← België

C. contra ORDE DER ARTSEN

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.35 Rolnummer: D.19.0016.N Zaak: C. contra ORDE DER ARTSEN Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2021-06-21 Raadplegingen: 565 - laatst gezien 2026-06-17 07:29 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het staat de provinciale raad van de Orde der artsen vrij de geschrapte geneesheer terug in te schrijven op de lijst, zodat de omstandigheid dat een arts wegens bepaalde tuchtrechtelijke inbreuken wordt geschrapt van de lijst der Orde niet belet dat de betrokkene wegens andere tuchtrechtelijke inbreuken wordt geschorst in het recht de geneeskunde uit te oefenen

(1).
(1)Zie Cass. 31 januari 1986, AR 4929 en 4937, AC 1985-86, nr. 344. Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - BEROEPSORDEN Vrije woorden: Orde der artsen - Tuchtsanctie van schrapping - Herinschrijving op de lijst - Tuchtsanctie van schorsing - Gevolg Wettelijke bepalingen: KB nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Geneesheren - 79 - 10-11-1967 - Artt. 6, 1°, en 16, eerste lid - 08 ELI link Pub nr 1967111040 Thesaurus CAS: ARTS Vrije woorden: Orde der artsen - Tuchtsanctie van schrapping - Herinschrijving op de lijst - Tuchtsanctie van schorsing - Gevolg Wettelijke bepalingen: KB nr. 79 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Geneesheren - 79 - 10-11-1967 - Artt. 6, 1°, en 16, eerste lid - 08 ELI link Pub nr 1967111040 Fiches 3 - 5 Geen van de sancties bepaald in artikel 16 van de Artsenwet, ook al moeten ze op hun evenredigheid kunnen worden getoetst, zijn te aanzien als behandelingen of straffen in de zin van artikel 3 EVRM
(1).
(1)Cass. 26 oktober 2017, AR D.17.0001.N, arrest niet gepubliceerd. Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - BEROEPSORDEN Vrije woorden: Orde der artsen - Tuchtsancties - Aard Thesaurus CAS: ARTS Vrije woorden: Orde der artsen - Tuchtsancties - Aard Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 3 Vrije woorden: Orde der artsen - Tuchtsancties - Aard Fiche 6 De rechter vermag na te gaan of een tuchtsanctie niet onevenredig is met de overtreding, maar de omstandigheid dat een onevenredige tuchtsanctie zou zijn opgelegd houdt op zich geen schending van artikel 6.1 EVRM of miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van de eerbied voor het recht van verdediging in
(1).
(1)Cass. 9 november 2018, AR D.18.0002.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 26 oktober 2017, AR D.17.0001.N, arrest niet gepubliceerd. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Orde der artsen - Opgelegde tuchtsancties - Taak van de rechter - Onevenredigheid tussen sanctie en overtreding - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. D.19.0016.N F. C., eiser, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Koloniënstraat 11, tegen ORDE DER ARTSEN, met zetel te 1030 Schaarbeek, de Jamblinne de Meuxplein 34, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0218.023.930, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/
  1. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de raad van beroep van de Orde der artsen met het Nederlands als voertaal, van 4 november
  2. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 2 december 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  3. Krachtens artikel 6, 1°, Artsenwet zijn de provinciale raden bevoegd om de lijst van de Orde op te maken. Zij kunnen de inschrijving op de lijst weigeren of uitstellen, ofwel wanneer de aanvrager zich schuldig heeft gemaakt aan een zo zwaarwichtig feit dat het voor een lid van de Orde de schrapping van de lijst tot gevolg zou hebben of aan een zware fout die afbreuk doet aan de eer of de waardigheid van het beroep, ofwel op grond van inlichtingen meegedeeld door de Lid-Staat van oorsprong of herkomst wanneer het een onderdaan betreft van een Lid-Staat van de Europese Unie die zich in het ambtsgebied van de provinciale raad wenst te vestigen. Krachtens artikel 16, eerste lid, Artsenwet kan de provinciale raad de volgende sancties opleggen: waarschuwing, censuur, berisping, schorsing in het recht de geneeskunde uit te oefenen gedurende een termijn die twee jaar niet mag te boven gaan en schrapping van de lijst der Orde.
  4. Uit deze bepalingen volgt dat het de provinciale raad vrij staat de geschrapte geneesheer terug in te schrijven op de lijst. De omstandigheid dat een arts wegens bepaalde tuchtrechtelijke inbreuken wordt geschrapt van de lijst der Orde belet bijgevolg niet dat de betrokkene wegens andere tuchtrechtelijke inbreuken wordt geschorst in het recht de geneeskunde uit te oefenen. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt in zoverre naar recht.
  5. De aangevoerde schending van artikel 149 Grondwet en artikel 1138, 4°, Gerechtelijk Wetboek is volledig afgeleid van de voormelde vergeefs aangevoerde grief. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. (...) Vierde onderdeel
  6. Krachtens artikel 16 Artsenwet kan de provinciale raad de volgende sancties opleggen: waarschuwing, censuur, berisping, schorsing in het recht de geneeskunde uit te oefenen gedurende een termijn die twee jaar niet mag te boven gaan en schrapping van de lijst der Orde.
  7. Geen van deze sancties, ook al moeten ze op hun evenredigheid kunnen worden getoetst, zijn te aanzien als behandelingen of straffen in de zin van artikel 3 EVRM. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 3 EVRM, is het niet ontvankelijk.
  8. Artikel 6.1 EVRM en het algemeen rechtsbeginsel van de eerbied voor het recht van verdediging vereisen dat de rechter de wettigheid van een sanctie kan onderzoeken en in het bijzonder mag nagaan of de sanctie verzoenbaar is met de dwingende eisen van internationale verdragen en van het interne recht, met inbegrip van de algemene rechtsbeginselen, wat mede inhoudt dat de rechter vermag na te gaan of een sanctie niet onevenredig is met de overtreding, maar de omstandigheid dat een onevenredige tuchtsanctie zou zijn opgelegd houdt op zich geen schending van artikel 6.1 EVRM of miskenning van het vermelde algemeen rechtsbeginsel in. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat een tuchtsanctie die buitenproportioneel is, strijdig is met artikel 6.1 EVRM en het algemeen rechtsbeginsel van de eerbied voor het recht van verdediging, berust het op een onjuiste rechtsopvatting en faalt het naar recht.
  9. In zoverre het onderdeel opkomt tegen het oordeel van de appelrechters dat de telastleggingen a, b en c onder meer bewezen zijn op grond dat de eiser niet ontkent dat hij zijn praktijk voortzette na 14 april 2017 tot 11 augustus 2017, is het om de in het antwoord op het tweede onderdeel vermelde reden niet ontvankelijk.
  10. Voor het overige gronden de appelrechters de tuchtsanctie van schrapping voor de telastleggingen a, b en c op de redenen dat: - de eiser de geneeskunde is blijven uitoefenen tijdens de hem opgelegde schorsing; - de eiser heeft gedaan alsof hij de hem opgelegde schorsing van het recht de geneeskunde uit te oefenen naleefde, doch bewezen werd dat hij in werkelijkheid zelf de patiënten behandelde en dat de inschakeling van vervangende artsen alleen was voor de schijn; - aldus geen vertrouwen meer kan worden gesteld in de eiser. In zoverre het onderdeel aanvoert dat de appelrechters de tuchtsanctie van schrapping van de lijst der Orde mede opleggen op grond dat de eiser niet ontkent dat hij zijn praktijk voortzette na 14 april 2017 tot 11 augustus 2017, berust het op een onjuiste lezing van de bestreden beslissing en mist het mitsdien feitelijke grondslag.
  11. Voor het overige oordelen de appelrechters door te preciseren dat de opgelegde tuchtstraffen evenredig zijn en in redelijke verhouding staan tot de zeer ernstige tuchtvergrijpen, dat de opgelegde sancties evenredig zijn en in redelijke verhouding staan tot de wettig bewezen verklaarde telastleggingen, zonder daarbij alle feiten te bedoelen waarop de bewezenverklaring van de telastleggingen steunt. Ook in zoverre gaat het onderdeel uit van een onjuiste lezing van de bestreden beslissing en mist het mitsdien feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 302,61 euro en op de som van 650 euro rolrecht verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en de raadsheren Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 22 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.35 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.