id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210119.2N.6 Rolnummer: P.20.1333.N Zaak: M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2021-01-21 Raadplegingen: 759 - laatst gezien 2026-06-20 05:35 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De door artikel 68, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalde termijn van vijftien dagen om de zaak te behandelen na de aanhangigmaking door het openbaar ministerie is een ordetermijn; de overschrijding van die termijn heeft niet tot gevolg dat de strafuitvoeringsrechtbank over de herroepingsvordering niet meer kan oordelen
(1).
(1)Cass. 18 april 2018, AR P.18.0383.F ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180418.1, AC 2018, nr.
- Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Herroeping - Behandeling van de zaak op de terechtzitting van de strafuitvoeringsrechtbank - Termijn van 15 dagen na aanhangigmaking van de zaak - Overschrijding van de termijn - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 68, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Voorwaardelijke invrijheidstelling - Behandeling van de zaak op de terechtzitting van de strafuitvoeringsrechtbank - Termijn van 15 dagen na aanhangigmaking van de zaak - Overschrijding van de termijn - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 68, § 1 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Fiches 3 - 5 Hoewel het verzuim de bijzondere voorwaarden na te leven als grondslag voor een herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit te wijten moet zijn aan een foutieve tekortkoming van de veroordeelde, moet de rechtbank dit bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie, niet uitdrukkelijk vaststellen. Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Herroeping - Verzuim een bijzondere voorwaarde na te leven - Foutieve tekortkoming van de veroordeelde - Motiveringsplicht - Grens Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 68 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Voorwaardelijke invrijheidstelling - Herroeping - Verzuim een bijzondere voorwaarde na te leven - Foutieve tekortkoming van de veroordeelde - Motiveringsplicht - Grens Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 68 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Voorwaardelijke invrijheidstelling - Herroeping - Verzuim een bijzondere voorwaarde na te leven - Foutieve tekortkoming van de veroordeelde - Grens Wettelijke bepalingen: Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 64 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Wet 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten - 17-05-2006 - Art. 68 - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Nr. P.20.1333.N J J M, veroordeelde tot vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Andy Boermans, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen van 18 december
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 68, § 1, Wet Strafuitvoering: de strafuitvoeringsrechtbank behandelde de herroepingsvordering niet binnen de wettelijk bepaalde termijn van vijftien dagen en kon bijgevolg niet meer geldig beslissen tot herroeping.
- Artikel 68, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de behandeling van de herroepingsvordering plaatsvindt op de eerst nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechtbank en dat deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk vijftien dagen na de aanhangigmaking van de zaak door het openbaar ministerie. Artikel 68, § 4, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoeringsrechtbank over de herroepingsvordering beslist binnen de zeven dagen nadat de zaak in beraad is genomen. Daaruit volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank niet moest beslissen binnen de vijftien dagen na de aanhangigmaking van de zaak. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- De door artikel 68, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalde termijn van vijftien dagen om de zaak te behandelen na de aanhangigmaking door het openbaar ministerie is een ordetermijn. De overschrijding van die termijn heeft niet tot gevolg dat de strafuitvoeringsrechtbank over de herroepingsvordering niet meer kan oordelen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 64, 3°, Wet Strafuitvoering: het vonnis herroept de voorwaardelijke invrijheidstelling omdat de eiser een bijzondere voorwaarde nummer 5 niet heeft nageleefd, maar het stelt niet vast dat die voorwaarde het gevolg is van zijn wangedrag of hem verwijtbaar is, waardoor de herroepingsbeslissing niet naar recht verantwoord is.
- Hoewel het verzuim de bijzondere voorwaarden na te leven als grondslag voor een herroeping van een strafuitvoeringsmodaliteit te wijten moet zijn aan een foutieve tekortkoming van de veroordeelde, moet de rechtbank dit bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie, niet uitdrukkelijk vaststellen. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 6,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Eric Van Dooren en Steven Van Overbeke, en in openbare rechtszitting van 19 januari 2021 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210119.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180418.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div