← België

L. contra BURGEMEESTER VAN DE STAD LEUVEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.33 Rolnummer: C.20.0228.N Zaak: L. contra BURGEMEESTER VAN DE STAD LEUVEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2021-06-21 Raadplegingen: 798 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210122.1N.33 Fiche Aan de vereiste van een voorafgaand eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid op straffe van niet-ontvankelijkheid van de herstelvordering die vanaf 16 december 2005 wordt ingeleid bij hetzij de burgerlijke rechter, hetzij de strafrechter, mag slechts worden voorbijgegaan wanneer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid geen advies heeft verleend binnen de 60 dagen na de aangetekende adviesaanvraag; een dreigende verjaring van de herstelvordering doet hieraan niet af

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: Inleiden van de herstelvordering - Voorafgaand éénsluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid - Dreigende verjaring - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decr. van de Vlaamse Raad 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening - 18-05-1999 - Artt. 198bis, eerste lid, en 149, § 1, eerste lid - 33 ELI link Pub nr 1999035652 Nota: Artt. 198bis, eerste lid, en 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999, zoals dit moet worden gelezen ingevolge de vernietiging van de woorden “voor 1 mei 2000” door het arrest nr. 14/2005 van het Arbitragehof, thans Grondwettelijk Hof, van 19 januari
  1. Tekst van de beslissing Nr. C.20.0228.N W. L., eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, tegen
  2. BURGEMEESTER VAN DE STAD LEUVEN, met kantoor te 3000 Leuven, Professor Van Overstraetenplein 1,
  3. STAD LEUVEN, vertegenwoordigd door het College van burgemeester en schepenen, met kantoor te 3000 Leuven, Professor Van Overstraetenplein 1, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0207.521.503, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/
  4. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 4 november
  5. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 2 december 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  6. Artikel 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999, zoals hier van toepassing en zoals dit moet worden gelezen ingevolge de vernietiging van de woorden "voor 1 mei 2000" door het arrest nr. 14/2005 van het Arbitragehof, thans Grondwettelijk Hof, van 19 januari 2005, bepaalt dat de rechtbank, naast de straf, kan bevelen de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen of het strijdige gebruik te staken, en/of bouw- of aanpassingswerken uit te voeren en/of een geldsom te betalen gelijk aan de meerwaarde die het goed door het misdrijf heeft verkregen. Dit gebeurt op vordering van de stedenbouwkundig inspecteur of van het college van burgemeester en schepenen op wier grondgebied de werken, handelingen of wijzigingen, bedoeld in artikel 146, werden uitgevoerd. Indien deze inbreuken dateren van [...] is voorafgaand een eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid vereist. Overeenkomstig het tweede lid van deze bepaling moet het advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid worden verleend binnen 60 dagen na de aangetekende adviesaanvraag. Wanneer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid geen advies heeft verleend binnen de gestelde termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. Krachtens artikel 198bis, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 treden de bepalingen met betrekking tot het eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, zoals bedoeld in artikel 149, § 1, pas in werking nadat de Hoge Raad voor het Herstelbeleid is opgericht en het huishoudelijk reglement is goedgekeurd. Bij besluit van de Vlaamse regering van 16 december 2005, zoals gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 13 januari 2006, werd het huishoudelijk reglement van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid goedgekeurd.
  7. Uit de samenhang van de voormelde bepalingen volgt dat voorafgaand aan iedere herstelvordering die vanaf 16 december 2005 wordt ingeleid bij hetzij de burgerlijke rechter, hetzij de strafrechter, een voorafgaand eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid vereist is op straffe van niet-ontvankelijkheid van de vordering. Aan deze adviesvereiste mag slechts worden voorbijgegaan wanneer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid geen advies heeft verleend binnen de 60 dagen na de aangetekende adviesaanvraag. Een dreigende verjaring van de herstelvordering doet hieraan niet af.
  8. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de verweerders sinds 16 december 2005 verplicht waren tot het voorleggen van een advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid; - zij pas op 13 januari 2006, datum van de publicatie van het Besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, weten dat dit sinds 16 december 2005 verplicht was en uit niets blijkt dat zij eerder van deze verplichting kennis hadden; - in huidig geval een adviesaanvraag op of na 13 januari 2006 evident niet zou hebben kunnen leiden tot een advies voor 25 januari 2006, datum van de dagvaarding; - de verweerders met andere woorden in de onmogelijkheid waren om voor de dagvaarding een advies voor te leggen; - de situatie daarom moet worden gelijk gesteld met die van een niet tijdig geleverd advies, zodat daaraan mag worden voorbij gegaan.
  9. Door aldus te oordelen voegen de appelrechters aan artikel 149, § 1, tweede lid, Stedenbouwdecreet 1999 een uitzondering toe die het niet bevat en schenden zij bijgevolg dit artikel. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  10. De overige grieven kunnen niet leiden tot een ruimere cassatie. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 22 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.33 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210122.1N.33 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.