← België

P. contra P.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 januari 2021 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210125.3N.5 Rolnummer: C.20.0267.N Zaak: P. contra P. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2022-06-21 Raadplegingen: 583 - laatst gezien 2026-06-19 23:37 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 838, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen strekt ertoe de pachter toe te laten zijn landbouwbedrijf in een landbouwvennootschap uit te baten zonder daartoe te moeten terugvallen op een pachtoverdracht of een onderpacht aan deze vennootschap, waarvoor de toestemming van de verpachter vereist is, en zonder dat aan de pachter een gebrek aan persoonlijke exploitatie kan worden verweten; zij regelt bijgevolg de situatie waar de exploitatie van de pachtgoederen door een landbouwvennootschap geschiedt zonder pachtoverdracht of onderverpachting aan deze vennootschap

(1).
(1)Artikel 838, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen opgeheven bij wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen. Thans artikel 8.3, eerste lid, Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Thesaurus CAS: HUUR VAN GOEDEREN - PACHT - Verplichtingen van partijen Vrije woorden: Persoonlijke exploitatie - Landbouwvennootschap - Beherend vennoot - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Vennootschappen 7 mei 1999 - 07-05-1999 - Art. 838, eerste lid - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Tekst van de beslissing Nr. C.20.0267.N
  1. M.P.,
  2. E.V.G., eisers, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen C.P., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 18 april
  3. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 27 oktober 2020 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Overeenkomstig artikel 838, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen, zoals van toepassing, wordt voor de toepassing van de Pachtwet de exploitatie als beherend vennoot in een landbouwvennootschap gelijkgesteld met persoonlijke exploitatie. Dit geldt zowel ten aanzien van de pachter als van de verpachter wier rechten en verplichtingen onverkort blijven voortbestaan.
  5. Deze wetsbepaling strekt ertoe de pachter toe te laten zijn landbouwbedrijf in een landbouwvennootschap uit te baten zonder daartoe te moeten terugvallen op een pachtoverdracht of een onderpacht aan deze vennootschap, waarvoor de toestemming van de verpachter vereist is, en zonder dat aan de pachter een gebrek aan persoonlijke exploitatie kan worden verweten. Zij regelt bijgevolg de situatie waar de exploitatie van de pachtgoederen door een landbouwvennootschap geschiedt zonder pachtoverdracht of onderverpachting aan deze vennootschap.
  6. In zoverre het middel ervan uitgaat dat artikel 838, eerste lid, Wetboek van Vennootschappen, zoals van toepassing, veronderstelt dat hetzij de gronden in de landbouwvennootschap zijn ingebracht, hetzij de pachtrechten aan die vennootschap zijn overgedragen, faalt het naar recht.
  7. In zoverre het middel schending van de artikelen 795 en 796 Wetboek van Vennootschappen, zoals van toepassing, de artikelen 29, 30, 31 en 34 Pachtwet en artikel 149 Grondwet aanvoert, is het volledig afgeleid uit de vergeefs aangevoerde miskenning van voormeld artikel en is het mitsdien niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 463,57 euro en op de som van 650 euro rolrecht, verschuldigd aan de Belgische Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Koen Mestdagh, als voorzitter, sectievoorzitter Geert Jocqué, en de raadsheren Antoine Lievens, Bart Wylleman en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 25 januari 2021 uitgesproken door sectievoorzitter Koen Mestdagh, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210125.3N.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.