: Gemeentedecreet 15 juli 2005 - 15-07-2005 - Art. 194 - 51 ELI link Pub nr 2005036063 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Beoordeling in feite Wettelijke bepalingen: Gemeentedecreet 15 juli 2005 - 15-07-2005 - Art. 194 - 51 ELI link Pub nr 2005036063 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0274.N

  1. C. H.,
  2. D. L.,
  3. R. A.,
  4. A. M.,
  5. X. B. D. T., eisers, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  6. AGRO-ENERGIEK bv, met zetel te 9930 Lievegem, Rijvers 66/B, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0893.465.911,
  7. VANDAELE lv, met zetel te 9930 Lievegem, Rijvers 66/B, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0817.649.622, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, waar de verweersters woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 6 maart
  8. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Els Herregodts heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  9. Krachtens artikel 194, eerste lid, Gemeentedecreet van 15 juli 2005 (hierna: Gemeentedecreet) kunnen een of meer inwoners namens de gemeente in rechte optreden als het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad nalaten in rechte op te treden, mits zij onder zekerheidstelling aanbieden om persoonlijk de kosten van het geding te dragen en in te staan voor de veroordeling tot schadevergoeding of boete wegens tergend en roekeloos geding of hoger beroep die kan worden uitgesproken.
  10. De rechtsvordering van een of meer inwoners namens de gemeente is slechts ontvankelijk wanneer de gemeente in gebreke blijft om in rechte op te treden. Of zulks het geval is, wordt door de rechter beoordeeld in feite, rekening houdend met de omstandigheden van de zaak.
  11. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de gemeente, na een ingebrekestelling door de eisers op 23 november 2018, in essentie liet weten in een brief van 4 december 2018 dat

(1)"wat het stedenbouwkundig luik betreft", werd gewacht op de beslissing van de Deputatie, na vernietiging door de Raad voor Vergunningenbetwisting van de eerdere, voor de verweersters gunstige beslissing van de Deputatie van 19 januari 2017, en
(2)"wat het milieuluik betreft", de Vlaamse Milieu Inspectie actief met het dossier bezig was; - de gemeente in de brief besluitend stelde dat "gelet op het goed bestuur, de gemeente de beslissing van de Deputatie en het handhavingstraject van de Vlaamse milieu-inspectie afwacht"; - de eisers op 28 december 2018 tot dagvaarding overgingen; - in december 2018 de Deputatie opnieuw een beslissing diende te nemen nopens het administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing van 6 augustus 2012; - het, in weerwil van wat de eisers voorhouden, op dat ogenblik geenszins een evidentie was dat hun beroep tegen de op dat ogenblik en nog steeds bestaande vergunning van 6 augustus 2012 door de Deputatie zou dienen te worden ingewilligd; - de Raad van State in december 2018 nog niet had beslist over het beroep dat de eisers hadden ingesteld tegen de beslissing van de Minister om het administratief beroep tegen de op 16 februari 2012 verleende milieuvergunning voor de kwestieuze bedrijvigheid van de verweersters af te wijzen; - de Omgevingsinspectie actief met de opvolging van het bedrijf bezig was, inzonderheid wat geur en lawaaihinder betreft, met het oog op de toepassing van de best beschikbare technieken teneinde deze hinder te vermijden/beperken; - in deze omstandigheden van de gemeente niet kon worden verwacht dat zij een stakingsvordering of andere maatregel nam ten aanzien van het kwestieuze bedrijf van de verweersters, zonder de uitkomst van minstens een van de hangende administratieve procedures inzake de verleende vergunningen, of minstens het resultaat van de bemoeienissen van de Omgevingsinspectie af te wachten; - er uit de gegevens waarvan het hof van beroep kennis kan nemen ook niet naar voor komt dat er op dat ogenblik dermate grote milieuhinder heerste dat een onmiddellijk ingrijpen zonder voormeld afwachten zich opdrong. 4. Door op grond van deze redenen te oordelen dat de gemeente op 28 december 2018 niet nalatig was in de zin zoals vereist door artikel 194 Gemeentedecreet, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 575,25 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter, Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 15 januari 2021 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Els Herregodts, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210115.1N.18 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.