id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.39 Rolnummer: C.19.0382.N Zaak: O. contra D. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2022-05-02 Raadplegingen: 772 - laatst gezien 2026-06-17 02:23 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De rechter die vaststelt dat de vordering tot boedelbeschrijving niet wordt gesteld in het kader van een gerechtelijke vereffening verdeling maar dat de eiseres verwijst naar artikel 1175 Gerechtelijk Wetboek zodat zij een boedelbeschrijving vordert overeenkomstig het gemeen recht en oordeelt dat de vordering van de eiseres die ertoe strekt rechterlijke machtiging te bekomen zonder voorwerp is nu overeenkomstig artikel 1177, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek geen rechterlijke machtiging vereist is wanneer het gaat om goederen van een nalatenschap, miskent het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging wanneer de vordering wordt afgewezen op een juridische grond die door geen van de partijen werd aangevoerd en waarvan de partijen, gelet op het verloop van het debat, niet dienden te verwachten dat de appelrechters deze in hun beoordeling zouden betrekken
(1).
(1)Zie Cass. 24 februari 2017, AR C.16.0327.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170224.6, AC 2017, nr. 136; Cass. 27 februari 2014, AR C.13.0292.N, arrest niet gepubliceerd; Cass. 30 januari 2014, AR C.13.0266.N, arrest niet gepubliceerd. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Vordering tot boedelbeschrijving - Verzoek tot rechterlijke machtiging - Vordering overeenkomstig gemeen recht - Verzoek tot machtiging zonder voorwerp - Ambtshalve aanvoering van rechtsgrond - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1175 en 1177 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging Thesaurus CAS: VREDERECHTER Vrije woorden: Vordering tot boedelbeschrijving - Verzoek tot rechterlijke machtiging - Vordering overeenkomstig gemeen recht - Verzoek tot machtiging zonder voorwerp - Ambtshalve aanvoering van rechtsgrond - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1175 en 1177 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging Thesaurus CAS: NOTARIS Vrije woorden: Vordering tot boedelbeschrijving - Verzoek tot rechterlijke machtiging - Vordering overeenkomstig gemeen recht - Verzoek tot machtiging zonder voorwerp - Ambtshalve aanvoering van rechtsgrond - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1175 en 1177 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging Annotaties Publicaties: RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2021, nr. 14, p. 1348-
- - RENIERS, Aileen; Noot'Toepassingsvoorwaarden voor de opmaak van een boedelbeschrijving en de rechter van verdediging' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0382.N I. O., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, tegen B. D., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 18 december
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 5 juni 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Derde middel
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiseres vorderde dat een notaris zou worden gelast met het opstellen van een boedelbeschrijving overeenkomstig artikel 1175 Gerechtelijk Wetboek en dat de verweerder zou worden veroordeeld om aan deze boedelbeschrijving zijn volle medewerking te verlenen en bij afsluiting ervan tot de eedaflegging over te gaan, zulks onder verbeurte van een dwangsom; - de verweerder besloot tot de ongegrondverklaring van de vordering tot boedelbeschrijving en daartoe aanvoerde dat de meubels van de erflaatster aan een kringloopwinkel werden overhandigd, de erflaatster hem hiervan onmiddellijk kwijting heeft gegeven en de resterende goederen niet meer van enige waarde waren; minstens zou het vorderen van een boedelbeschrijving in die omstandigheden rechtsmisbruik uitmaken.
- De appelrechters stellen vast dat de vordering tot boedelbeschrijving niet wordt gesteld in het kader van een gerechtelijke vereffening verdeling maar dat de eiseres verwijst naar artikel 1175 Gerechtelijk Wetboek zodat zij een boedelbeschrijving vordert overeenkomstig het gemeen recht. Zij oordelen dat overeenkomstig artikel 1177, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek geen rechterlijke machtiging vereist is wanneer het gaat om goederen van een nalatenschap, zodat de vordering van de eiseres ertoe strekkend machtiging te bekomen zonder voorwerp is
- Door aldus de vordering af te wijzen op een juridische grond die door geen van de partijen werd aangevoerd en waarvan de partijen, gelet op het verloop van het debat, niet dienden te verwachten dat de appelrechters deze in hun beoordeling zouden betrekken, miskennen de appelrechters het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de beweerde schenkingen die de verweerder zou hebben gedaan met het door hem beheerde vermogen, over de vordering tot het gelasten van een notaris met het opstellen van een boedelbeschrijving en over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 22 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.39 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170224.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div