← België

M. contra ORDE VAN ADVOCATEN BIJ DE RECHTBANK ANTW

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.31 Rolnummer: D.20.0002.N Zaak: M. contra ORDE VAN ADVOCATEN BIJ DE RECHTBANK ANTW Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2021-06-21 Raadplegingen: 920 - laatst gezien 2026-06-19 03:24 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De beslissing die uitspraak doet over de vordering nadat het debat dat op een eerdere rechtszitting werd aangevat, op navolgende rechtszittingen werd voortgezet, dient gewezen te worden door de rechters die de vorige zittingen hebben bijgewoond of, indien dit niet mogelijk is, door de rechters voor wie het debat in zijn geheel werd hervat, hetgeen kan blijken uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan

(1).
(1)Zie Cass. 19 mei 2011, AR C.10.0657.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110519.4, AC 2011, nr. 330. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Samenstelling van de zetel - Aanvatten van het debat - Voortzetting op een navolgende terechtzitting - Uitspraak - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 779 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Samenstelling van de zetel - Aanvatten van het debat - Voortzetting op een navolgende terechtzitting - Uitspraak - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 779 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Tekst van de beslissing Nr. D.20.0002.N K. M., advocaat, eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, die zijn ambt verleent op vordering, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, tegen ORDE VAN ADVOCATEN BIJ DE BALIE PROVINCIE ANTWERPEN, met zetel te 2000 Antwerpen, Bolivarplaats 20/15, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0700.380.283, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten van 19 november 2019. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel 1. Krachtens artikel 779 Gerechtelijk Wetboek, dat ingevolge artikel 2 Gerechtelijk Wetboek ook van toepassing is in tuchtzaken, kan het vonnis enkel worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters die alle zittingen over de zaak bijgewoond moeten hebben, een en ander op straffe van nietigheid. De beslissing die uitspraak doet over de vordering nadat het debat dat op een eerdere rechtszitting werd aangevat, op navolgende rechtszittingen werd voortgezet, dient gewezen te worden door de rechters die de vorige zittingen hebben bijgewoond of, indien dit niet mogelijk is, door de rechters voor wie het debat in zijn geheel werd hervat. 2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - het proces-verbaal van de terechtzitting van de tweede kamer van de Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten, samengesteld uit magistraat Hobin als voorzitter en mr. Steyaert, mr. Grysolle, mr. Van der Schueren en mr. Lens als assessoren, van 18 juni 2019 akte neemt van (
  1. i)de stelling van de raadsman van de eiser dat stafhouder Meerts niet het onderzoek heeft gevoerd, maar wel mr. De Meester, die volgens hem verslag dient uit te brengen en (
  2. ii)de stelling van de procureur-generaal dat de akte van hoger beroep niet gemotiveerd is alhoewel zulks ingevolge artikel 1057 Gerechtelijk Wetboek wel vereist zou zijn, en in deze omstandigheden de zaak wordt uitgesteld naar 8 oktober 2019; - op de terechtzitting van 8 oktober 2019, waarop de zaak verder werd behandeld, nadat de partijen bijkomende conclusies hadden genomen, de tweede kamer van de Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten was samengesteld uit magistraat Hobin als voorzitter en mr. Wens, mr. Peeters, mr. Lips en mr. Derde als assessoren; - op de terechtzitting van 8 oktober 2019 het woord werd verleend aan mr. De Meester, maar stafhouder Meerts het woord neemt en verslag doet, waardoor mr. De Meester het woord voorlopig niet krijgt gelet op het reeds uitgebreid verslag van stafhouder Meerts en de raadsman van de eiser vervolgens ontkennend heeft geantwoord op de vraag van de voorzitter of hij specifieke vragen heeft voor mr. De Meester; - de beslissing werd gewezen op 19 november 2019 door de tweede kamer van de Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten, samengesteld uit magistraat Hobin als voorzitter en mr. Wens, mr. Peeters, mr. Lips en mr. Derde als assessoren, die hebben deelgenomen aan de behandeling en de beraadslaging. 3. Hoewel noch het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2019 noch de bestreden beslissing expliciet vaststellen dat het debat ab initio werd hervat voor het nieuw samengestelde rechtscollege, blijkt uit de conclusie die namens de eiser op 1 oktober 2019 werd neergelegd, enerzijds, en uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 oktober 2019, anderzijds, dat de partijen opnieuw en volledig hebben geargumenteerd over de punten die op de terechtzitting van 18 juni 2019 werden opgeworpen en die op dat ogenblik niet werden beslecht. Aldus blijkt dat het debat in zijn geheel werd hervat voor de zetel die op 19 november 2019 uitspraak heeft gedaan. De bestreden beslissing schendt bijgevolg artikel 779, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek niet. Het middel kan niet worden aangenomen. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 406,72 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 22 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.31 Gerelateerde publicatie(
  3. s)geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220516.3F.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110519.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.