← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210119.2N.10 Rolnummer: P.21.0033.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2021-01-21 Raadplegingen: 816 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit het enkele feit dat een inverdenkinggestelde zelf niet of sinds geruime tijd niet meer werd verhoord of het rechtstreeks voorwerp heeft uitgemaakt van een onderzoeksmaatregel volgt niet noodzakelijk dat zijn voorlopige hechtenis niet of niet langer verantwoord is. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Redelijke termijn - Afwezigheid van een verhoor of onderzoeksmaatregel gedurende ruime tijd - Beoordeling Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.3 Vrije woorden: Afwezigheid van een verhoor of onderzoeksmaatregel gedurende ruime tijd - Voorlopige hechtenis - Gevolg Fiches 3 - 6 Uit het enkele feit dat de rechter zijn beslissing over de handhaving van de voorlopige hechtenis en de redelijkheid ervan geheel of grotendeels grondt op redenen die zijn ontleend aan eerdere rechterlijke beslissingen over de voorlopige hechtenis volgt niet dat zijn beslissing daardoor niet zou getuigen van een noodzakelijke individualisering of zou getuigen van een automatisme dat niet verenigbaar is met het uitzonderlijke en evolutieve karakter van de voorlopige hechtenis; het is noodzakelijk maar voldoende dat de rechter onderzoekt of op het ogenblik van zijn beslissing er nog voldoende redenen zijn die een handhaving van de voorlopige hechtenis verantwoorden en of de duur van die hechtenis nog steeds redelijk is, hij kan daarbij oordelen dat redenen die reeds eerder in aanmerking werden genomen om de voorlopige hechtenis te handhaven, nog steeds actueel zijn

(1); het staat aan het onderzoeksgerecht te oordelen of in het licht van de feitelijke omstandigheden van de zaak onder meer wat betreft de aard en de complexiteit van de feiten, de houding van de inverdenkinggestelde en de houding van de met opsporing belaste instanties
(2), het door artikel 5.3 EVRM gewaarborgde recht van een persoon die van zijn vrijheid is beroofd om binnen een redelijke termijn te worden berecht, is miskend; het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
(1)Cass. 13 oktober 2020, AR P.20.0980.N ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201013.2N.14, AC 2020, nr. 632; Cass. 16 april 2019, AR P. 19.0343.F, AC 2019, nr. 234; Cass. 11 maart 2014, AR P.14.0377.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140311.7, AC 2014, nr. 195; Cass. 12 augustus 2008, AR P.08.1265.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080812.6, AC 2008, nr. 434; Cass. 2 maart 2004, AR P.04.0286.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040302.7, AC 2004, nr. 114; Cass. 18 februari 2003, AR P.03.0184.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030218.27, AC 2003, nr. 117; Cass. 27 november 2002, AR P.02.1507.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021127.16, AC 2002, nr. 638.
(2)Cass. 6 juli 2010, AR P.10.1095.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100706.2, AC 2010, nr. 475; Cass. 25 juni 2008, AR P.08.0963.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080625.4, AC 2008, nr. 400; Cass. 7 mei 2003, AR P.03.0620.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030507.17, AC 2003, nr.
  1. Zie Ph. DAENINCK, Praktische gids voorlopige hechtenis, Kluwer, 2015,
  2. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Motivering - Redelijke termijn - Individualisering van de beslissing - Overname van redenen van vorige beslissingen - Uitzonderlijke en evolutieve karakter van de voorlopige hechtenis - Beoordeling - Wettigheidscontrole door het Hof Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.3 Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Redelijke termijn - Motivering - Individualisering van de beslissing - Overname van redenen van vorige beslissingen - Uitzonderlijke en evolutieve karakter van de voorlopige hechtenis - Beoordeling - Wettigheidscontrole door het Hof Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Motiveringsplicht - Redelijke termijn - Individualisering van de beslissing - Overname van redenen van vorige beslissingen - Uitzonderlijke en evolutieve karakter van de voorlopige hechtenis - Beoordeling - Wettigheidscontrole door het Hof Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Vrije woorden: Onderzoeksgerechten - Voorlopige hechtenis - Handhaving - Redelijke termijn - Motiveringsplicht - Individualisering van de beslissing - Overname van redenen van vorige beslissingen - Uitzonderlijke en evolutieve karakter van de voorlopige hechtenis - Beoordeling door de feitenrechter - Wettigheidscontrole Wettelijke bepalingen: Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend op 4 november 1950, te Rome - 04-11-1950 - Art. 5.3 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 22 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 30 - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Nr. P.21.0033.N S D, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. John Maes, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 4 januari
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 5.1 en 5.3 EVRM, artikel 149 Grondwet en de artikelen 22, zesde lid, en 30, § 4, Voorlopige Hechteniswet: het arrest motiveert niet op concrete en geïndividualiseerde wijze waarom de verdere handhaving van eisers voorlopige hechtenis nog is gerechtvaardigd; het motiveert evenmin de absolute noodzakelijkheid voor de openbare veiligheid; de eiser werd het laatste half jaar niet meer betrokken in het onderzoek; het louter herhalen van motieven die aan het begin van het onderzoek golden, kan de verdere hechtenis niet rechtvaardigen; het onderzoek bevindt zich in een eindfase zodat een diligente verderzetting ervan niet langer de hechtenis vereist.
  5. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de beslissingen van de onderzoeksgerechten inzake voorlopige hechtenis.
  6. Uit het enkele feit dat een inverdenkinggestelde zelf niet of sinds geruime tijd niet meer werd verhoord of het rechtstreeks voorwerp heeft uitgemaakt van een onderzoeksmaatregel volgt niet noodzakelijk dat zijn voorlopige hechtenis niet of niet langer verantwoord is.
  7. Uit het enkele feit dat de rechter zijn beslissing over de handhaving van de voorlopige hechtenis en de redelijkheid ervan geheel of grotendeels grondt op redenen die zijn ontleend aan eerdere rechterlijke beslissingen over de voorlopige hechtenis volgt niet dat zijn beslissing daardoor niet zou getuigen van een noodzakelijke individualisering of zou getuigen van een automatisme dat niet verenigbaar is met het uitzonderlijke en evolutieve karakter van de voorlopige hechtenis. Het is noodzakelijk maar voldoende dat de rechter onderzoekt of op het ogenblik van zijn beslissing er nog voldoende redenen zijn die een handhaving van de voorlopige hechtenis verantwoorden en of de duur van die hechtenis nog steeds redelijk is. Hij kan daarbij oordelen dat redenen die reeds eerder in aanmerking werden genomen om de voorlopige hechtenis te handhaven, nog steeds actueel zijn.
  8. Het staat aan het onderzoeksgerecht te oordelen of in het licht van de feitelijke omstandigheden van de zaak onder meer wat betreft de aard en de complexiteit van de feiten, de houding van de inverdenkinggestelde en de houding van de met opsporing belaste instanties, het door artikel 5.3 EVRM gewaarborgde recht van een persoon die van zijn vrijheid is beroofd om binnen een redelijke termijn te worden berecht, is miskend.
  9. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan onmogelijk kunnen worden verantwoord.
  10. In zoverre het middel uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt het naar recht.
  11. Op grond van het geheel van redenen die het arrest bevat onder de randnummers 3.2 tot en met 3.5 en die niet wijzen op een automatisme dat onverenigbaar is met het uitzonderlijke en evolutieve karakter van de voorlopige hechtenis, kan het wettig oordelen dat er nog steeds een gevaar is voor de openbare veiligheid, de redelijke-termijnvereiste niet is miskend en de voorlopige hechtenis moet worden gehandhaafd. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 57,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 19 januari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210119.2N.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220503.2N.16 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221220.2N.32 precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021127.16 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030218.27 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030507.17 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040302.7 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080625.4 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080812.6 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100706.2 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140311.7 ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201013.2N.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220118.2N.21 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220614.2N.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.