← België

A. contra VLAAMS GEWEST

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.32 Rolnummer: C.19.0121.N Zaak: A. contra VLAAMS GEWEST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-21 Raadplegingen: 471 - laatst gezien 2026-06-17 05:34 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 3, § 3, tweede lid, Kaderbesluit Sociale huur krachtens hetwelk een persoon in het register kan worden ingeschreven indien zijn inkomen van het referentiejaar de grens vermeld in paragraaf 2 overschrijdt maar in het jaar van aanvraag daaronder is gedaald, is van toepassing bij een aanvraag tot inschrijving in het register maar niet bij een actualisatie van het register. Thesaurus CAS: HUISVESTING Vrije woorden: Kaderbesluit Sociale Huur - Sociale huurmaatschappij - Inschrijvingsregister - Kandidaat-huurder - In aanmerking te nemen inkomen - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012 tot instelling van een tegemoetkoming voor kandidaat-huurders - 04-05-2012 - Artt. 1, eerste lid, 6°, en 9, eerste lid, 6° - 07 ELI link Pub nr 2012035542 Besluit van de Vlaamse Regering 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode - 12-10-2007 - Artt. 1, 25°, 3, § 1, eerste lid, 2°, en § 3, tweede lid, en 8 - 49 ELI link Pub nr 2007036959 Nota: Artt. 1, eerste lid, 6°, en 9, eerste lid, 6° B.Vl.Reg. 4 mei 2012, in zijn versie voor de wijziging ervan bij B.Vl.Reg. 5 april

  1. Fiche 2 Het besluit van 4 mei 2012 verwijst voor het stopzetten van de tegemoetkoming enkel naar het “maximumbedrag” zoals gehanteerd in het Huursubsidiebesluit en niet ook naar de mogelijkheid voor de huurder om aan de hand van een recenter aanslagbiljet aan te tonen dat het inkomen van een recenter kalenderjaar onder dat maximum is gedaald. Thesaurus CAS: HUISVESTING Vrije woorden: Sociale huurmaatschappij - Tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige huurders - Stopzetting - Maximumbedrag - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012 tot instelling van een tegemoetkoming voor kandidaat-huurders - 04-05-2012 - Artt. 2, derde lid, 3°, en 9, eerste lid, 6° - 07 ELI link Pub nr 2012035542 Besluit van de Vlaamse Regering 2 februari 2007 tot instelling van een tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige huurders - 02-02-2007 - Art. 5, § 1, eerste lid - 45 ELI link Pub nr 2007035284 Nota: Artt 2, derde lid, 3°, en 9, eerste lid, 6° B.Vl.Reg. 4 mei 2012, in zijn versie voor de wijziging ervan bij B.Vl.Reg. 5 april
  2. Tekst van de beslissing Nr. C.19.0121.N D. A., eiser, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 21 februari 2019 (nr. G.18.0183.N) vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister van Binnenlands bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke kansen en armoedebestrijding, met kabinet te 1000 Brussel, Arenbergstraat 7, waaronder ressorteert het Agentschap Wonen-Vlaanderen, met kantoor te 1000 Brussel, Havenlaan 88, bus 40B, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat
  3. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 25 september
  4. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 2 december 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  5. Artikel 9, eerste lid, 6°, van het besluit van de Vlaamse regering van 4 mei 2012 tot instelling van een tegemoetkoming voor kandidaat-huurders (hierna: B.Vl.Reg. 4 mei 2012), in zijn versie voor de wijziging ervan bij het besluit van de Vlaamse regering van 5 april 2019, bepaalt dat de tegemoetkoming wordt stopgezet zodra het inkomen bij de jongste actualisatie hoger blijkt te zijn dan het maximumbedrag, vermeld in artikel 2, derde lid, 3°, van dat besluit. Artikel 1, eerste lid, 6°, B.Vl.Reg. 4 mei 2012 omschrijft het begrip inkomen als het inkomen van de kandidaat-huurder dat vastgesteld wordt overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociaal huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode (hierna: Kaderbesluit Sociale Huur). Artikel 8 Kaderbesluit Sociale Huur bepaalt dat de inschrijvingsregisters minstens in elk oneven jaar worden geactualiseerd en dat daarbij wordt nagegaan of minstens de kandidaat-huurders die het tweede kalenderjaar ervoor al waren ingeschreven, nog voldoen aan de inschrijvingsvoorwaarde, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 2°, of in voorkomend geval, vermeld in artikel 29, § 2, behalve als die controle werd uitgevoerd na 1 januari van het vorige kalenderjaar. Artikel 3, § 1, eerste lid, 2°, Kaderbesluit Sociale Huur bepaalt dat een natuurlijke persoon zich kan laten inschrijven in het register als hij, samen met zijn gezinsleden, niet beschikt over een inkomen in het referentiejaar, dat de grenzen, vermeld in paragraaf 2, overschrijdt. Artikel 3, § 3, tweede lid, Kaderbesluit Sociale Huur bepaalt dat de persoon in het register kan worden ingeschreven als het inkomen van het referentiejaar de grens, vermeld in paragraaf 2, overschrijdt, maar in het jaar van de aanvraag daaronder gedaald is. Artikel 1, 25°, Kaderbesluit Sociale Huur omschrijft het referentiejaar als het derde jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de inschrijving, de actualisering van het inschrijvingsregister, de toewijzing of de huurprijsaanpassing plaatsvindt.
  6. Uit de samenhang van deze bepalingen blijkt dat artikel 9, eerste lid, 6°, B.Vl.Reg. 4 mei 2012 het inkomen bij de jongste actualisatie van het register in rekening neemt, terwijl het voormelde artikel 3, § 3, tweede lid, Kaderbesluit Sociale Huur van toepassing is bij een aanvraag tot inschrijving in het register. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat artikel 3, § 3, tweede lid, Kaderbesluit Sociale Huur van toepassing is bij een actualisatie van het register, berust op een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
  7. Artikel 9, eerste lid, 6°, B.Vl.Reg. 4 mei 2012, in zijn versie voor de wijziging ervan bij het besluit van de Vlaamse regering van 5 april 2019, bepaalt dat de tegemoetkoming wordt stopgezet zodra het inkomen bij de jongste actualisatie hoger blijkt te zijn dan het maximumbedrag, vermeld in artikel 2, derde lid, 3°, van dat besluit. Artikel 2, derde lid, 3°, B.Vl.Reg. 4 mei 2012, in zijn versie voor de wijziging ervan bij het besluit van de Vlaamse regering van 5 april 2019, bepaalt dat de tegemoetkoming niet wordt verleend indien het inkomen van de kandidaat-huurder, waarmee overeenkomstig het Kaderbesluit Sociale Huur rekening gehouden is bij de jongste actualisatie, hoger is dan het maximumbedrag dat geldt voor de toepassing van het besluit van de Vlaamse regering van 2 februari 2007 tot instelling van een tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige huurders (hierna: Huursubsidiebesluit), rekening houdend met het aantal personen ten laste overeenkomstig het Kaderbesluit Sociale Huur. Artikel 5, § 1, eerste lid, Huursubsidiebesluit, in zijn versie voor de wijziging ervan bij besluit van de Vlaamse regering van 5 april 2019, bepaalt dat het inkomen van het derde kalenderjaar dat voorafgaat aan de aanvraagdatum niet meer mag bedragen dan 14.550 euro. Als de huurder aan de hand van een recenter aanslagbiljet kan aantonen dat het inkomen van een recenter kalenderjaar onder dat maximum gedaald is, wordt rekening gehouden met dat inkomen.
  8. Uit de samenhang van deze artikelen volgt dat de artikelen 9, eerste lid, 6°, en 2, derde lid, 3°, B.Vl.Reg. 4 mei 2012 enkel voor het maximumbedrag verwijzen naar het Huursubsidiebesluit, en niet ook voor de mogelijkheid voor de huurder om aan de hand van een recenter aanslagbiljet aan te tonen dat het inkomen van een recenter kalenderjaar onder dat maximum is gedaald, zoals waarin artikel 5, § 1, eerste lid, Huursubsidiebesluit voorziet. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de definitie van het maximumbedrag uit artikel 5, § 1, eerste lid, Huursubsidiebesluit inhoudt dat de huurder aan de hand van een recenter aanslagbiljet kan aantonen dat het inkomen van een recenter kalenderjaar onder de maximumgrens is gedaald, berust op een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 127,41 euro en op de som van 650 euro rolrecht in debet verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 22 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.32 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.