← België

M. contra H.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.30 Rolnummer: C.20.0129.N Zaak: M. contra H. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-01-10 Raadplegingen: 2026 - laatst gezien 2026-06-18 12:11 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210122.1N.30 Fiche 1 De buitengerechtelijke bekentenis onderstelt in hoofde van de partij die een verklaring aflegt de bedoeling of de toerekenbare schijn hiervan om de juistheid van de beweerde feiten te bevestigen, hetgeen door de rechter onaantastbaar in feite wordt beoordeeld, die daartoe de omstandigheden controleert waarin zij is afgelegd zonder rekening te houden met de inhoudelijke geloofwaardigheid van de verklaring

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bekentenis Vrije woorden: Buitengerechtelijke bekentenis - Beoordeling - Taak van de rechter - Omvang Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1354 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 Ingeval van verbruiklening kunnen zowel de wilsovereenstemming over de terugbetalingsverbintenis als de overdracht van de geleende zaak het voorwerp uitmaken van een buitengerechtelijke bekentenis, waarbij niet is vereist dat de verklaring wordt afgelegd na de totstandkoming van de wilsovereenstemming over de terugbetalingsverbintenis om als bekentenis van de overdracht van een geleende zaak in aanmerking te kunnen komen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bekentenis Vrije woorden: Buitengerechtelijke bekentenis - Verbruiklening - Overdracht van de geleende zaak - Verklaring - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1354 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: Journal des tribunaux [JT] - 2021, n° 6864, p. 513 (arrêt), p. 501à 506 (note). - MOUGENOT, Dominique; Note'Quelques précisions concernant l'aveu judiciaire' RW-Rechtskundig weekblad - 2021-22, nr. 20, p. 785-
  1. - DECLERCQ, Stefaan; SAMOY, Ilse; Noot'Ook bij buitengerechtelijke bekentenis mag rechter inhoudelijke geloofwaardigheid niet beoordelen' Tekst van de beslissing Nr. C.20.0129.N
  2. N. M.,
  3. I. M.,
  4. F. M.,
  5. M.-C. R., eisers, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1150 Brussel, Laurierlaan 1, tegen
  6. D. H.,
  7. C. M., verweersters, met als raadsman mr. Geert Dumon, advocaat bij de balie Brussel, met kantoor te 1750 Lennik, Lt. Jacopsstraat
  8. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 13 november
  9. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 2 december 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Derde onderdeel
  10. Krachtens artikel 1354 Oud Burgerlijk Wetboek is de bekentenis waarop men zich tegen een partij beroept, ofwel buitengerechtelijk ofwel gerechtelijk. De buitengerechtelijke bekentenis onderstelt in hoofde van de partij die een verklaring aflegt de bedoeling of de toerekenbare schijn hiervan om de juistheid van de beweerde feiten te bevestigen. De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of de bedoeling of de toerekenbare schijn voorligt om de juistheid van de beweerde feiten te bevestigen, en controleert daartoe de omstandigheden waarin zij is afgelegd. Hij mag daarbij geen rekening houden met de inhoudelijke geloofwaardigheid van de verklaring.
  11. Aldus verantwoorden de appelrechters die oordelen dat de erkenning van wijlen M. M. in artikel 1 van de leningsovereenkomst niet als een buitengerechtelijke bekentenis kan worden toegelaten, vermits niet is aangetoond dat er op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst, of minstens in de periode daarrond, afgifte is gebeurd van geleende gelden ten bedrage van 8.000.000 BEF aan wijlen M. M. of aan diens lasthebber en zijn verklaring in artikel 1 van de leningsovereenkomst dus niet geloofwaardig is, hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Vierde onderdeel
  12. Krachtens artikel 1892 Oud Burgerlijk Wetboek is de verbruiklening een contract waarbij de ene partij een zekere hoeveelheid zaken die door het gebruik teniet gaan, aan de andere partij afgeeft, onder verplichting voor deze om aan de eerstgenoemde evenzoveel van gelijke soort en hoedanigheid terug te geven.
  13. Uit die definitie volgt dat de overeenkomst van verbruiklening een zakelijk karakter heeft in de mate dat haar totstandkoming niet alleen afhankelijk is van een wilsovereenstemming tussen partijen over de terugbetalingsverbintenis, maar ook van de overdracht van de geleende zaak.
  14. Krachtens artikel 1354 Oud Burgerlijk Wetboek is de bekentenis waarop men zich tegen een partij beroept, ofwel buitengerechtelijk ofwel gerechtelijk. In geval van een verbruiklening kunnen zowel de wilsovereenstemming over de terugbetalingsverbintenis als de overdracht van de geleende zaak het voorwerp uitmaken van een buitengerechtelijke bekentenis. Opdat een verklaring als bekentenis van de overdracht van een geleende zaak in aanmerking kan komen, is niet vereist dat de verklaring wordt afgelegd na de totstandkoming van de wilsovereenstemming over de terugbetalingsverbintenis.
  15. Aldus verantwoorden de appelrechters die oordelen dat de erkenning van wijlen M. M. in artikel 1 van de overeenkomst niet als een buitengerechtelijke bekentenis kan worden toegelaten, vermits niet blijkt dat de verklaring werd afgelegd na het tot stand komen van de rechtshandeling, hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 22 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.30 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210122.1N.30 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.