← België

L. contra T.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.40 Rolnummer: C.19.0393.N Zaak: L. contra T. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2021-12-01 Raadplegingen: 706 - laatst gezien 2026-06-19 23:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche De rechters die zonder voorafgaand advies van het openbaar ministerie een valsheidsvordering gegrond verklaren, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Thesaurus CAS: OPENBAAR MINISTERIE Vrije woorden: Valsheidsvordering - Gegrondverklaring - Afwezigheid van voorafgaand advies van het openbaar ministerie - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 764, eerste lid, 5° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 780, eerste lid, 1° en 4°, en 1042 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Nota: Art. 764, eerste lid, 5° Gerechtelijk Wetboek, in zijn versie voor de wijziging ervan bij wet 19 oktober

  1. Annotaties Publicaties: Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent [RABG] - 2021, nr. 6, p. 455-
  2. - IDOMON, Catherine; Noot'Toepassing in de tijd van de Potpourri I-regels inzake mededeling aan het Openbare Ministerie' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0393.N D. L., notaris, met kantoor te 2800 Mechelen, Liersesteenweg 182, ingeschre-ven bij de KBO onder het nummer 0717.543.543, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, tegen
  3. J. T.,
  4. A. V. A., eerste en tweede verweerders,
  5. R. D. S.,
  6. C. D. S., derde en vierde verweerders, minstens opgeroepen in gemeen- en bindendver-klaring van het tussen te komen arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Ant-werpen van 24 september 2018 en 25 maart
  7. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 5 juni 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  8. Artikel 764 Gerechtelijk Wetboek, in zijn versie van voor de wijziging ervan bij de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, bepaalt in zijn eerste lid, 5°, dat de vorderingen tot betichting van valsheid in burgerlijke za-ken op straffe van nietigheid aan het openbaar ministerie worden meegedeeld, uitgenomen voor de vrederechter, voor de rechter zitting houdend in kort ge-ding en voor de beslagrechter. Krachtens artikel 780, eerste lid, 1° en 4°, Gerechtelijk Wetboek bevat het vonnis, op straffe van nietigheid, de naam van de magistraat van het openbaar ministerie die zijn advies heeft gegeven en de vermelding van het advies van het openbaar ministerie. Krachtens artikel 1042 Gerechtelijk Wetboek zijn de regels van het geding toepasselijk op de rechtsmiddelen, voor zover de bepalingen van boek III er niet van afwijken.
  9. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - het proces-verbaal inzake de valsheidsprocedure van 19 juni 2018 vermeldt dat “het openbaar ministerie (in persoon van advocaat-generaal D. De Waele) […] de griffier mondeling [heeft] meegedeeld dat hij geen advies zal geven in onderhavige zaak”; - substituut-procureur-generaal R. De Keersmaecker per brief van 21 januari 2019 aan de hoofdgriffier van het hof van beroep te Antwerpen schreef dat “deze zaak werd meegedeeld aan het Openbaar Ministerie met het oog op een valsheidsvordering (artikel 895 Ger. W.)” en dat “mijn ambt […] geen advies [zal] verlenen ter zitting van 29 januari 2019”; - het tussenarrest van 24 september 2018 en het eindarrest van 25 maart 2019 de naam van de magistraat van het openbaar ministerie die zijn ad-vies heeft gegeven en het advies van het openbaar ministerie niet vermel-den.
  10. De appelrechters die aldus zonder voorafgaand advies van het openbaar ministerie de valsheidsvordering van de eerste en tweede verweerders ge-grond verklaren, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden arresten. Verklaart het arrest bindend voor de tot gemeen- en bindendverklaring opge-roepen partijen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de ver-nietigde arresten. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, sa-mengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 22 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.40 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.