← België

D. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.28 Rolnummer: C.20.0039.N Zaak: D. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2021-06-21 Raadplegingen: 807 - laatst gezien 2026-06-15 07:27 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Bij de samenstelling van de fictieve massa wordt de waarde van de geschonken goederen geraamd volgens hun staat ten tijde van de schenking en hun waarde ten tijde van het overlijden, waarbij rekening kan worden gehouden met de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van het goed op voorwaarde dat deze voldoende zeker en niet hypothetisch zijn. Thesaurus CAS: SCHENKINGEN EN TESTAMENTEN Vrije woorden: Fictieve massa - Samenstelling - Schenking - Raming van de waarde - Toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 922 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Fictieve massa - Samenstelling - Schenking - Raming van de waarde - Toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 922 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0039.N H. D. L., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, die zijn ambt verleent op vordering, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, tegen

  1. R. D. L.,
  2. A. D. L., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 22 februari
  3. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Krachtens artikel 922 Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing, wordt de inkorting berekend op de fictieve massa die is samengesteld uit de waarde van de goederen van de nalatenschap, na aftrek van schulden en toevoeging van de schenkingen. De waarde van de geschonken goederen wordt geraamd volgens hun staat ten tijde van de schenking en hun waarde ten tijde van het overlijden. Daarbij kan rekening worden gehouden met de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van het goed op voorwaarde dat deze voldoende zeker en niet hypothetisch zijn.
  5. De appelrechters oordelen dat: - de aan de eiser geschonken hoeve, voor het vormen van de fictieve massa, wordt geacht het patrimonium van de erflater niet te hebben verlaten; - dit impliceert dat er voor de bepaling van de waarde geen rekening mag gehouden worden met de waardeveranderingen die aan de begiftigde zelf toe te schrijven zijn, maar anderzijds dat al dan niet toevallige meer- of minderwaarden die niet hun oorsprong vinden bij de begiftigde zelf, wel in rekening moeten worden gebracht omdat die zich ook zouden hebben voorgedaan zo het goed het vermogen van de schenker niet verlaten had; - in die zin wel degelijk rekening moet worden gehouden met feit dat de hoeve in casu het voorwerp kan uitmaken van een verkaveling in bouwgronden; - het feit dat de hoeve na afbraak van de gebouwen kan worden verkaveld en aldus een aantal loten bouwgrond kunnen worden gerealiseerd, formele bevestiging vindt in het deskundigenverslag en overigens door de eiser niet wordt betwist; - de eerste rechter terecht stelde dat de waarde van deze bouwgrond, mits verrekening van de kosten van afbraak en verkavelingsaanvraag, een waarde behelst die inherent is aan het onroerend goed nu "die zich ook zou hebben voorgedaan indien het goed gewoon in het vermogen van de schenker was gebleven"; - de waardebepaling van de hoeve op het ogenblik van het overlijden, conform het advies van de deskundige, geenszins een zogezegde virtuele of mogelijke waarde betreft die het onroerend goed in de toekomst mogelijkerwijze zou hebben of zou kunnen verwerven doch een inherente reële waarde die aan het onroerend goed toekomt.
  6. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de aldus ontstane meerwaarde in rekening moet worden gebracht, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 705,62 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 22 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.28 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.