id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.42 Rolnummer: C.19.0605.N Zaak: RASCO GREENHOUSE bvba contra R. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2022-01-10 Raadplegingen: 1644 - laatst gezien 2026-06-20 02:41 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een overeenkomst heeft een ongeoorloofde oorzaak wanneer fiscale fraude minstens één van de doorslaggevende beweegredenen is van een van de partijen. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - BESTANDDELEN - Oorzaak Vrije woorden: Ongeoorloofde oorzaak - Fiscale fraude - Toepassing Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 1108 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 2 - 3 De niet-ontvankelijkheid van de vordering op grond van artikel III.26, §2, Wetboek van Economisch Recht geldt voor alle rechtsvorderingen die gebaseerd zijn op de overeenkomst tussen partijen. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Kruispuntbank van Ondernemingen - Inschrijvingsplichtige onderneming - Gebrek aan inschrijving - Vordering in rechte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek 28 februari 2013 van economisch recht - 28-02-2013 - Art. III.26, § 2 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - ALGEMEEN. GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS Vrije woorden: Kruispuntbank van Ondernemingen - Inschrijvingsplichtige onderneming - Gebrek aan inschrijving - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek 28 februari 2013 van economisch recht - 28-02-2013 - Art. III.26, § 2 - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Annotaties Publicaties: Revue générale de droit civil belge [RGDC] - 2021, n° 7, p. 374-
- - WERY, Patrick; Note'Le mobile illicite unilatérale est cause de nullité du contrat' RW-Rechtskundig weekblad - 2021-22, nr. 12, p. 459-
- - MEIRLAEN, Matthias; Noot'Fiscale fraude als ongeoorloofde oorzaak?' RABG-Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent - 2022, nr. 8, p. 573-
- - SAS, Toon; Noot'Een nietige overeenkomst als collateral damage van fiscale fraude' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0605.N RASCO-GREENHOUSE bv, met zetel te 9820 Merelbeke, Gentbos 12a, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0419.740.774, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Terhulpensesteenweg 177/7, tegen K. R., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/
- I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 10 mei
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 17 augustus 2020 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel
- De oorzaak van een overeenkomst is ongeoorloofd wanneer zij in strijd is met de openbare orde of met dwingende wetsbepalingen. Een overeenkomst heeft een ongeoorloofde oorzaak wanneer fiscale fraude minstens één van de doorslaggevende beweegredenen is van een van de partijen.
- Een nietige overeenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan. De partijen dienen dan ook, in de regel, integraal te worden hersteld in de toestand waarin ze zich bevonden vóór het afsluiten van de nietige overeenkomst.
- De appelrechter stelt vast dat: - het frauduleus omschrijven door de eiseres van het voorwerp van de overeenkomst als “terbeschikkingstelling van serres met dienstverlening”, terwijl er geen dienstverlenende activiteit werd verricht, alsook de frauduleuze omschrijvingen in de facturen dat er sprake is van een “landbouwdienst 6 pct.”, terwijl het in werkelijkheid ging om een zuivere verhuring van onroerend goed, die vrijgesteld is van btw, gebeurd was met het doel een onrechtmatig voordeel te behalen ten nadele van de Belgische Staat door de onrechtmatige aftrek van btw op inkomende facturen; - deze miskenning van de openbare orde “één van de doorslaggevende redenen is geweest voor het afsluiten van de overeenkomst”. Door de eiseres aldus te veroordelen tot de terugbetaling aan de verweerder van de betalingen die hij in uitvoering van de overeenkomst verrichtte, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Derde onderdeel
- De niet-ontvankelijkheid van de vordering van de eiseres op grond van artikel III.26, § 2, Wetboek van Economisch Recht geldt voor alle rechtsvorderingen van de eiseres die gebaseerd zijn op de overeenkomst tussen de partijen en dus betrekking hebben op de verhuur van de serre aan de verweerder. Zij geldt bijgevolg niet voor de vordering van de eiseres strekkende tot vergoeding wegens de bezetting ter bede door de verweerder van de serre.
- De appelrechter die zich ertoe beperkt de vordering van de eiseres met betrekking tot de verhuring van de serre krachtens de overeenkomst van 1 oktober 2013 niet ontvankelijk te verklaren op grond van artikel III.26, § 2, Wetboek van Economisch Recht, laat na uitspraak te doen over de vordering van de eiseres strekkende tot de betaling van een bezettingsvergoeding en schendt artikel 1138, 3°, Gerechtelijk Wetboek. Het onderdeel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het nalaat te oordelen over de vordering van de eiseres strekkende tot een bezettingsvergoeding en oordeelt over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en Sven Mosselmans, en in openbare rechtszitting van 22 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210122.1N.42 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220310.1N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div